John Q (2002)

Regie: Nick Cassavetes | 116 minuten | drama, thriller | Acteurs: Denzel Washington, Kimberly Elise, Daniel E. Smith, David Thornton, Laura Harring, Larissa Laskin, James Finnerty, Anne Heche, James Woods, Paul Johansson, Ethan Suplee, Shawn Hatosy, Heather Wahlquist, Eddie Griffin, Robert Duvall, Obba Babatundé, Ray Liotta, Frank Cassavetes

Wie Denzel Washington in de meeste van zijn films ziet, kan zich haast niet voorstellen dat de grootste zwarte acteur sinds Sidney Poitier ooit bijna het slechte pad was opgegaan. Gelukkig maar voor hem dat hij de gevangenissen alleen vanwege zijn rollen van binnen kent. In 1987 kreeg Washington zijn eerste grote filmrol in ‘Cry Freedom’, nadat hij daarvoor jarenlang in een ziekenhuisserie had gespeeld. Sinds die film ging het hard met de carrière van de in 1954 geboren Washington, die al vijf keer werd genomineerd voor een Oscar en tweemaal het beeldje in ontvangst mocht nemen. Meestal portretteert Washington helden, moraalridders en bestrijders van onrecht. Des te opvallender is het dan dat uitgerekend zijn rol in ‘Training Day’ (2001), waarin hij voor de verandering eens een slechterik speelt, gezien wordt als zijn beste rol tot nog toe.

In ‘John Q’, de film die hij direct na ‘Training Day’ maakte, vervalt Washington weer in de rol die we van hem bekend zijn. Hij speelt John Q. Archibald, een fabrieksarbeider die het niet breed heeft. Samen met zijn vrouw Denise (Kimberly Elise) en jonge zoontje Mikey (Daniel E. Smith) probeert hij de eindjes aan elkaar te knopen. Maar op een zekere dag treft het noodlot het jonge gezin. Zoon Mikey stort tijdens een wedstrijdje honkbal ineens in elkaar. Eenmaal in het ziekenhuis blijkt dat de jongen een hart heeft dat driemaal zo groot is als normaal. Als hij niet snel een nieuw hart krijgt, dan zal het niet goed met hem aflopen. Maar een harttransplantatie kan John, die niet voldoende verzekerd is, absoluut niet betalen. De harteloze ziekenhuisdirecteur Rebecca Payne (Anne Heche) opteert ervoor Mikey uit het ziekenhuis te ontslaan, omdat ze hem toch niet kunnen helpen. Uit pure wanhoop besluit John de spoeddienst van het ziekenhuis – plus de daar aanwezige mensen – te gijzelen.

Scenarioschrijver James Kearns – voorheen vooral bekend van jaren-tachtig-series als ‘Jake and the Fat Man’- probeerde maar liefst tien jaar lang tevergeefs zijn script te slijten bij producenten en regisseurs. Uiteindelijk was het Nick Cassavetes (zoon van de legendarische acteur/regisseur John en actrice Gena Rowlands) die het aandurfde het verhaal te verfilmen. De belangrijkste reden was voor hem zijn dochter Sasha, die zelf op de wachtlijst stond voor een donororgaan. Hoog tijd om het aan alle kanten rammelende Amerikaanse zorgstelsel eens onder de loep te nemen, moet hij gedacht hebben. In de VS zijn er zo’n vijftig miljoen mensen niet verzekerd tegen ziektekosten, je staat er verbaasd van dat dat kan in een land dat zo machtig en rijk is.

Helaas is de film ‘John Q’ niet helemaal geworden wat het had kunnen zijn. Als aanklacht tegen het gebrekkige zorgstelsel in de VS komt de film niet uit de verf. Daarvoor is de film té melodramatisch. Er wordt schaamteloos en weinig subtiel ingespeeld op het sentiment van de kijker, in plaats van dat er feiten op tafel komen. Bovendien wil Cassavetes teveel; niet alleen de problemen rond het zorgstelsel en de bureaucratie daaromheen worden aangesneden, ook de falende politie en de sensatiebeluste media moeten eraan geloven. En daar neemt de regisseur van ‘She’s So Lovely’ toch echt teveel hooi op zijn vork. Vooral wanneer de gijzeling eenmaal begonnen is gaan alle remmen los en stapelen de onwaarschijnlijke toevalligheden zich op.

Groot manco aan ‘John Q’ is ook dat het script van een abominabel niveau is. Niet alleen is de film rommelig (de beginscène is compleet misplaatst) en voorspelbaar. Erger nog is dat op hoofdpersoon John Archibald na geen enkel personage voldoende is uitgewerkt. Het is veelzeggend dat topacteurs als James Woods (‘Once Upon a Time in America’, ‘Casino’) en Robert Duvall (‘The Godfather’, ‘Apocalypse Now’) absoluut niets kunnen met hun eendimensionale personages (respectievelijk hartchirurg Raymond Turner en onderhandelaar namens de politie Frank Grimes). Zij komen er echter een stuk beter vanaf dan Ray Liotta en Anne Heche. Liotta (‘Goodfellas’) is een regelrechte karikatuur als hotshot politiecommandant Monroe en Heche (‘Wag the Dog’) worstelt maar komt niet boven in haar rol als de kille directrice van het ziekenhuis. Kimberly Elise (‘Beloved’) en nieuwkomer Daniel E. Smith zijn degelijk maar brengen weinig bijzonders. Gelukkig is daar Denzel Washington, een acteur die de kunst verstaat om altijd een degelijke prestatie neer te zetten. Het is te danken aan zijn tomeloze inzet en charisma dat je als kijker de film nog uit kunt zitten.

Hoewel regisseur Nick Cassavetes en scenarioschrijver James Kearns het ongetwijfeld goed bedoeld hebben, blijft door de overdaad aan sentiment weinig over van de aanklacht tegen de erbarmelijke omstandigheden binnen het Amerikaanse zorgstelsel. Wie een intelligente en goed gestructureerde film over dat onderwerp wil zien, zou ‘Sicko’ (2007) van documentairemaker Michael Moore eens moeten proberen. ‘John Q’ is weinig meer dan een typisch Amerikaanse sensatiefilm, die schaamteloos mikt op de sentimentele gevoelens van de kijker. Een tranentrekker van de bovenste plank dus. En daar hou je van, of niet …

Patricia Smagge