Adrift – Open Water 2 (2006)

Regie: Hans Horn | 95 minuten | drama, thriller | Acteurs: Susan May Pratt, Richard Speight Jr., Niklaus Lange, Ali Hillis, Cameron Richardson, Eric Dane, Mattea Gabarretta, Alexandra Raach, Wolfgang Raach, Kelly Wagner

Voor eenieder die de trailer van dit oerdomme, praktisch spanningloze stukje celluloid heeft gezien: prijs je gelukkig, want je hebt de beste momenten van de film al onder ogen gehad. Dat laat maar weer eens de kracht van montage, en weglating, zien, aangezien de in de trailer getoonde stukjes in de film zélf meestal niet eens werken. In de trailer zien we onweer, bloed, paniek, en natuurlijk enkele shots waarin barbiepop Michelle (Cameron Richardson) in haar summiere bikini op wulpse wijze voorover buigt naar haar lover Dan, hem aan zijn oor sabbelt, en te kennen geeft: “I’m hot. Let’s go swimming”. Maar godzijdank dat zij nog in de film zit, want anders was er bar weinig (kijk)plezier te beleven.

Echt waar, je kunt beter over de trailer praten, want over de film zelf valt weinig positiefs te melden. Het grootste en eigenlijk enige legitieme pluspunt van de film is Susan May Pratt. Hoe belachelijk het ook is dat haar personage Amy überhaupt mee gaat op dit “leuke” zeiltochtje – aan de hand van de manier waarop haar waterfobie gepresenteerd wordt, zou ze al bang zijn in de regen, en een reddingsvest aan moeten doen wanneer ze een fles water aan haar mond zet – in de laatste grofweg twintig minuten weet zij de kijker tenminste nog enigszins aan de film, of in ieder geval haar personage, te binden. Als ‘Adrift’ één ding duidelijk maakt, is het wel dat goede acteurs onontbeerlijk zijn voor goede dramatiek. Aan het einde van de film zorgen Pratts bezorgde, gekwelde uitdrukkingen er gelukkig voor dat we nog gaan geven om een personage en hopen op een goede afloop. Het grootste gedeelte van de film zit je echter te hopen dat ze maar snel verdrinken of door een bliksemflits, of gebrek aan hersencellen, het onderspit delven.

Aan de andere kant hadden we dan niet kunnen genieten van intens gevoelde zinnen als “I’m a person too” en “I’m no saint, but I like to think there’s something bigger out there. Because if not, we’re fucked”, of van handelingen zo gigantisch onzinnig of debiel dat zelfs een kleuter nog over de grond rolt van het lachen. Een bloemlezing: een werkend mobiel telefoontje wordt, zonder na te denken, een eind het water in gegooid; messen worden keer op keer verloren; een personage stoot zijn hoofd aan de onderkant van de boot omdat hij niet kijkt waar hij naartoe zwemt op weg naar boven; een geïmproviseerd touw wordt niet meer gebruikt wanneer blijkt dat de zwaarste persoon van het gezelschap er net niet mee op de boot weet te geraken; men besluit te gaan vechten wanneer met een mes in de zijkant van de boot steken niet lijkt werken, met een gewond personage en een plas bloed tot gevolg (waar natuurlijk haaien op af kunnen komen). O ja, en men is in staat om een medische diagnose te stellen door te kijken naar het bebloede oor van een personage: “Hij heeft een schedelfractuur. Hij moet zo snel mogelijk naar een ziekenhuis”. Een beetje een zinloze opmerking wanneer je bedenkt dat ze niet eens op de boot kunnen komen, maar goed, het maakt allemaal deel uit van de “charme” van ‘Adrift’, zullen we maar zeggen.

‘Adrift’, die in sommige landen ook de titel ‘Open Water 2′ heeft gekregen, kun je dus maar het beste voort laten dobberen, of liever, als een baksteen laten zinken. Het Australische ‘Open Water’, hoewel geen hoogstandje in plotwerk en creatie van personages, had tenminste nog fijne haaienterreur te bieden om de aandacht van de kijker erbij te houden. ‘Adrift’ kan vrijwel alleen bogen op onbedoelde komedie. Afgezien van de genadige (want korte) speelduur.

Bart Rietvink