The Killing (1956)

Regie: Stanley Kubrick | 83 minuten | misdaad, thriller | Acteurs: Sterling Hayden, Coleen Gray, Vince Edwards, Jay C. Flippen, Ted de Corsia, Marie Windsor, Elisha Cook Jr., Joe Sawyer, James Edwards, Timothy Carey, Kola Kwariani, Jay Adler, Tito Vuolo, Dorothy Adams, Herbert Ellis, James Griffith, Cecil Elliott, Joe Turkel, Steve Mitchell, Mary Carroll, William ‘Billy’ Benedict, Charles Cane, Robert Williams

Gluiperige wezels, neuroten, slijmerige schurken, lafaards en losers – de Amerikaanse karakteracteur Elisha Cook Jr. (1903-1995) speelde niet anders. Hij was niet lang en knap, dus had hij niet veel keus. Een leading man zou hij nooit worden, dus legde hij zich vanaf de jaren dertig toe op het spelen van ongure types. En met succes, want zijn carrière duurde ruim zes decennia. In die tijd bouwde hij een reputatie op als Hollywoods favoriete fall guy; het kind van de rekening, de man die boet voor de daden van andere, slimmere criminelen. In het dagelijks leven hield Cook zich ver van glitter & glamour. Hij trok zich met zijn vrouw Peggy vaak terug in een huisje aan Lake Sabrina in de Sierra Nevada, waar hij op forellen viste. “Als men hem in Hollywood nodig had, stuurden ze een koerier naar zijn hutje. Cook ging dan heen en weer om een film op te nemen, om zich zo snel mogelijk weer terug te kunnen trekken”, aldus regisseur John Huston, die met hem de befaamde film noir ‘The Maltese Falcon’ (1941) maakte.

Cook is een van de meest opvallende figuren in ‘The Killing’ (1956), een van de eerste films van meesterregisseur Stanley Kubrick. De klassieke misdaadfilm draait om een grote roofoverval op een paardenrenbaan. Brein achter de operatie is de geslepen crimineel Johnny Clay (Sterling Hayden), die een laatste grote slag wil slaan voor hij zich definitief terugtrekt met zijn verloofde (Coleen Gray). Hij heeft zijn zinnen gezet op de twee miljoen dollar die omgaat op de paardenrenbaan en om dat geld in handen te krijgen heeft hij een team handlangers om zich heen verzameld, bestaande uit onder meer een corrupte agent om de zak met geld ongezien weg te werken (Ted de Corsia), een caissière van de renbaan om toegang te verschaffen tot de kluis (Elisha Cook Jr.), een scherpschutter die het snelste paard moet neerschieten om het publiek af te leiden (Timothy Carey), een vechtersbaas die de aandacht van de beveiligers moet trekken (Kola Kwariani) en de barman van de racebaan die het wapen naar binnen moet zien te smokkelen. Het is van cruciaal belang dat iedereen zijn taak op de juiste manier en op het goede moment uitvoert, anders loopt de hele actie in de soep. De nerveuze caissier praat echter zijn mond voorbij en betrekt zijn manipulatieve vrouw (Marie Windsor) en haar op geld beluste minnaar (Vince Edwards) in het verhaal.

Toen Kubrick ‘The Killing’ maakte was hij pas 28 jaar oud. Met steun van producent James B. Harris wist hij een klein budget bij elkaar te schrapen – pas toen hoofdrolspeler Sterling Hayden zich bij het project aansloot kwam er iets meer geld vrij – om de misdaadroman ‘Clean Break’ van Lionel White te verfilmen. Hoewel ‘The Killing’ niet veel afwijkt van andere films noirs uit die tijd, geeft de jonge Kubrick al wel blijk van zijn talenten en mogelijkheden. De film is strak geschoten en kent aardig wat stijlvolle composities waarin met licht en schaduw wordt gespeeld. Kubrick onderscheidt zich echter vooral met zijn – zeker voor die tijd – ingenieuze vertelstructuur: de vrij complexe overval wordt vanuit de perspectieven van de verschillende medeplichtigen verteld, waarbij telkens een nieuw puzzelstukje op zijn plaats valt. Bekijk films als ‘Reservoir Dogs’ (1992) en ‘Pulp Fiction’ (1994) met hun non-lineaire vertelstructuur nog maar eens goed en je begrijpt waar Quentin Tarantino zijn inspiratie vandaan haalde. Kubrick kleedt zijn film bovendien aan met kleurrijke personages, gespeeld door uitstekende karakteracteurs die je om een boodschap kunt sturen. Dat sommige scènes, waaronder een vechtscène in de bar en een fatale confrontatie tussen diverse medeplichtigen, wat knullig ogen, wordt ruimschoots goedgemaakt door andere scènes die het oog van een meester (in wording) tonen. Liefhebbers van de klassieke film noir zullen vooral smullen van de venijnige verbale confrontaties tussen Cook Jr. en Windsor, waar het sarcasme van afdruipt (voor de dialogen schakelde Kubrick de hulp in van schrijver Jim Thompson).

Aan de vorm en de stijl is duidelijk meer aandacht besteed dan aan het verhaal zelf. Vooral tegen het einde maakt de plot enkele onbegrijpelijke missers, al is het allerlaatste shot wel weer ijzersterk. Wat Kubrick voorafgaand aan die paar uitglijders laat zien, is echter film noir van het hoogste niveau. De bekende elementen zijn allemaal aanwezig: de voice over, de femme fatale, de rokerige en schemerige kamertjes, het ijzige sarcasme, de corruptie en de onmiskenbare spanning. Kubrick weet er zelfs een subtiel zweempje homoseksuele subtekst aan toe te voegen (wat we later natuurlijk vaker zouden zien in vrijwel het gehele oeuvre van de befaamde regisseur). Het acteerwerk is van een uitstekend niveau, met Hayden als uitschieter. Met zijn tachtig minuten is ‘The Killing’ geen minuut te lang (eerder te kort); compact, enerverend en overtuigend. Kubrick bewijst maar weer eens: wat goed is komt snel.

Patricia Smagge