A Place in the Sun (1951)

Regie: George Stevens | 122 minuten | drama, romantiek | Acteurs: Montgomery Clift, Elizabeth Taylor, Shelley Winters, Anne Revere, Keefe Brasselle, Fred Clark, Raymond Burr, Herbert Heyes, Shepperd Strudwick, Frieda Inescort, Kathryn Givney, Walter Sande, Ted de Corsia, John Ridgely, Lois Chartrand, Paul Frees

In 1925 schreef de Amerikaanse schrijver Theodore Dreiser de novelle ‘An American Tragedy’. Hij had zich laten inspireren door een beruchte moordzaak uit het begin van de twintigste eeuw. Op 11 juli 1906 werd het levenloze lichaam van de twintigjarige Grace Brown – zwanger van haar eerste kindje – gevonden in Big Moose Lake in de staat New York. Klaarblijkelijk was ze uit een bootje gevallen of geduwd en daarna verdronken. De jonge Chester Gillette, in die tijd haar verloofde, werd beschuldigd van de moord en hoewel hij altijd beweerd heeft dat Browns dood een ongeluk was werd hij in 1908 ter dood veroordeeld. Het proces trok internationale aandacht toen de liefdesbrieven die Brown geschreven had aan Gillette in de rechtszaal werden voorgelezen. Dreiser heeft jarenlang alle krantenknipsels die hij kon vinden over de zaak verzameld voor hij aan zijn boek begon. Omdat Gillettes eventuele motieven altijd onduidelijk zijn gebleven, kon de auteur zijn creatieve geest de vrije loop laten. En dus kwam hij met een driehoeksrelatie op de proppen, waarbij een rijkeluisdochter zijn hoofdpersoon voor de voeten loopt.

Nadat Jozef von Sternberg in 1931 Dreisers roman al eens verfilmd had – tot grote onvrede van de schrijver overigens – was het twintig jaar later de beurt aan George Stevens. Om een nieuwe flop te voorkomen werd het verhaal drastisch aangepast. Waar in het origineel de sociale onrechtvaardigheden en ongelijkheid centraal stond, is die in Stevens’ ‘A Place in the Sun’ (1951) ver naar de achtergrond verdreven. Montgomery Clift speelt de rol van George Eastman, een arme jongen uit een streng religieus gezin die de droom heeft The American Dream na te streven. Hij verlaat het ouderlijk huis en trekt naar zijn oom, in wiens kledingfabriek hij aan de slag kan gaan. Een van zijn collega’s is de muizige Alice Tripp (Shelley Winters), met wie hij al snel aanpapt. George heeft eigenlijk maar één doel voor ogen en dat is opkrabbelen op de sociale ladder. Na een stroef begin krijgt hij binnen de rijkere tak van zijn familie steeds meer voet aan de grond. Zelfs de beeldschone socialite Angela Vickers (Elizabeth Taylor) – vriendin van de familie – begint hem op te merken. Achter de rug van Alice om beginnen ze een verhouding. Wanneer hij op het punt komt dat hij beseft dat hij Alice ‘niet meer nodig heeft’, vertelt ze hem zwanger te zijn en eist dat hij met haar trouwt. George ziet geen andere uitweg meer dan die lastige Alice uit de weg te ruimen…

‘A Place in the Sun’ is een typische Hollywood-bewerking van een sociaal-maatschappelijke roman. De kritische noot – de belangrijkste intentie waarmee Dreiser zijn roman schreef, om The American Dream af te zetten tegen The American Tragedy – heeft plaats moeten maken voor het traditionele romantische melodrama. Waar in de film de keuze tussen de beeldschone en schatrijke Taylor en de kleurloze en straatarme Winters een eenvoudige is, blijkt dat in Dreisers boek heel wat gecompliceerder te zijn. Daarin is het meisje van de werkvloer namelijk een stuk aantrekkelijker dan de rijkeluisdochter en dat zet de keuzeproblematiek ineens in een heel ander daglicht. Regisseur Stevens maakte meer opmerkelijke keuzes. Zo schijnt hij regelmatig in de clinch te hebben gelegen met Montgomery Clift over de invulling van diens rol. Blijkbaar zijn ze nooit tot een volledige overeenstemming gekomen, want Clifts optreden is niet altijd even overtuigend. De acteur die bekend stond om zijn getroebleerde blik en intense spel komt – net als de hele film trouwens – aanvankelijk erg mat voor de dag. Pas in de latere, meer uitdagende scènes zien we de Clift die we kennen. Jammer dat we daar zo lang op hebben moeten wachten.

Stevens’ film is dus niet vrij van missers. Over het geheel genomen is ‘A Place in the Sun’ echter een genot om naar te kijken. Vooral de smetteloze montage en de weelderige zwart-wit cinematografie vallen op. Verder heeft Stevens zijn film weten te voorzien van een flinke dosis spanning in de vorm van een legendarische bootscène, waar je weliswaar lang op moet wachten maar die zich kan meten met het beste werk van Hitchcock. En zo kent ‘A Place in the Sun’ wel meer pareltjes van scènes, voornamelijk in de tweede helft van de film. Liz Taylor en vooral Shelley Winters zetten hun beste beentje voor in de bijrollen. Voorts zien we Anne Revere (‘Gentleman’s Agreement’, 1947) als de moeder van George en Raymond Burr (‘Rear Window’, 1954) als de strikte openbaar aanklager R. Frank Marlowe. Het acteerwerk is over het algemeen van een hoog niveau, evenals de technische aspecten. ‘A Place in the Sun’ was met zes Oscars (voor beste regie, beste cinematografie, beste kostuumdesign, beste montage, beste score en beste scenario) en nog eens drie nominaties (onder meer voor Clift en Winters) de grote winnaar bij de uitreiking van de Academy Awards van 1951. De prijs voor beste film ging echter aan de neus van Stevens voorbij – deze was voor de suikerzoete musical ‘An American in Paris’ (1951).

‘A Place in the Sun’ is om diverse redenen het kijken meer dan waard. Als twee van Hollywoods grootste sterren (Elizabeth Taylor en Montgomery Clift), een van de meest getalenteerde actrices van haar tijd (Shelley Winters), een bijzonder kundige crew en een regisseur van naam (George Stevens) samen aan de slag gaan, dan móet er wel iets bijzonders uitrollen. Intrigerend is deze bewerking van Theodore Dreisers roman zeker, met talloze indrukwekkende scènes (de filmkus van Taylor en Clift bijvoorbeeld!), een flinke dosis romantisch drama maar ook Hitchcockiaanse spanning. Als je niet direct ‘gepakt’ wordt door deze film, blijf dan vooral nog even kijken: in de tweede helft komen Stevens en co pas goed op stoom!

Patricia Smagge