Tu ridi (1998)

Regie: Paolo Taviani, Vittorio Taviani | 100 minuten | drama | Acteurs: Antonio Albanese, Giuseppe Cederna, Luca Zingaretti, Dario Cantarelli, Elena Ghiaurov, Sabrina Ferilli, Turi Ferro, Lello Arena, Steve Spedicato, Orio Scaduto, Ludovico Caldereda, Roberto Fuzio, Pietro De Silva, Luciano Virgilio, Roberto Nobile, Carmelo Carnemolla, Biancamaria D’Amato, Alessandra Costanzo, Filippo Dini, Andrea Di Casa, Riccardo Mosca, Gianluca Valenti, Frida Bruno, Nanà Torbica, Valentina Barresi, Elvira Anna, Donatella Furino, Maurilio Scaduto, Elena Feo, Omero Antonutti    

‘Tu ridi’ van de Italiaanse broers Paolo en Vittorio Taviani is de verfilming van twee verhalen van de Siciliaanse schrijver Luigi Pirandello (1867-1936) en een opvolger van hun eerdere Pirandello adaptatie ‘KAOS’. In tegenstelling tot die film werd ‘Tu ridi’ een stuk minder goed ontvangen, wat vermoedelijk vooral komt door de neerslachtige toon en de afloop van beide segmenten, die allesbehalve vrolijk genoemd kan worden. De titel is een direct citaat uit het eerste segment van de film, wanneer Mariska (Elena Ghiaurov) haar echtgenoot toebijt dat hij die nacht weer aan het lachen was. ‘Tu ridi’ betekent in het Nederlands “jij lacht”.

Zoals gezegd zijn er twee segmenten: ‘Felice’ en ‘I due sequestri’ (de twee ontvoeringen), waarbij het laatste segment eigenlijk ook weer uit twee losse verhalen bestaat, zodat er feitelijk sprake is van drie korte films die ongeveer dezelfde thema’s raken. Het eerste verhaal ‘Felice’ heeft nog iets tragikomisch, met een fraaie rol van Antonio Albanese als Felice (“gelukkig”) die doodongelukkig is als boekhouder van het theater waar hij ooit triomfen vierde als bariton. Zijn vrouw begrijpt niets van zijn gelach en scheldt hem regelmatig de huid vol in haar eigen taal, waarop hij alleen maar kan sputteren of ze hem alsjeblieft in het Italiaans wil uitschelden. Het is een wrang soort humor waar de broers Taviani op mikken, zeker als Felice’s mank lopende collega Tobis (Giuseppe Cederna) wordt geïntroduceerd. Tobis heeft een stok nodig om te lopen en iedere ochtend als hij een stel trappen beklimt, wordt hij door drie mannen (waarvan één de baas van het theater is) lastig gevallen. Het is een trieste situatie, die voor Felice zelf ook naar wordt als hij er achterkomt waarom hij ’s nachts nu eigenlijk zo moet lachen. Uit vrolijkheid niet, zo blijkt daaruit. Wanneer Felice uit Rome vertrekt nadat zijn huwelijk op de klippen is gelopen, lijkt er even een nieuwe hoop voor hem te ontstaan. Maar ergens kun je al op je klompen aanvoelen dat dit een kortstondige opleving is in een troosteloos leven.

Op het moment dat ‘Felice’ de kijker licht melancholisch achterlaat, is er een ruwe overgang naar het volgende segment ‘I due sequestri’, waarin een jongetje een computer van zijn oom cadeau krijgt, waarmee hij de prachtigste tekeningen kan maken. Het is een misleidende opening, want de “oom” is eigenlijk zijn ontvoerder en het jongetje is de zoon van een spijtoptant. Doel van de ontvoering is ervoor zorgen dat de vader in de gevangenis niets tegen Justitie zegt. Dit verhaal is verweven met een andere ontvoering die honderd jaar eerder plaatsvindt, als een oude plattelandsdokter (Turi Ferro) in dezelfde bergen door drie broers wordt ontvoerd. Al snel herkent hij de jongens en als blijkt dat de familie van de dokter het losgeld niet op kan brengen, beslist de vader van de broers dat de dokter voor onbepaalde tijd bij hen dient te blijven. Ook hier lijkt er even een vrolijker draai gegeven te worden aan het verhaal, maar algauw keert de misère terug in een jammerlijke ontknoping. Dit treurige slot wordt dan ook nog overtroffen door de afloop van het hedendaagse ontvoeringsverhaal. Hierdoor wordt de kijker achtergelaten met een wat nare smaak in de mond vanwege zoveel ellende. Er valt dan ook bitter weinig te lachen gedurende de speelduur van ‘Tu ridi’. Of het moet een grimmige lach zijn, want de humor waarmee de film gekruid wordt, is inkt- en inktzwart. Het acteerwerk van met name Albanese en Ferro is uitstekend en het is niet moeilijk om je in te leven in hun beslommeringen. De segmenten zijn zeer fraai in beeld gebracht door Giuseppe Lanci, die geholpen wordt door de natuurlijke schoonheid van het Italiaanse landschap.

‘Tu ridi’ is een sterke bewerking van Pirandello’s werk, die weet te overtuigen en indruk maakt. Jammer genoeg blijven het twee segmenten en drie verhalen, die thematisch elkaar raken, maar feitelijk gezien beter los van elkaar bekeken kunnen worden. De keuze om de verhalen te groeperen als één film, pakt niet zo goed uit. De toonzetting zal zeker niet bij iedereen in de smaak vallen, maar wie zich daarop instelt, zal toch een zekere voldoening uit de film halen. De broers Taviani wonnen de prijs voor “beste regisseur” op het filmfestival “Mar de la Plata” in Argentinië.

Hans Geurts

Waardering: 3.5

Bioscooprelease: 16 september 1999