Any Which Way You Can (1980)

Regie: Buddy van Horn | 110 minuten | actie, komedie, romantiek, muziek | Acteurs: Clint Eastwood, Sondra Locke, Geoffrey Lewis, William Smith, Harry Guardino, Ruth Gordon, Michael Cavanaugh, Barry Corbin, Roy Jenson, John Quade

Voordat Clint Eastwood een gelauwerde regisseur was van dramatoppers als ‘Unforgiven’, ‘Mystic River’, en ‘Million Dollar Baby’, kwam hij als acteur nog wel eens opdagen in domme, luchtige b-films. ‘Any Which Way You Can’ is er hier één van. Geen mysterieuze man zonder naam dit keer, maar een simpele straatvechter die met zijn trouwe kameraad Clyde de Orang Oetan, het straatbeeld verlevendigt. Clyde is een vaste klant in de locale bar en niemand lijkt op te kijken van zijn aanwezigheid. Totdat ze naar een andere stad moeten natuurlijk. Dan moeten er allerlei capriolen uitgehaald worden om Clyde van A naar B te krijgen. Zo wordt hij op een gegeven moment in een jurk gehuld en bij een moteleigenaar geïntroduceerd als “tante Josephine”.

Er worden allerlei plotjes “uitgewerkt” in de film, maar het leukst is het toch wanneer Clyde in beeld is, en hij weer iets typisch “aaps” of juist typisch menselijks doet, wat niet altijd zo ver uit elkaar ligt. Hij is een handige passagier om in de auto te hebben wanneer het knipperlicht kapot is, want hij steekt gewoon zijn hand uit het raam wanneer je moet afslaan, een vaardigheid die ook van pas komt wanneer er iemand buiten westen geslagen moet worden.

Clyde is overal bij, of Philo (Eastwood) nu in bed ligt, of een auto uit elkaar aan het slopen is. In dit laatste is Clyde bijzonder vaardig, wat we goed zien wanneer er een gangster bij Philo langskomt om een afspraak af te handelen. Philo geeft het bevel “auto uit elkaar halen” en Clyde gaat aan het werk, terwijl de gangster nog in het voertuig zit. Deuren worden uit hun voegen getrokken, bumpers vliegen door de lucht, en het dak wordt ingedeukt. Prettige reis!

De centrale verhaallijn is een soort variant op ‘Rocky’ met als twist dat de vechters vrienden worden en zelf de regels maken. De vechtscènes zijn niet erg bijzonder maar maken wel af en toe leuk gebruik van het eerste persoonsaanzicht, waarbij de kijker als het ware de klappen krijgt.

Verder zijn er nog subplotjes die zich concentreren op het liefje van Philo, een wraakzuchtige motorbende die we nog kennen uit ‘Any Which Way But Loose’, het avontuur van de moeder van Philo, en het wel en wee van het leven van gangsters die rekenschap meten afleggen aan de maffia. Maar weinig hiervan is echt de moeite waard. Philo en Clyde maken de film nog redelijk genietbaar. De rest is tamelijk oninteressante opvulling.

Bart Rietvink