Karakter (1997)

Regie: Mike van Diem | 122 minuten | drama, thriller | Acteurs: Jan Decleir, Fedja van Huêt, Betty Schuurman, Tamar van den Dop, Victor Löw, Hans Kesting, Lou Landré, Bernard Droog 

De eeuwige discussie over de eenzijdigheid van de Nederlandse film – authentiek oorlogsdrama versus platte seks – mag met de Oscar voor ‘Karakter’ in 1998 toch wel definitief worden afgesloten: het drama van Mike van Diem is compleet en volwassen. Met Hollandse elementen als calvinistische lijdzaamheid en soberheid, maar met een krachtige universele thematiek: de strijd tussen vader en zoon. De basis voor deze succesfilm is gelegd met het monumentale werk van Ferdinand Bordewijk, die met Katadreuffe en Dreverhaven in zijn roman ‘Karakter’ meerdimensionale helden en schurken creëerde. Jacob Willem Katadreuffe is een door zijn jeugd bepaalde goedmoedige strever, die tevens kansen laat schieten – in de liefde met name – en Dreverhaven een hardvochtige man, die niet met emoties overweg kan. Voeg daarbij de door trots verstarde moeder Joba en je krijgt een cocktail van stil leed en levenskracht; vat dat maar eens in een film.

‘Karakter’ imponeert vanaf het begin op on-Nederlandse wijze, met prachtige locatieshots van het vooroorlogse Rotterdam, geschoten in Antwerpen en Hamburg, steden met relatief ongeschonden havenkwartieren. Van de vermeende Hollandse zuinigheid op dit vlak is niets te merken; de aandacht voor interieurs en kleding is al even bewonderenswaardig. ‘Karakter’ krijgt hierdoor een ‘bruine’ sfeer. Niet minder belangrijk voor de authenticiteit zijn de acteurs: Fedja van Huêt is bleu en gedreven, licht en duister tegelijk. Zijn acteerprestatie is niet eens zo opvallend, maar geheel passend in het clair-obscur van de camerashots. Het is de dreigende Jan Decleir die de film karakterologisch domineert; met zijn fysieke doch onderkoelde acteerstijl maakt hij van Dreverhaven een klassieker. De machteloosheid van Dreverhaven aan het slot is onvergetelijk en dreigt zelfs diepe schaduwen te werpen over het lot van Katadreuffe in de film. Met hem zijn we begaan en we willen dat hij slaagt in het leven. Altijd is daar echter die ‘oudtestamentische God’ Dreverhaven, die wraak als liefde ziet, ongehinderd door Joba, die door het noodlot verlamd lijkt en slechts liefde voor haar zoon toont met woorden als ,,hierbij twee overhemden…”

Graag hadden we meer van haar beweegredenen vernomen, maar het voert te ver dat kritiekpunt aan de makers toe te schrijven. Betty Schuurman maakt van Joba in ieder geval een onpeilbaar vlakke vrouw. Een mooie rol is er nog voor Victor Löw als Katadreuffe’s beschermheer De Gankelaar, die de show steelt met zijn droge humor en indrukwekkende onderlip. Löw en Decleir zijn toch wel essentieel in het succes van de film, die zonder hun inbreng wat aan gestileerd kostuumdrama-acteren was gaan lijden, met name in de dialogen van Jacob en geliefde Lorna (Tamar van den Dop).
Rest ons nog het thrillerelement in de film, wat goed opgepakt wordt aan het begin en aan het slot des te krachtiger terugkeert. De Oscar voor beste buitenlandse film geeft ‘Karakter’ de waardering die zij verdient, als internationaal genietbare, zorgvuldig gemaakte Europese film.

Jan-Kees Verschuure