A Sunday in Kigali – Un dimanche à Kigali (2006)

Regie: Robert Favreau | 118 minuten | drama | Acteurs: Luc Picard, Fatou N’Diaye, Vincent Bilodeau, Céline Bonnier, Geneviève Brouillette, Alice Isimbi, Fayolle Jean, Maka Kotto, Louise Laparé, Alexis Martin, Luck Mervil, Mireille Metellus, Luc Proulx, Guy Thauvette, Erwin Weche

Na ‘Hotel Rwanda’, ‘Shooting Dogs’, ‘Sometimes in April’ nu ‘A Sunday in Kigali’ als nieuwe film over het drama van de genocide in Ruanda. Is er sprake van toegevoegde waarde aan dat wat al te zien was? Dit keer is de film in ieder geval echt opgenomen in Rwanda (anders dan ‘Hotel Rwanda’, die hoofdzakelijk opgenomen is in Zuid-Afrika).

Deze film behandelt het drama van de genocide tussen Hutu’s en Tutsi’s vooral vanuit een romantische achtergrond en de schuld die de blanke voelt ten opzichte van het gebeurde. De manier waarop dit gebeurt is in hoge mate standaard.

De blanke Canadese fotojournalist Bernard (vertolkt door Luc Picard) maakt een reportage over AIDS. Hij verblijft in het befaamde Hôtel des Milles-Collines dat bevolkt wordt door hotelgasten die plat staan van de clichés en die de vleesgeworden racistische prototypes zijn. Bernard laat opzichtig zien dat hij uit een ander hout is gesneden en corrigeert met veel pathos voortdurend andere hotelgasten die het bedienend personeel schofferen. Dat zet natuurlijk kwaad bloed bij de anderen. Al snel wordt hij verkikkerd op de mooie gekleurde serveerster, die – na enige aarzeling – zijn genegenheid voor haar beantwoordt. Zij laat direct weten niet een hoertje te zijn, waar iedere hotelgast bij het bedienend personeel voortdurend van uitgaat. Haar probleem is vooral dat zij uiterlijk oogt als een Tutsi, maar van vaderskant Hutu is.

Er ontspint zich een verhaal dat bijna geheel gefocusd is op het persoonlijke drama van de blanke journalist, die met het groeien van de raciale spanningen en onlusten, steeds meer pogingen onderneemt zijn nieuwe vriendin in veiligheid te brengen. Dat gaat gepaard met een soort love story-achtige benadering, compleet met balkonscène waarin tijdens hevige onlusten de trouwbelofte wordt uitgewisseld en ringen worden omgedaan.

Gedurende de gehele film springt de verhaallijn daarbij, soms onverwacht en hinderlijk, vooruit en terug in de tijd. De film begint met de terugkeer van Bernard in Rwanda, na afloop van de onlusten en slachtpartijen. Hij gaat op zoek naar zijn vriendin, die hij bij zijn vlucht noodgedwongen heeft moeten achterlaten. Wat is er met haar gebeurd? In flashbacks zien we welke gebeurtenissen hebben plaatsgevonden.

Daarbij valt te prijzen dat de regisseur geenszins de westelijke wereld spaart, die – zoals bekend – zijn eigen onderdanen snel in veiligheid bracht en daarna van een afstand heeft toegekeken hoe de volkerenmoord plaatsvond. Pas door ingrijpen van buurlanden is de genocide uiteindelijk tot een einde gebracht (waarna overigens weer vele andere wraakacties hebben plaatsgevonden, de slachtoffers werden weer dader).

Het is zo jammer dat het gehele drama met een fors romantisch sausje wordt overgoten dat zwaar op de maag ligt. Pas op de momenten dat Bernard met zijn vriendin aan de chaos probeert te ontsnappen, wint de film aan kracht. Voor de totaliteit is dat echter veel te weinig.

Het verhaal houdt een sterk standaard en melodramatisch karakter. Alhoewel realistisch gefilmd op originele locaties, blijft het een eentonige vertoning van persoonlijke problemen waarbij het drama van de genocide meer kapstok voor het verhaal is dan onderwerp. Jammer genoeg biedt de film weinig informatie over de achterliggende oorzaken van dit conflict. Te veel clichés, te gemakzuchtig.

Rob Veerman