Kes (1969)

Regie: Ken Loach | 110 minuten | drama | Acteurs:  David Bradley, Freddie Fletcher, Lynne Perrie, Colin Welland, Brian Glover, Bob Bowes, Bernard Atha, Laurence Bould, Joey Kaye, Ted Carroll, Robert Naylor, Agnes Drumgoon, George Speed, Desmond Guthrie, Zoe Sutherland, Eric Bolderson, Joe Miller, Beryl Carroll, Julie Shakespeare, Bill Dean, Geoffrey Banks, John Grayson, Duggie Brown, Trevor Hesketh, Stephen Crossland, Harry Markham, David Glover, Frank Norton, Martin Harley, Leslie Stringer

Wie authentieke acteurs in zijn film wil, moet er wat voor over hebben. Ken Loach koos voor de hoofdrol van zijn tweede speelfilm ‘Kes’ (1969) voor de vijftienjarige David Bradley, die van de meer dan duizend kinderen die zich gemeld hadden voor de open auditie, als beste voor de dag kwam. Bradley, die als (kansarm) kind uit een arme wijk in Barnsley hetzelfde leven leidde als het centrale personage Billy Casper, was eigenlijk niet zo bezig met de auditie. Hij was vooral enthousiast over het gratis eten en drinken dat hij kreeg! Bradley liep ‘s ochtends een krantenwijk. “Ik kan me nog goed herinneren dat ze er niet zo blij mee waren dat ik om kwart voor zeven al in de weer was. Dus boden ze aan het salaris dat ik daarvoor kreeg, te betalen. Tegen het einde van de opnamen begon het voetbalseizoen. Dat betekende dat ik op zaterdag niet meer ‘s middags kon werken omdat ik de voetbalprogramma’s verkocht bij het Barnsley-stadion. Opnieuw beslisten ze mijn salaris te betalen. Alles om me maar op de set te houden.”

‘Kes’ mag dan pas de tweede speelfilm zijn die Ken Loach regisseert, zijn herkenbare rauwe realistische stijl is al goed zichtbaar. Billy Casper is een iel kereltje dat opgroeit onder barre omstandigheden. Zijn vader is verdwenen, waardoor hij alleen met zijn gekrenkte en ongeïnteresseerde moeder (Lynne Perrie) en zijn bazige en onuitstaanbare halfbroer Jud (Freddie Fletcher) woont in een armoedig huis aan de rand van Barnsley. Op school is het al niet veel gezelliger. Billy heeft niets waar hij zich voor interesseert, wordt gepest en is veelvuldig doelwit van de leraren die hun sadistische lusten graag op hem botvieren. Als klap op de vuurpijl is hij ook vaak te laat en valt hij op school geregeld in slaap, omdat hij voor dag en dauw op moet staan om de kranten rond te brengen en zo een zakcentje te verdienen. Op een dag krijgt hij eindelijk een doel in zijn leven, als hij een jonge roofvogel, die hij Kes noemt, mee naar huis neemt. Hij leert zichzelf het dier af te richten en de twee krijgen een bijzondere band. Maar uiteraard slaat in een Ken Loach-film uiteindelijk het noodlot toe…

Drama’s die sociale en maatschappelijke misstanden aansnijden, daar staat Ken Loach bekend om. Zijn oeuvre bevat grimmige sfeerschetsen van de erbarmelijke omstandigheden waarin zijn hoofdpersonen opgroeien en leven. Ook ‘Kes’ zit er vol mee. De vervelende broer van Billy bijvoorbeeld, die zijn fiets steelt zodat hij te laat is om de kranten rond te brengen. En hem in een stomdronken bui wakker brult en gebiedt zijn kleren van zijn lijf te trekken, omdat hij daar zelf niet meer toe in staat is. Zijn moeder, die door de vaders van haar beide zoons verlaten is, is te veel met zichzelf bezig om zich echt iets van de jongen aan te trekken. De leraren op school zijn al geen haar beter. De gymleraar (Brian Glover) bijvoorbeeld, die zijn eigen frustraties over het mislopen van een professionele voetbalcarrière botviert op de jongens. Of de zelfingenomen schooldirecteur die er op los mept met zijn stok. Er is slechts één volwassene in de film die Billy in alle redelijkheid benadert, de leraar Engels Mr. Farthing (Colin Welland). De scène waarin hij de jongen vraagt in de klas over zijn vogel te vertellen is hartverwarmend, evenals het moment waarop hij hem thuis op komt zoeken.

In films waarin de hoofdpersoon zo veel narigheid over zich heen krijgt, is het niet altijd eenvoudig om de subtiliteit te bewaren. Ken Loach slaagt daar echter wonderwel in, vooral doordat hij af en toe uitpakt met scènes waaruit hoop spreekt. Die waarin de roofvogel Kes een hoofdrol speelt bijvoorbeeld. De vluchten van het dier, die erg mooi in beeld worden gebracht, staan symbool voor de wens naar vrijheid die de vrijgevochten maar onderdrukte Billy ervaart. Ook de scènes tussen Billy en Farthing bieden hoop. De net iets te uitgebreide scène op het sportveld zorgen weliswaar voor een luchtig moment, maar hebben tegelijkertijd iets wrangs. Het acteerwerk van de grotendeels amateuristische cast is uitstekend, met de jonge David Bradley voorop. Het voldoet voor hem in feite om zichzelf te spelen, omdat zijn eigen leven zo veel parallellen vertoont met dat van Billy, maar hij stopt zijn hele ziel en zaligheid in de rol. Met zijn ranke, breekbare lijf oogt hij kwetsbaar: het liefst zou je hem willen beschermen tegen alle narigheid. Ook Welland, die als scenarioschrijver in de prijzen zou vallen voor het script van ‘Chariots of Fire’ (1981), is sterk. Het camerawerk is indringend, grimmig en authentiek.

Volgens sommigen is ‘Kes’ de beste film die Ken Loach ooit maakte; het is op zijn minst een van zijn betere. Zeker als je bedenkt dat de inmiddels gelouterde Britse cineast hiermee pas zijn tweede film maakte. De film portretteert een jongen die door schade en schande wijs wordt. De grimmige sfeerschets is bij vlagen deprimerend, maar die stemming neemt nooit de overhand omdat Loach zijn film nieuwe kracht geeft met een handvol hoopgevende scènes. Het kost de jonge David Bradley geen enkele moeite om het publiek voor zich te winnen met zijn innemende spel. Aanrader voor iedereen die niet terugdeinst voor een flinke dosis rauwe realiteit.

Patricia Smagge