Angel’s Egg – Tenshi no tamago (1985)
Regie: Mamoru Oshii | 72 minuten | animatie, fantasie, science fiction | Originele stemmencast: Mako Hyôdô, Jinpachi Nezu, Keiichi Noda
Tien jaar voordat Mamoru Oshii wereldfaam zou verwerven met zijn invloedrijke anime ‘Ghost in the Shell’ maakte hij het persoonlijke, ‘kleine’ maar zeker niet minder indrukwekkende werk ‘Angel’s Egg’, een relatief abstract audiovisueel kunstwerk dat grossiert in religieuze en existentiële thematiek en symboliek; en dat voortdurend uitdaagt en intrigeert. Vanaf de eerste seconde ben je als kijker geboeid, onder de indruk en probeer je de beelden zo goed mogelijk te duiden, steeds benieuwd naar wat er komen gaat. Precies hoe cinema zou moeten zijn.
De handgetekende en (los van de personages) grotendeels monochrome animatiefilm staat bol van de sfeer. Dat is ook meteen zijn grootste kracht: de beleving die wordt opgewekt bij de kijker (en luisteraar).
Het begint met twee handen tegen een donkere achtergrond, die langzaam (en geluidloos) achtereenvolgens open en dicht gaan. Vervolgens een cocon of ei met een vogelachtig wezen erin, dat omhoog wordt gehouden door een soort tak, met een donkere, onheilspellende lucht op de achtergrond. Dan een cut naar een shot met een jongeman met enorm wapen (in de vorm van een kruis) op zijn schouder, een pose bekend uit vele Final Fantasy-games (die zijn ontworpen door dezelfde art director, Yoshitake Amano). De jongeman kijkt de kijker recht aan en staat voor een schijnbaar neergestorte machine of ruimteschip, met grote tandwielen. Nu weer een bloedrode hemel en wolkendek, gevolgd door een nog imposanter beeld van de machine, dat verschillende (schotel)antennes lijkt te hebben. Als je goed kijkt zie je rechts onderin de jongeman staan, waarbij het gigantische formaat van de machine duidelijk wordt. En, vooral, de nietigheid van de man, die enkele seconden eerder nog zo’n stoere indruk maakte.
Niet veel later zien we een enorme globe die uit de hemel neergedaald komt, met vele rijen beelden van mensen (soldaten, heiligen?) en in het midden iets dat lijkt op een oog. Vlak voor de landing klinken er ineens fluittonen en zien we stoom uit verschillende pijpen ontsnappen, als van een kerkorgel. Het design heeft wel iets steampunk-achtigs. Het ruimteschip produceert heel veel rook en landt dan, terwijl de jongeman stoïcijns toekijkt. Op de soundtrack zijn verschillende mysterieuze geluiden en tonen te horen: strijkers, koren, piano, cimbalen, windgeluiden: muziek en een soundscape die je grijpen en in het begin wel wat doen denken aan György Ligeti’s stemmige soundtrack voor ‘2001: A Space Odyssey’, een film die overigens in meerdere opzichten een zielsverwant is met deze film.
Het punt is: er zijn amper vier minuten voorbij en vrijwel iedere seconde zit je op het puntje van je stoel, optimaal geprikkeld door het ene indrukkende beeld (én geluid) na het andere. Daarbij ben je voortdurend aan het proberen om, in de beste zin van het woord, erachter te komen waar je nu eigenlijk naar zit te kijken en hoe alles met elkaar samenhangt. Spoiler, hier kom je niet achter… en dat geeft de film precies zijn kracht. Het houdt je scherp, actief en continu op zoek naar betekenis, verbanden en diepere lagen. Die zijn er absoluut maar het ‘fijne’ is dat er verschillende interpretaties op los zijn te laten, wat het de ideale film maakt om later na te bespreken… én keer op keer te bekijken.
