A Tale of Two Sisters – Janghwa, Hongryeon (2003)

Regie: Ji-Woon Kim | 115 minuten | drama, horror | Acteurs: Kap-Su Kim, Jung-Ah Yum, Su-Yeong Lim, Geun-Yeong Mun

‘A Tale of Two Sisters’ heeft alles wat het publiek (tegenwoordig) verwacht en aanspreekt in stemmige Aziatische horrorfilms en psychologische thrillers. En dit is tegelijk het grootste probleem van de film. De invloed van Hideo Nakata’s ‘Ringu’ (1998) en de ‘Sixth Sense’-achtige “twistfilms” doet de film te vaak ongeïnspireerd overkomen. Wat erg zonde is, omdat de film een ontegenzeggelijke authentieke kracht heeft, en technisch gezien van hoge kwaliteit is.

De mysterieuze en dramatische sfeer; het prachtige, zowel sprookjesachtig als beangstigend aandoend huis; het rustige tempo; en het acteerwerk zijn allen sterke punten van de film. De eerste scène laat al meteen zien hoe effectief een simpele mise-en-scène en puur non-verbaal gedrag van de personages kunnen zijn. We zien een steriel, sober uitziende kamer (van de inrichting), met louter een tafel en twee stoelen erin. Aan één ervan zit de dokter, aan de tweede komt één van de zusjes te zitten. Het shot waarin het meisje aan komt lopen en plaatsneemt op haar stoel wordt lang aangehouden. Het meisje loopt langzaam, met gebogen hoofd en haar voor de ogen. We zien hoe fragiel ze is: ze wankelt en valt bijna wanneer ze gaat zitten. De dokter spreekt haar toe, en langzaam beweegt ze haar hoofd omhoog. Deze scène komt door het tempo en gedrag van het meisje intrigerend en unheimlich over, niet in de laatste plaats door dat zwarte haar voor de ogen van het meisje. Door de nadrukkelijke manier waarop de “onthulling” gefilmd wordt, ga je denken dat achter het haar wel iets schokkends schuil zou kunnen gaan. Echter, deze nu overbekende griezelige iconografie doet de kijker, ondanks de betrekkelijke effectiviteit van de scène, met onze ogen rollen.

Hier stoppen de “referenties” helaas niet. Het eerste ècht enge moment van de film, in de slaapkamer van de zusjes, is in uiterlijk een bijna exacte kopie van verschillende Japanse soortgenoten. We horen krassend geluid en zien vervolgens (wederom) een meisje met lang zwart haar voor haar ogen over de grond kruipen. Ze staat langzaam op, beweegt wat schokkerig, heeft een bleek uiterlijk… We hebben het bijna letterlijk eerder gezien in films als ‘Ringu’ en ‘Ju-on’ (‘The Grudge’ (2003)). Niet dat het moment (zonder kennis van de eerdere films) niet spannend is; het is gewoon een wat makkelijke keuze. Gelukkig komt deze verschijning niet meer op een dergelijke manier terug. We zien alleen nog glimpen van haar in het huis in van die klassieke scènes waarin een personage ergens een geest denkt te zien, langzaam gaat kijken, niets vindt, en plotseling opgeschrikt wordt door een geestesverschijning of iets anders vreemds op een andere plek. Dit soort scènes is gewoon onderdeel van het genre, en ze worden hier behoorlijk doeltreffend uitgevoerd. De bijna ondraaglijke anticipatie zorgt voor een ontegenzeggelijk kippenvelgevoel. Wel zien we ook weer de overbekende televisie waar alleen maar ruis op te zien is, midden in de nacht, en foto’s met doorgekraste gezichten. Dit laatste krijgt wel een aparte dramatische lading, maar doet toch weer wat cliché aan.

Het dramatische, emotionele element wordt over het algemeen erg sterk behandeld, waarbij vaak al veel achtergrond wordt gesuggereerd door de non-verbale of rustig opgebouwde momenten. De band tussen de twee zusjes is aandoenlijk om te zien en schept ook meteen een band tussen de toeschouwer en het tweetal. De kwetsbare, praktisch niet sprekende Soo-Yeon (Geun-yeong Mun) met haar angstige, onschuldige ogen raakt ons direct in het hart, en de vijandigheid die de zusjes ervaren (van vooral de vreemde stiefmoeder, op amusante wijze neergezet door Jung-ah Jum) doen ons volledig partij kiezen voor hen. Veel wordt er alleen niet met het drama gedaan, dat gereduceerd wordt tot enkele basale emoties en reacties.

Deze beperktheid komt gedeeltelijk doordat het drama in dienst staat van een dubbele laag of betekenis. In de recente traditie van de “twistfilm” krijgen we namelijk tegen het einde van de film een onthulling die de kijker de hele film in een ander daglicht doet beschouwen. Aanvankelijk (en misschien later ook nog) kan deze revelatie tamelijk briljant en schokkend overkomen, en in eerste instantie suggereert het allerlei psychologische dieptes, maar eigenlijk werkt de onthulling op dramatisch niveau vooral averechts. In het licht van deze nieuwe wetenschap zijn eerdere scènes juist minder krachtig en soms wat onlogisch of in ieder geval wat ver gezocht. De zorgvuldig opgebouwde sfeer en dramatiek wordt in feite teniet gedaan om een slimme plotwending te kunnen inpassen die het publiek moet overdonderen. Het einde, dat ineens alles in elkaar doet vallen, moet ons rillingen bezorgen en hartverscheurend overkomend. Wat dat eerste betreft lukt dat redelijk, maar de dramatische impact laat te wensen over. Er is teveel (of onnodig) gespeeld met het publiek, zodat het einde meer een soort onverschilligheid teweeg brengt. En dit is jammer, want de film is op vele vlakken wel degelijk de moeite waard. Als je van zorgvuldig opgebouwd drama houdt, met griezelige elementen, valt er sowieso aardig wat te genieten, afgezien dus van sommige mogelijk gekunsteld of ongeïnspireerd overkomende elementen.

Bart Rietvink