Anima (2024)

Recensie Anima CinemagazineRegie: Josefien van Kooten, Anna Witte | 25 minuten | documentaire

‘Anima’ is een visueel puzzelstuk, een poëtisch filmessay met beperkte narratie dat fundeert op een beeldencompositie en sounddesign. Het is dan ook moeilijk om echt iets van deze film te vinden, behalve dat de beelden je aanspreken en de sounddesign intrigeert. Maar misschien waren de makers van deze documentaire – Josefien van Kooten en Anna Witte – zelf ook zoekende naar wat ‘Anima’ precies moest vertellen.

De film opent met de zin: “Wij maken dingen, maar de dingen maken ook ons.” Wat volgt, is het beeld van een wagen die zelfstandig een container vervoert door de Rotterdamse haven. Deze introductie lijkt aan te sturen op een verhaal over machines en hun invloed op ons leven. Maar al snel wordt duidelijk dat de film niet alleen gaat over technologie, maar ook over hoe mensen steeds meer als verlengstuk van die machines functioneren – zowel fysiek als emotioneel.

In stijl doet de film denken aan ‘4 Elements’ van Jiska Rickels. Net als in ‘4 Elements’ wordt in ‘Anima’ geluid uiterst effectief ingezet. De sounddesign transformeert zich soms tot muziek, en ook ‘4 Elements’ begint met een citaat, waarna het de kijker volledig aan de beelden overlaat. Maar waar Rickels in haar film mensen portretteert als universele wezens, tonen Van Kooten en Witte juist een onderscheid. Zo zien we een tiental Aziatische en Zuid-Amerikaanse mannen. Ze arriveren, eten, missen hun familieleden en lijken eigenlijk de gehele film voortdurend te moeten wachten. Ze worden medisch getest, een predikant begeleidt hen, wat meer aanvoelt als opdringen, terwijl ze christelijke liederen zingen, begeleid door karaoketeksten op een televisiescherm. Dit alles, aangezet door de sounddesign, geeft het gevoel dat deze mannen als moderne gladiatoren worden klaargestoomd voor iets groots, iets gevaarlijks – werk dat witte Nederlanders op de achtergrond liever ontwijken.

In een surrealistische wereld van staal en beton, waar gigantische kranen en machines, als tijdloze reuzen, over de horizon heersen en menselijke figuren in de immense schaal van productie en logistiek verdwijnen, keren we soms terug naar dit groepje mannen. Wat er precies met hen te gebeuren staat, blijft echter onduidelijk. Waarschijnlijk zullen de meesten op een schip gaan werken, maar hoe dat zich verhoudt tot het thema van de mens als machine, wordt niet expliciet uitgelegd. Misschien willen Van Kooten en Witte juist bewust een deel van het verhaal verborgen houden en de kijker uitdagen om zelf na te denken. Maar die keuze maakt het lastig om echt vat te krijgen op wat de film ons wil vertellen.

‘Anima’ verschuift gaandeweg van een verhaal over machines naar een reflectie op eenzaamheid en vervreemding. Een groep mannen die in dit grotere geheel nauwelijks een stem hebben, gevangen in een surrealistische, kille wereld van staal en ijzer waar God soms ver te zoeken is.

Misschien is dat wat Van Kooten en Witte ons wil laten zien: hoe machines niet alleen het productieproces domineren, maar ook de mens zelf, die steeds meer een schakel wordt in een onpersoonlijk systeem. De film is daarbij een soort machine op zichzelf, koud en afstandelijk, die de kijker zonder narratief houvast aan zichzelf overlaat. Toch blijft ‘Anima’ een visueel en auditief verbluffend werkstuk, dat door zijn visuele composities en het inventieve gebruik van geluid blijft intrigeren.

Tegelijkertijd laat de film de kijker achter met vragen. Wie zijn deze mannen? Hoe ervaren zij deze vreemde wereld? Waar leidt hun weg naartoe? Deze details worden niet verder uitgediept, waardoor de film soms meer afstand creëert dan verbinding. Maar dat Van Kooten en Witte kunnen filmen, is onmiskenbaar. Het resultaat is een poëtisch en intrigerend werk dat even vervreemdend als fascinerend is.

Martijn Smits

Waardering: 3

Speciale vertoning: Nederlands Film Festival 2024
TV-release: 4 november 2024