T2 Trainspotting (2017)

Recensie T2 Trainspotting CinemagazineRegie: Danny Boyle | 117 minuten | drama | Acteurs: Ewan McGregor, Robert Carlyle, Ewen Bremner, Jonny Lee Miller, Shirley Henderson, Steven Robertson, Gordon Kennedy, Anjela Nedyalkova, Bradley Welsh, Simon Weir, Kelly Macdonald, Irvine Welsh

Geen film die de Zeitgeist van de jaren negentig zo sterk wist te treffen als ‘Trainspotting’ (1996). Na de magere en onrustige jaren tachtig, onder het bewind van Margaret Thatcher, was het in de nineties ineens weer ‘cool’ om Brits te zijn. Niet alleen de Engelsen, maar ook de Schotten en de Welshmen werden weer optimistisch over de toekomst en er ontstond een nieuw soort patriottisme, die in de populaire cultuur tot uiting kwam via Britpop-bands als Oasis, Blur en Supergrass. ‘Trainspotting’ sluit naadloos aan bij die hervonden Britse energie. Regisseur Danny Boyle bracht met zijn zinderende, ultradynamische verfilming van de gelijknamige schelmenroman van Irvine Welsh een ware revolutie teweeg in de Britse cinema en kreeg navolging van onder anderen Guy Ritchie (‘Lock, Stock and Two Smoking Barrels’, 1998 en ‘Snatch’, 2000). Zo invloedrijk als ‘Trainspotting’ waren die latere films echter niet. De stampende soundtrack (‘Born Slippy’ van Underworld heeft inmiddels de status van cultklassieker), het desoriënterende camerawerk, het spel met tempoversnellingen, flashbacks en flashforwards en de soms duizelingwekkende montage; alles klopte aan ‘Trainspotting’.

Waarom Boyle en de zijnen het dan nodig vonden om twintig jaar later een vervolgfilm te maken? Volgens Boyle is twintig jaar later een mooi moment om terug te kijken. In 1996 waren Renton (Ewan McGregor), Spud (Ewen Bremner), Sick Boy (Jonny Lee Miller) en Begbie (Robert Carlyle) losers pur sang, maar omdat ze jong, veerkrachtig en vitaal waren kwamen ze ermee weg. Twee decennia later zijn de twintigers van toen ineens veertigers (en in Begbies geval zelfs vijftigers) en heeft hun optimisme plaatsgemaakt voor verbittering en teleurstelling vanwege de gemiste kansen in hun leven. Want Renton mag zijn oude maatjes dan een loer gedraaid hebben en met de buit naar Amsterdam vertrokken zijn om daar een nieuw leven te beginnen; voor Spud, Sick Boy en Begbie is er in twintig jaar maar weinig veranderd. De zachtaardige schlemiel Spud is nog altijd verslaafd aan de heroïne en omdat hij mede daardoor zijn zoon niet mag zien, onderneemt hij regelmatig zelfmoordpogingen. Sick Boy is nog altijd even gewetenloos en runt een café, daarnaast verdient hij bij met wietteelt en chantagepraktijken. Met zijn ex ligt hij logischerwijs overhoop, dus ziet hij zijn zoon slechts eens in de tien jaar. De agressieve psychopaat Begbie ontsnapt uit de gevangenis, waarna hij van zijn brave zoon een crimineel probeert te maken. En o ja, hij worstelt met erectieproblemen. Zodra Begbie doorheeft dat Renton weer in Edinburgh is, zint hij op wraak.

Voor de buitenwacht lijkt Renton het allemaal voor elkaar te hebben; getrouwd met een Nederlandse vrouw, vader van twee kinderen, een goede baan en fitter dan ooit. Schijn bedriegt echter; hij is gescheiden en zijn baan staat op de tocht. Anders was er voor hem echt geen reden om terug te keren naar Schotland; hij weet immers dat in elk geval Begbie het hem op zijn zachtst gezegd niet in dank heeft afgenomen dat hij er met de complete buit van de drugsdeal van twintig jaar eerder vandoor is gegaan, terwijl ze afgesproken hadden dat ieder zijn deel zou krijgen. En ook Sick Boy wil er werk van maken om zijn geld terug te krijgen. Hij heeft wilde plannen om met dat geld van Renton zijn café om te bouwen tot een bordeel. Het is zijn Bulgaarse vriendin Veronika (Anjela Nedyalkova), die de mannen dichter bij elkaar – én op het rechte pad – probeert te brengen.

‘T2 Trainspotting’ is natuurlijk niet zo vernieuwend als zijn illustere voorganger, en zal verre van invloedrijk blijken te zijn. Dit tweede deel is echter wél even vermakelijk. Danny Boyle is gegroeid als filmmaker – hij won in de tussenliggende jaren onder meer een Oscar voor ‘Slumdog Millionaire’ (2008) – en lijkt met wat meer beheersing zijn trukendoos te gebruiken. Nog altijd zijn er die scheve camerahoeken en wordt er gespeeld met snelle montages (de film opent met een flitsende hommage aan Nederland/Amsterdam), maar het gebeurt meer gecontroleerd dan twintig jaar geleden. Renton, Spud, Sick Boy en Begbie zijn nog altijd heerlijk tegendraadse figuren, die op hun geheel eigen wijze een midlifecrisis te lijf gaan. De soundtrack staat nog altijd als een huis, met veel herkenning voor de fans van het eerste uur (‘Lust for Life’!). Boyle laat genoeg ruimte voor de personages om terug te denken aan hun jonge jaren en de wilde avonturen die ze toen beleefden (en de naalden die ze deelden; nostalgie à la ‘Trainspotting’). Die tijd komt nooit meer terug, de filmbeleving van toen evenmin. Desondanks heeft Danny Boyle met deze even hilarische als ontroerende sequel opnieuw een schot in de roos te pakken.

Patricia Smagge