Ah! Les belles bacchantes – Peek-A-Boo (1954)

Regie: Jean Loubignac | 95 minuten | komedie, musical | Acteurs: Robert Dhéry, Colette Brosset, Louis de Funès, Raymond Bussières, Roger Caccia,  Jacqueline Maillan, Francis Blanche, Jacques Beauvais, Jacques Jouanneau, Jacques Legras, Roger Saget, Simone Claris, Robert Destain, Guy Piérauld, Michel Serrault, Marthe Serres, Dominique Tirmont, Les Bluebell Girls, Rosine Luguet

Behoorlijk flauwe farce uit Frankrijk over één dag van repetities en audities voor een revue, die een paar goede momenten kent, maar uiteindelijk niet veel bijzonders te bieden heeft. Als losse verzameling sketches zonder een echt goed doortimmerd verhaal, heeft de film een paar grappige persiflages op musicals in petto, maar een groot deel van de speelduur wordt gewijd aan nutteloze terzijdes en onleuke optredens. Een parodie is pas echt geslaagd als het mikpunt van de spot ook echt geraakt wordt, maar zulke treffers zijn te spaarzaam en met te grote tussenposen.

Robert Dhéry speelt min of meer zichzelf als leider van de repetitie. Dhéry schreef het toneelstuk waar de film op gebaseerd is en heeft zichtbaar plezier als de soms tot wanhoop gedreven man die zijn productie telkens opnieuw door kleine en grotere tegenslagen getroffen weet. Ook medespelers Jacques Degras, Jacqueline Maillan en Colette Brosset spelen versies van zichzelf, met wisselend succes. Brosset, die ook de choreografie voor haar rekening nam, is bijvoorbeeld een tikje te oud om echt geloofwaardig te zijn als eenvoudig meisje in een armenhuis. In aardige bijrollen kibbelt het stel Raymond Bussières (als de loodgieter van het theater) en Rosine Luguet (als zijn achterdochtige verloofde Rosine) lustig tussen de bedrijven door. Een piepkleine rol is weggelegd voor de latere topacteur Michel Serrault in zijn debuut als muzikant. De onbetwiste ster van het gezelschap is uiteraard Louis de Funès als inspecteur Michel Leboeuf. Het is geen hoofdrol, maar zo’n beetje de motor waar het geheel op draait. En hoewel zijn rol nergens behoorlijk uit de verf komt, is dat nauwelijks aan De Funès te wijten, die met zijn borstelsnor, rare gezichten en kippengeluiden de meeste aandacht naar zich toetrekt.

De film zal echter vooral de aandacht hebben getrokken vanwege het vele bloot dat er te zien is. Veel van de dames lopen topless of met nauwelijks bedekkende kleding rond. Een aantal scènes lijkt speciaal geschreven om ervoor te zorgen dat er topless of in ondergoed rondgelopen moest worden: zo is er sketch met een modeshow – waarbij de jurken niet geleverd zijn (maar waarbij gewoon commentaar wordt gegeven alsof het wel zo is) en daarna is er nog een sketch waarin een groep danseressen in doorschijnende regenjasjes zonder kleding eronder rondhuppelen. Om over een gevecht tussen twee ouvreuses waarbij ze elkaar de kleren van het lijf scheuren nog maar te zwijgen. Dan wordt het soms wel een tikje gênant om te zien in welke bochten de makers zich wringen om de naakte lichamen van de dames uit te venten. Op zich was (en is) een naakt vrouwenlichaam geen ongewoon verschijnsel in de Franse cabarets, maar voor het witte doek is het toch een tikkeltje anders. Zeker in 1954. Het zou in Hollywood in die tijd bijvoorbeeld ondenkbaar zijn dat er topless vrouwen zouden optreden.

‘Ah! Les belles bacchantes’ is zeker geen topper, maar is wel een verdere stap voorwaarts geweest in de carrière van De Funès, die in een sneltreinvaart films afleverde. In hetzelfde jaar werden nog achttien films waarin hij meespeelde uitgebracht. Hiermee was hij hard op weg om de populaire komiek van Frankrijk te worden – en te blijven.

Hans Geurts