Aguirre, der Zorn Gottes – Aguirre, the Wrath of God (1972)

Regie: Werner Herzog | 91 minuten | drama, oorlog, avontuur, geschiedenis | Acteurs: Klaus Kinski, Helena Rojo, Del Negro, Ruy Guerra, Peter Berling, Cecilia Rivera, Daniel Ades, Edward Roland, Alejandro Chavez, Armando Polanah, Daniel Farfán, Julio E. Martínez, Alejandro Repulles

‘Aguirre, der Zorn Gottes’ zou het begin van een langdurige en woelige samenwerking markeren tussen filmmaker Werner Herzog en de excentrieke acteur Klaus Kinski, en het werd meteen een hele vruchtbare. Kinski geeft een fascinerende vertolking van de meedogenloze Aguirre ten beste. Niet alleen zijn daden, maar zijn hele lichaamstaal verraadt een gluiperige persoonlijkheid. Als Grima Wormtongue (Brad Dourif) in ‘The Lord of the Rings’ schalkt hij als een kruiperig reptiel in de rondte, met zijn mankepoot en glurende ogen. Door dit dierlijke voorkomen doet hij tevens denken aan een personage dat Kinski later nog zou spelen, de übervampier Nosferatu, ook weer in een film van Herzog.

Kinski is één van de grootste krachten van de film. Hij maakt eigenhandig, dat wil zeggen tezamen met het vaak adembenemende camerawerk, de film de moeite waard en brengt een interessante diepte en absurditeit aan in een simpel verhaal. Een verhaalsoort die intrigerend kan zijn met de juiste vertolkingen en thematiek, zoals we ook konden zien in het zeer vergelijkbare ‘Apocalypse Now’. Ook in die film, die vrijwel in zijn geheel bestond uit een beklemmende riviertocht, bleef de werkelijke vijand meestal buiten beeld en moesten de hoofdrolspelers vooral tegen zichzelf en de (natuur)elementen vechten.

Echter, ondanks de altijd intrigerende Kinski en de mooie beelden van gebergtes en jungle, wil de film toch niet echt de diepte ingaan. De boodschap lijkt te zijn dat de mens tot vele gruweldaden in staat is wanneer deze macht en rijkdom kan vergaren, maar meer dan een simpele bevestiging van deze oude wijsheid lijkt de kijker hier niet te krijgen. Hoewel een gedeelte van de film wel degelijk de dramatiek van Coppola’s oorlogsfilm en de schoonheid van de films van Terrence Malick bereikt, zorgt de absurditeit en het over-de-top gehalte van Aguirre (de film en het personage) er soms voor dat het net is alsof je naar ‘Monty Python & the Holy Grail’ zit te kijken. De droge voice-over, de wijze van benoeming van de groepsleiders, beiden “tegen beter weten in”, Aguirre’s grappige dialoog – hij zal ‘t probleem dat een rivaal een kop groter is dan hij wel even snel oplossen – en een man die na een onthoofding nog even doorpraat: het draagt allemaal bij aan een wat luchtigere toon.

Niet dat dit heel veel afbreuk doet aan de film. Het was zeer waarschijnlijk een bewuste keuze van Herzog om de absurditeit en (grootheids)waanzin van de mens op deze manier aan te zetten. Daarbij zorgt het voor een film die op verschillende manieren gewaardeerd kan worden. Als een lichtkomische en ironische bespiegeling, als een serieuze karakterstudie, als onderzoek naar de dierlijke instincten van de mens en zijn band en contrast met de natuur. Kortom, ‘Aguirre, der Zorn Gottes’ heeft van alles een beetje, en bij herhaaldelijk kijken vermoedelijk steeds meer.

Bart Rietvink