Het klinkt misschien als teveel werk om deze film te bekijken of ervan te kunnen genieten maar bijna het tegendeel is waar. Ja, het is een andere manier van het consumeren van een film dan de meesten gewend zijn, maar het is juist bevrijdend om niet exact te hoeven weten of bijhouden wat er allemaal speelt. En als de beelden bovendien zóveel indruk maken dat je continu je ogen uitkijkt, zonder de betekenis te hoeven weten, dan maakt het eigenlijk niet uit wie je bent of wat je achtergrond is. Dat is ook precies hoe Stanley Kubrick ‘2001: A Space Odyssey’ zag: als een film die met zijn beelden, geluiden en emoties iedereen op een persoonlijke manier kan aanspreken.
Naar eigen zeggen heeft Mamoru Oshii zich (ook) laten inspireren door de films van Andrei Tarkovsky en dit is zeker terug te zien in de film. Niet alleen de religieuze thematiek, maar ook de lange takes en desolate landschappen doen denken aan het werk van de Russische meesterregisseur. Met die prominente aandacht voor die landschappen lijkt de filmmaker iets te willen zeggen over onze plaats of betekenis in de wereld. Zo komen de landschappen vaak eerder in dan de personages die ze bevolken, zien we vaak eerst een shot van boven – van een gotisch gebouw of grot met enorme geraamtes (die wat doen denken aan omgevingen in Ridley Scotts ‘Alien’) – en worden de personages als heel klein onderdeel van hun omgeving getoond, om onze nietigheid in het universum nog eens extra te benadrukken. En dat doet wat met de kijker.
Is er dan echt geen verhaal of plot? Of een personage om ons mee te identificeren? Ok, vooruit, er is wel iets om je aan vast te houden, maar veel is het niet. Feitelijk staat een meisje met lange witte haren centraal dat de hele tijd een ei met zich meedraagt. Het is haar doel dit ei te beschermen en het (op natuurlijke wijze) uit te laten komen. Ze vermoedt dat er een vogel in het ei zit; een waarschijnlijk mythologische vogel, waar ook de jongeman met het ‘kruiswapen’ over spreekt wanneer hij de Bijbel citeert over de zondvloed. Kennelijk had God een vogel opdracht gegeven om – nadat hij al het leven van de aarde had weggespoeld – te checken of het alweer een beetje begon op te drogen. Vervolgens is de vogel nooit meer teruggezien. Wat de vogel precies moet of zal gaan doen als het ooit uit het ei komt, weten we niet, maar dat het ei symbool staat voor leven en hoop, lijkt wel duidelijk. Het is het enige positieve of hoopvolle element dat de film voortstuwt. Een belangrijke gebeurtenis rond het ei laat in de film zorgt daarom voor een heel krachtige emotionele reactie. Bij het meisje én de kijker.
Meestal is de band of reactie echter niet zo sterk. Hoewel je vrijwel continu het filmbeeld aan het bewonderen bent of muziek en geluiden aan het ‘opzuigen’ (zoals dat van regelmatig beierende kerkklokken) kan het gebrek aan identificatie met de personages en het summiere verhaal de betrokkenheid wel wat in de weg staan. Dit heeft uiteraard te maken met de vorm van de film – die op een heel ander soort connectie mikt – maar hierdoor kan de kijker wel (te veel?) afstand ervaren. En als visueel een bepaald idee te vaak wordt herhaald of scènes te lang worden uitgerekt – zoals een twee minuten durende scène met als enig bewegend element een knapperend haardvuur (alsof je naar een screensaver zit te kijken) – is het goed mogelijk dat je als kijker wat ongeduldig wordt.
Maar eigenlijk is bovenstaande nauwelijks een bezwaar: ‘Angel’s Egg’ is zo fascinerend en in beeld en geluid zo meeslepend dat het een beleving is die iedereen zou moeten ervaren. Liefst op een zo groot mogelijk scherm en met een geluidsinstallatie die je volledig onderdompelt in de prachtige visie van regisseur Mamoru Oshii, art director Yoshitake Amano en componist Yoshihiro Kanno. Laat dit kunstwerk niet aan je voorbijgaan.
Bart Rietvink
Waardering: 4.5
Bioscooprelease: 11 december 2025 (40th Anniversary – 4K Restoration)
