Affliction (1997)

Regie: Paul Schrader | 115 minuten | drama, thriller | Acteurs: Nick Nolte, James Coburn, Sissy Spacek, Willem Dafoe, Mary Beth Hurt, Jim True-Frost, Brigid Tierney, Holmes Osborne, Tim Post, Christopher Heyerdahl, Marian Seldes, Paul Stewart, Janine Theriault, Wayne Robson, Sean McCann, Sheena Larkin, Penny Mancuso

Nick Nolte is een typisch Amerikaanse acteur: alles aan hem is groot en luid. In de meeste films waarin hij acteert, wordt hij ook zo neergezet (bijvoorbeeld ’48 Hours’). ‘Affliction’ is daarop geen uitzondering. Of toch wel?

‘Affliction’ blijkt niet de zoveelste film te zijn waarin Nolte grofgebekt in de porseleinkast rondgaat. Ja, uiteindelijk gaat die porseleinkast wel om, maar alles in deze film gebeurt met zon verstilde intensiteit dat zelfs het instorten van een porseleinkast op subtiele wijze gebeurt.

Nolte is politieagent Wade Whitehouse, die dienst doet in een klein dorpje dat eeuwig in de sneeuw lijkt te liggen. Het is hetzelfde dorp waarin hij is opgegroeid met broertje Rolfe en zijn ouders. Het alcoholisme van zijn vader en de bedomptheid van het dorp hebben Rolfe ertoe gebracht naar de grote stad te gaan, maar Wade is gebleven in zijn geboortedorp. Hij zou niet anders willen, maar ook niet anders kunnen.

Al snel blijkt dat Wade meer op zijn vader lijkt dan hem lief is. Iedereen die hem na aan het hart stond, lijkt zich uiteindelijk van hem te hebben afgekeerd. Zijn ex staat met grote moeite zijn dochtertje voor een weekend aan hem af, en van waardering of respect bij zijn meerderen is ook geen sprake. Alleen zijn nieuwe vriendin Marge (Sissy Spacek) en broer Rolfe, met wie hij lange telefoongesprekken houdt, lijken hem enigszins te willen begrijpen. Overigens krijg je bij Wade niet het beeld van een zielig figuur. Hij lijkt al deze conflicten aan zijn eigen onbeholpenheid te danken te hebben, wat hem een triestheid geeft die goed past bij de door sneeuw en bekrompenheid bedompte dorpssfeer.

Twee gebeurtenissen brengen een verandering teweeg bij Wade. Ten eerste is er de nogal geheimzinnige dood van een zakenman, waarbij Wades collega Jack (Jim True) betrokken lijkt te zijn. Een jachtongeluk of een koelbloedige moord? Feit is in ieder geval dat Wade Jack niet meer vertrouwt en dat deze situatie een bij hem blijkbaar altijd al latent aanwezige paranoia volledig tot leven brengt. Hij gaat op jacht naar een samenzwering waarbij iedereen betrokken lijkt te zijn.

De andere situatie is de dood van zijn moeder. Als Marge en Wade zijn ouders opzoeken, blijkt moeder in een steenkoud huis dood in bed te liggen, terwijl vader Glen zich warm houdt met alcohol. Wade besluit de zorg voor Glen op zich te nemen, maar al gauw blijkt dat niet liefde, maar een onverwerkt verleden hiervoor de reden is. Glen heeft zijn zoons altijd maar mietige jochies gevonden, een oordeel dat Rolfe wel redelijk verwerkt heeft, maar waar Wade nog altijd onder gebukt gaat.

De oude, zwakke Glen blijkt nu nog steeds verbaal en mentaal opgewassen tegen de grote Wade. De enige manier die Wade lijkt te kunnen bedenken om hierop te reageren, is door in de tegenaanval te gaan. Niet tegen zijn vader, maar tegen de samenzweringen in het dorp en tegen zijn ex.

Vooral uit de gesprekken die Wade heeft met zijn jongere broer Rolfe wordt langzaam maar zeker dat Wade zo zijn eigen ondergang tegemoet gaat. Juist deze rustige gesprekken maken duidelijk dat Wade steeds wanhopiger wordt. Een wanhoop die Rolfe ook wel lijkt te herkennen, maar waaraan hij ontkomt door ver van zijn geboortegrond te blijven. Door deze afstand begrijpt Rolfe Wade wel, maar echt helpen kan of wil hij niet.

Voor de buitenwereld wordt ook steeds duidelijker dat het niet goed gaat met Wade. Langzaam maar zeker vervreemdt hij van iedereen om zich heen. Niet verbazingwekkend dat Wade uiteindelijk alles en iedereen verliest: zijn werk, zijn dochter, zijn vader, Marge, en uiteindelijk zichzelf.

Het verhaal op zich maakt deze film niet tot de goede film die het is. Het verhaal is beklemmend maar niet erg verrassend, en de moord, waarmee het verhaal begint, raakt steeds meer op de achtergrond. Daarmee raakt Wade echter steeds meer op de voorgrond, en dat is goed.

Niet het verhaal op zich, maar de verbeelding ervan door regisseur Paul Schrader en de vertolking van de rollen door vooral Nick Nolte (voor deze rol voor een Oscar genomineerd) en James Coburn (die voor deze rol een Oscar kreeg) maken deze film tot een indrukwekkende vertoning van letterlijke en figuurlijke verstikking.

Een mooi voorbeeld hiervan wordt helemaal aan het einde van de film gegeven. Rolfe, die eigenlijk het hele verhaal vertelt, laat weten dat niemand weet waar Wade gebleven is. Ondertussen wordt het ondergesneeuwde landschap nog eens in beeld gebracht. Veel duidelijker hoeft toch niet.

Daniël Brandsema