Westworld (1973)

Regie: Michael Crichton | 88 minuten | actie, thriller, western, science fiction | Acteurs: Yul Brynner, James Brolin, Richard Benjamin, Norman Bartold, Alan Oppenheimer, Victoria Shaw, Dick van Patten, Linda Gaye Scott, Steve Franken, Michael T. Milker, Terry Wilson, Majel Barrett, Anne Randall, Julie Marcus, Sharyn Winters

Altijd al eens je fantasieën uit willen leven? Een revolverheld willen zijn bijvoorbeeld in het wilde westen? Dat kan, en wel in Delos, waar levensechte robots rondlopen die dienen voor het vermaak van de vakantiegasten. De gasten lopen zelf geen risico, totdat de robots zich niet langer door hun makers laten sturen. Ondanks het gepraat over ‘malfunction’ en het toenemend afwijkend gedrag van de robots wordt er om commerciële redenen natuurlijk gewoon doorgegaan met het vermaak voor de klanten in de drie fantasiewerelden. En daardoor is het ook in deze film de uit de hand lopende techniek dat de amusementswaarde van het park voor de vakantiegasten aanzienlijk zal verlagen.

Het verhaal concentreert zich hierbij met name om de twee vrienden Peter Martin en John Blane (Benjamin en Brolin). In het westernstadje waar zij hun fantasieën kunnen uitleven zijn knokpartijen en schietpartijen aan de orde van de dag, en al gauw kruist een revolverheld (Brynner) meerdere malen hun pad. Brynner is de ster van deze productie, draagt de hele film en door zijn manier van optreden komt er een perfecte dreiging van zijn kant tot stand. Dit ook doordat hij een persoonlijke wrok tegen Martin en Blane opgevat lijkt te hebben en door het overduidelijk plezier dat hij heeft in het plegen van zijn wandaden, tot uiting komend door zijn licht sarcastische bevroren glimlachjes. Brynner’s optreden komt het best uit de verf in de langdurige en geslaagde achtervolgingsscène in het tweede deel van de film en dit deel is dan ook datgene wat de film het meest de moeite waard maakt. Vervelend voor zijn doelwit(ten?), maar des te spannender voor de kijker, is dat Brynner een robot speelt die een voorloper is van Arnold Schwarzenegger’s Terminator-robot, waarbij ook met name Schwarzenegger’s bekende uitspraak ‘I’ll be back’ op hem van toepassing is, want hij blijft (hoewel nogal voorspelbaar) maar komen, hetgeen natuurlijk op gewenste wijze bijdraagt aan de instandhouding van de spanning en actie.

Naast Martin en Blane worden er nog enkele personages naar voren gehaald, met name de vakantiegast in het middeleeuwse deel van het pretpark en de vakantiegast die nu voor ‘rauwe’ sheriff kan spelen. Maar identificatie met deze personages komt door hun onderbelichting nauwelijks tot stand. Wel leveren hun lotgevallen de nodige noemenswaardige actie op, maar wat vergrote identificatiemogelijkheden met deze overige vakantiegasten was wel welkom geweest.

Ook dienen zich wel wat vraagtekens in het verhaal aan. Waardoor kan de revolverheldrobot de vakantiegasten nu opeens wel raken terwijl dit voorheen niet kon? Dit kan niet verklaard worden door de emoties die ze lijken te ontwikkelen, dus wordt het enkel veroorzaakt door falende technologie? Of is het een combinatie van beide? Maar hoe kan het dan dat de paardrobots geen afwijkend gedrag vertonen terwijl de ratelslang- en mensrobots dit wel doen? Duidelijk wordt de oorzaak uiteindelijk niet, waardoor ook de moraal van het verhaal dat regisseur Crichton eventueel naar voren wil brengen niet duidelijk wordt (Stel niet teveel vertrouwen in de technologie? Ga bij het uitleven van je fantasieën verantwoordelijk te werk?). Hoe kan het dat het gezichtsvermogen van de robots herhaaldelijk zo makkelijk om de tuin geleid kan worden? Met een technologie die dergelijke robots kan voortbrengen had dit toch wel beter vormgegeven kunnen worden. Waarom heeft de controlekamer geen nooduitgang? Naast de diverse vraagtekens die de kop opsteken ligt het tempo in het eerste deel van de film soms wat laag, maar de minpuntjes worden snel vergeten wanneer de robots op hol slaan. Daarbij spreekt dit dan na de diverse voorheen voor de vakantiegasten ‘veilige’ confrontaties des te meer tot de verbeelding.

Tenslotte komen de speciale effecten, zeker in vergelijking met latere films, nogal ouderwets over. Maar laat dit geen bezwaar zijn, het vergroot juist de charme van deze film, ook met name in de scènes waarin voorgeschoteld wordt hoe de diverse neergeschoten en op andere manieren uitgeschakelde robots weer opgekalefaterd worden. Ga er dus voor zitten wanneer deze film zich aandient want, hoewel op sommige punten wat gedateerd overkomend, is het al met al het een geslaagd stukje actie, spanning en vermaak.

Frans Buitendijk