Adam’s Rib (1949)

Regie: George Cukor | 101 minuten | komedie, romantiek | Acteurs: Spencer Tracy, Katharine Hepburn, Judy Holliday, Tom Ewell, David Wayne, Jean Hagen, Hope Emerson, Eve March, Clarence Kolb, Emerson Treacy, Polly Moran, Will Wright, Elizabeth Flournoy, Charles Bastin, Joseph E. Bernard, Madge Blake, Harris Brown, David Clarke, Roger Davis

Een van de meest legendarische duo’s van het witte doek werd gevormd door Spencer Tracy en Katharine Hepburn, die ook in het echte leven een relatie hadden. Tracy had al een vrouw en kinderen en Hepburn schikte zich zonder moeite in de rol van minnares. Ruim 25 jaar – tot aan zijn dood in 1967 – hadden de twee een geheime verhouding. Pas in 1991 vertelde Hepburn openlijk over haar relatie met Tracy in haar autobiografie ‘Me: Stories Of My Life’. Ze bekent hem na zijn dood altijd te hebben gemist. De laatste film die de twee samen maakten, ‘Guess Who’s Coming to Dinner’, heeft ze nooit kunnen kijken. Ze vond het te pijnlijk haar grote liefde zo kort voor zijn dood nog te zien (Tracy overleed slechts enkele weken na het afronden van de opnames). Gelukkig kon ze de andere acht (!) films die ze samen met Tracy maakte nog wel bekijken. Een van de meest succesvolle was ‘Adam’s Rib’ van regisseur George Cukor – een van de weinigen die wist van de relatie tussen de twee filmlegendes – uit 1949.

In ‘Adam’s Rib’ spelen Hepburn en Tracy het getrouwde stel Amanda en Adam Bonner. Beide echtelieden zijn werkzaam als advocaat. Wanneer Doris Attinger (Judy Holliday), een verwaarloosde jonge vrouw, haar overspelige man Warren (Tom Ewell) en zijn minnares Beryl Caighn (Jean Hagen) tracht neer te schieten wordt zij opgepakt. Amanda is gelijk geïntrigeerd door de situatie. Wanneer een man zijn overspelige vrouw zou hebben aangevallen, was het met een sisser afgelopen, maar wanneer een vrouw zoiets doet moet ze gelijk de gevangenis in. Verbolgen over zulk onrecht besluit ze de verdediging van Doris Attinger op zich te nemen. Echter, haar echtgenoot is openbaar aanklager en krijgt de opdracht de tegenpartij te vertegenwoordigen. Amanda en Adam – die overigens niets tegen gelijke rechten voor vrouwen heeft maar vindt dat wanneer iemand de wet aan zijn laars lapt daarvoor moet boeten, ongeacht de situatie – komen dus tegenover elkaar te staan in de rechtszaal. Het kan dan ook niet anders dan dat ze ook privé tegen de nodige onenigheden aanlopen.

Katharine Hepburn, de actrice die nog altijd het record van de meeste Oscars (vier stuks) op haar naam heeft, werkte graag met regisseur George Cukor. Hij liet haar in 1932 debuteren in ‘A Bill of Divorcement’ en was in 1940 – na enkele jaren waarin de populariteit van de actrice in Hollywood tot een dieptepunt was gedaald – verantwoordelijk voor haar wederopstanding met de film ‘The Philadelphia Story’. Ze werkte daarom met veel liefde mee aan ‘Adam’s Rib’, niet in de laatste plaats omdat het thema van gelijke rechten voor mannen en vrouwen haar na aan het hart stond. Hepburn stond in het conservatieve Hollywood bekend als modern, vrijgevochten en vooruitstrevend (ze droeg broeken – absoluut not done voor een vrouw in die tijd!). Het intelligente script van ‘Adam’s Rib’, geschreven door het echtpaar Ruth Gordon en Garson Kanin, was losjes gebaseerd op de situatie rond het advocatenechtpaar William en Dorothy Whitney, die nadat ze de scheiding van acteurs Raymond Massey en Adrianne Allen hadden geregeld, zelf met hun cliënten trouwden.

Het geweldige samenspel tussen Spencer Tracy en Katharine Hepburn is op zijn hoogtepunt in ‘Adam’s Rib’. De twee moeten hun liefde voor elkaar en hun hart voor de zaak met elkaar zien te combineren en dat levert uiteraard de nodige strubbelingen op. Tracy speelt het meer realistische personage. Waar Amanda nog wel eens te ver gaat in het verdedigen van haar standpunt, blijft Adam altijd dicht bij de realiteit – en bij de wet. Zijn grootste probleem met zijn vrouw is dan ook dat zij de wet niet serieus lijkt te nemen. Maar ‘Adam’s Rib’ is en blijft een romantische komedie, dus in feite weet je al dat alles weer op zijn pootjes terecht zal komen. Enigszins karikaturale maar desondanks sterke bijrollen zijn er van Judy Holliday (die haar hele carrière opbouwde door domme blondjes te spelen), Tom Ewell (die zo’n onuitstaanbare kwast portretteert dat je hem zelf ook wel zou willen neerschieten) en Jean Hagen (al valt zij minder op dan in ‘Singin’ in the Rain’). Er is slechts één ‘rotte appel’: wellicht charmant bedoeld maar ronduit vervelend is David Wayne als de zingende overbuurman Kip die een oogje heeft op Amanda.

Het thema van ‘Adam’s Rib’ zal zes decennia na dato wellicht wat oubollig aandoen, en de premisse van de film is ook niet de meest spannende. Maar wie de film een kans geeft en in het perspectief van de tijd weet te plaatsen zal beloond worden. Het script is intelligent en de regie degelijk. Spencer Tracy en Katharine Hepburn vormen een boeiend stel dat heel dicht bij de werkelijkheid komt. De humor in deze film is tijdloos. Al deze aspecten tezamen maken van ‘Adam’s Rib’ een uitstekende klassieke battle of the sexes-film. Misschien niet het allerbeste werk van Cukor, Hepburn, Tracy of het scriptschrijversduo, maar absoluut de moeite waard.

Patricia Smagge