All of Us Strangers (2023)

Recensie All of Us Strangers CinemagazineRegie: Andrew Haigh | 105 minuten | drama, fantasie | Acteurs: Andrew Scott, Paul Mescal, Carter John Grout, Jamie Bell, Claire Foy, Ami Tredrea

Hoe smeulend intens wil je een film hebben? Laat dat maar over aan filmmaker Andrew Haigh. Eerder bewees Haigh (ooit beginnend editor op ‘Gladiator’ (Ridley Scott, 2000)) zijn talent voor fijnzinnige en indringende portretten met ‘Weekend’ (2011) en ‘45 Years’ (2015). In ‘All of Us Strangers’ combineert hij met grote finesse eerdere ideeën uit zijn compacte oeuvre en verbeeldt hij op meeslepende manier hoe hoofdpersoon Adam omgaat met eenzaamheid en een groot, soms ondraaglijk, verlies.

De televisiescriptschrijver Adam (Andrew Scott) is recentelijk verhuisd naar een grote woontoren net buiten het centrum van Londen. Het gebouw is nog half in aanbouw en de alleenstaande veertiger is één van de eerste bewoners. Op een zekere avond klopt de beschonken Harry (Paul Mescal) aan. De eind twintiger wil medebewoner Adam graag leren kennen maar een one-night-stand behoort ook tot de mogelijkheden. Tijdens de volgende terloopse ontmoetingen, die bomvol staan van gesprekken en seks, slaat de vonk over tussen de twee.

Zo nu en dan neemt Adam een trein naar een Londense buitenwijk. Aan de hand van jeugdfoto’s belt hij aan bij een vrijstaand huis waarin een koppel van ongeveer zijn leeftijd woont. Het blijken zijn ouders te zijn, alsof herrezen uit de dood. Zijn vader (Jamie Belle) en moeder (Claire Foy) kwamen namelijk om bij een auto-ongeluk dertig jaar geleden. De drie praten over koetjes en kalfjes maar ook over hoe het Adam tegenwoordig vergaat. Bovendien stoppen zijn ouders hem in voor het slapen. Adam voelt zich er veilig en geliefd. Echter hoe legt hij uit aan Harry, die ook zijn rugzakje heeft, dat hij bezoekjes brengt aan zijn overleden ouders.

Voor het scenario baseerde Haigh zich op de roman ‘Strangers’ van de Japanse schrijver Tachi Yamada waarin een eenzame eindveertiger een koppel bezoekt dat heel erg lijkt op zijn overleden ouders. Hoewel hij er troost in vindt, wordt hij steeds zieker door het echtpaar te ontmoeten. Deze spookverhalen zijn vrij normaal in de Japanse cultuur, de oude filmmeester Kenji Mizoguchi gebruikte ze al. Ook had Yamada’s roman bronmateriaal kunnen zijn voor de film ‘Histoire de Marie et Julien’ (Jacques Rivette, 2003) die sterk verwant voelt aan ‘All of Us Strangers’. Of wat te denken van het benauwende ‘Cria Cuervos’ (Carlos Saura, 1976)? Zo kom je al snel uit bij de films van Luis Buñuel waarin de doden converseren met levenden alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. In deze tradities beweegt Haigh zich als een vis in het water.

Aan plot doet Haigh weinig. Hij kiest voor een meanderende sfeerschets dat in feite een psychologisch portret over twee queer mannen is. Om dit, inclusief de geestverschijningen, op zijn voeten te laten landen is een doorgewinterde cast haast een must. Met Scott en Mescal, die wederom bijna de show steelt in zijn nog prille carrière, Foy en Bell heeft Haigh een klein acteerensemble om de vingers bij af te likken. Je ziet het leven in hun gezichten getekend staan. Daarnaast zijn de cameravoering van Jamie D. Ramsay en de muziek door Emilie Levienaise-Farrouch puntgaaf. Wel vraag je je soms af waar de andere stadmens is. Ook buiten de liefde vinden toevallige breekbare ontmoetingen plaats. Of is het leven voor sommigen in de grote stad werkelijk zo vluchtig en eenzaam? In de geest van de film is hier weinig meer antwoord op dan de bovennatuurlijke kracht van liefde.

Roy van Landschoot

Waardering: 4.5

Bioscooprelease: 25 januari 2024