All God’s Children Can Dance (2007)

Regie: Robert Logevall | 85 minuten | drama | Acteurs: Joan Chen, Tzi Ma, Jason Lew, Sonja Kinski, John Fleck, Darlene Kardon, Shadley De Vera, Tara Avise, Sam Kaufman, Jabez Zuniga, Eden Rountree, Saachiko, Evan Arnold, Victor A. Chapa, Jamie Starr, Jacob Witkin, Latreal Compton, L.J. Benet, Simone Gad, Kevin Phan, Jackie Goldberg, Samantha Aguilar, Chris Abani, Geoffrey Gould, Yuriana Kim

Joan Chen is lang weggeweest van het Amerikaanse grote scherm. Ze speelde de laatste tien jaar vooral in films uit China, haar geboorteland. Hoogtepunt is een rol in Ang Lee’s ‘Lust, Caution’ uit 2007. Chen’s terugkeer naar Amerika is niet opzienbarend en dat ligt niet per se aan haar spel.

Het ritme van de vertelling klopt vaak niet. Het tempo ligt laag, maar dat hoeft geen probleem te zijn. Het trekt vaak onnodig. Als je iets kleins wilt vertellen kun je daar minder tijd voor gebruiken, heb je minder shots nodig. Veel shots duren te lang, zonder echt iets te zeggen.

Dat komt doordat regisseur Robert Logevall een kunstfilm heeft proberen af te leveren. Een film die eens niet alles uitlegt en geen standaard verhaaltje heeft. Okay prima, maar toch moeten de beelden betekenis hebben om boeiend te blijven. Logevall besteedt veel aandacht aan camerastandpunten en maakt fotografische, creatieve beeldcomposities, wat hier en daar mooi beeldmateriaal oplevert. Vaak echter zo zonder context, dat het stoort.

Ook verhalende details zijn soms overbodig, hebben geen toegevoegde waarde, zoals het feit dat Kengo een enorme penis heeft. Als een soort running gag wordt het gegeven soms op tafel gelegd (nee, niet letterlijk), maar je vraagt je dan toch af: waarom? Er gebeurt niets mee, verhalend dan, symbolisch wellicht? Maar waarvoor dan? Wat overblijft, is een Tarantino-achtig detail, wat in zijn universum had gewerkt, maar hier in de lucht blijft hangen.

Logevall begon zijn filmcarrière als artdirector voor een paar tv-films. ‘All God’s Children Can Dance’ is zijn regiedebuut en het mag duidelijk zijn dat hij zijn beeldende achtergrond nog niet helemaal achter zich heeft gelaten. Dat hij kan regisseren is een feit, een aantal mooie scènes, zoals die met de oudere vrouw in de bus, bewijzen dat. Hij heeft een visie en hij heeft acteurs die best kunnen spelen. Die overall visie is echter wat gezocht en leunt te veel op ‘goede ideeën’, vooral in de vormgeving.

Aan het einde krijgen we nog een verklaring voor de titel, niet met woorden uitgelegd, maar in beeld en handeling, zoals het hoort. Alleen is die verklaring er wel heel erg met de haren bij gesleept. ‘Much Ado about Nothing’ was een betere titel was geweest, maar ja, die bestond al.

Arjen Dijkstra