24 City – Er shi si cheng ji (2008)

Regie: Jia Zhang Ke | 112 minuten | drama | Acteurs: Joan Chen, Jianbin Chen, Liping Lü, Tao Zhao    

Jia Zhang Ke, die met ‘Still Life’ in 2006 de Gouden Leeuw op het filmfestival van Venetië won, volgt in ’24 City’ acht personages uit drie verschillende generaties die allemaal hun banden hebben met fabriek 420 te Chengdu. Zhang Ke kiest ervoor om zijn speelfilm eruit te laten zien als een documentaire, wanneer je dit niet weet is het praktisch onmogelijk te ontdekken dat het toch echt om een speelfilm gaat. 24 City staat voor het aantal uren dat in een dag zitten en voor de veranderingen die binnen dit tijdsbestek mogelijk zijn. 24 City is tevens de naam van het nieuwe appartementencomplex waarvoor de fabriek moet wijken en ook slaat de titel op de fabriek die voor menig generatie hun leven heeft beheerst, 24 uur per dag. Fabriek 420 was tegelijk een stad, bijna geheel zelfvoorzienend met complete gezinnen die hier woonden, werkten en les kregen. De fabriek was een geheime militaire aangelegenheid waar werknemers werden beloond voor hun geheimhouding. Hierdoor werd men geïsoleerd van de buitenwereld en werd de fabriek tot hun leefwereld.Door de persoonlijke verhalen van de werknemers wordt op uitstekende wijze de grootschalige en bijna waanzinnige ontwikkelingen (culturele revolutie, Koreaanse oorlog, het ontstaan van steeds meer vrijheid en mogelijkheden) van de Chinese economie en maatschappij van de twintigste eeuw in beeld gebracht.

Net als in ‘Still Life’ weet Zhang Ke ons wonderschone beelden van industrieel verval voor te schotelen. Iets wat eigenlijk ontzettend tragisch is krijgt een bijna magische schoonheid, een filmaspect dat compleet op het conto van de regisseur mag geschreven worden. De cinematografische schoonheid neemt niet weg dat de film bovenal een treurige kijkervaring is. Door oudere mensen wordt in vervallen kamertjes mahjong gespeeld, een intens troosteloze scène van een vervlogen generatie. Ook het klinken van de internationale is een bijna pijnlijke ervaring omdat alles waarvoor dit nummer staat ontbreekt. Er is geen enkele vechtlust te bekennen in de ogen wanneer op vlakke toon het lied wordt ingezet. Het is opvallend dat er door niemand geklaagd wordt over het communisme. De regisseur neemt duidelijk geen standpunt in ten faveure van het oude of het nieuwe China. Hoewel de maatschappij verandert, meer mogelijkheden biedt en de muziek steeds modernere invloeden kent keren steeds teksten uit Cao Xueqin’s fameuze Droom van de rode kamer terug in de film, als om te benadrukken dat de Chinese cultuur immer een stempel blijft drukken op de moderne tijd.

Joan Chen (‘Lust, Caution’, ‘The Last Emperor’) weet één van de meest interessante doch tragische personages neer te zetten. Zij speelt de vrouw ‘Kleine Bloem’ die nerveus met haar handen wrijft terwijl ze wordt geïnterviewd. Ze wordt vergeleken met Joan Chen uit de oude Chinese film ‘Little Flower’, een zeer leuke vondst van de regisseur. ‘Kleine Bloem’ is een prachtige vrouw die wel van liefde droomde maar door haar leven in de fabriek nooit de mogelijkheid heeft gehad om haar dromen te realiseren. Ze probeerde het wel en trok naar andere steden om een eigen bedrijfje op te zetten maar haar pogingen waren tevergeefs en ze keerde uiteindelijk weer terug naar de fabriek. Hoewel men weg wil van de fabriek is het bijna onmogelijk om de fabriek ook daadwerkelijk te verlaten, men is één geworden met de wereld waarin ze al zo lang leefden. Jongere generaties krijgen de kans om te gaan studeren, zij kunnen vertrekken uit de fabriek en grijpen die kans met beide handen aan. Toch is het nog maar de vraag of mensen buiten de fabriek wel gelukkiger waren. Met enige weemoed keert het verhaal van oude werknemers steeds weer terug naar hun intussen afgebroken verleden.  Dat een aantal scènes net te lang wordt uitgesponnen, neemt niets weg van de glans van het kunstwerk dat ‘24 City’ is. ’24 City’ is een bijzondere en intelligente film die de stormachtige verandering van de Chinese maatschappij in ultima forma in beeld brengt.

Meinte van  Egmond