Arachnophobia (1990)

Regie: Frank Marshall | 103 minuten | komedie, science fiction, horror, thriller | Acteurs: Jeff Daniels, Harley Jane Kozak, John Goodman, Julian Sands, Stuart Pankin, Brian McNamara, Mark L. Taylor, Henry Jones, Peter Jason, James Handy, Roy Brocksmith, Kathy Kinney, Mary Carver, Garette Ratliff Henson, Marlene Katz

Een diepgewortelde en vaak irrationeel aandoende angst voor spinnen is een kwaal waaraan tal van mensen lijden. Ook in de filmwereld is dit thema al veelvuldig uitgemolken. Meestal nemen de spinnen in dergelijke films de gedaante aan van buitenproportioneel grote monsters, zoals bijvoorbeeld in ‘Tarantula’ of ‘Eight Legged Freaks’.

‘Arachnophobia’ zoekt het echter niet in dergelijke overdrijvingen, maar benadert het thema op een meer alledaagse en realistische manier. De nachtmerrie begint als een uiterst agressieve en giftige Zuid-Amerikaanse spin als verstekeling in de kist van een overleden expeditielid meereist naar het rustige Californische plattelandsstadje Canaima. Eenmaal daar aangekomen paart de spin met een lokale huisspin waardoor er een nieuw ras uiterst giftige en gevaarlijke spinnen ontstaat. Ironisch genoeg hebben de spinnen uitgerekend de schuur van de nieuwe dorpsarts (die als de dood is voor spinnen) als hun broedplaats uitgekozen.

‘Arachnophobia’ is een aardige variant op de monsterfilm waarin een menselijke gemeenschap wordt geteisterd door bepaalde moorddadige uitwassen van Moeder Natuur. De zorgvuldige spanningsopbouw en de realistisch aandoende spinnen zorgen er in ieder geval voor dat het thriller- en spanningselement goed uit de verf komt en uiteindelijk uitmondt in een redelijk ijzingwekkende finale. Voor mensen die reeds bang zijn voor spinnen zal het uitzitten van deze film een veeleisende klus zijn en degenen onder ons die op dit vlak niet zo bang aangelegd zijn, zullen toch op zijn minst nog een keer de lakens uitkloppen voor het slapen gaan en de kamer aan een grondige inspectiebeurt onderwerpen.

‘Arachnophobia’ is echter niet alleen een griezelfilm. Voor humor is namelijk ook een prominente plaats ingeruimd in deze rolprent. Met name het optreden van John Goodman als de onbehouwen en boerse plaatselijke insectenbestrijder Delbert McClintock is in dit opzicht vermeldenswaardig. Opvallend genoeg blijken de doodsangsten die de arme dokter Jennings uit moet staan wanneer hij omringd is door spinnen zijn gevoel voor humor ook nauwelijks noemenswaardig aan te tasten. Natuurlijk bevat het verhaal af en toe wel wat onlogisch aandoende elementen (bijvoorbeeld de veronderstelling van Jennings en zijn vrouw dat het metersgrote web in hun schuur gefabriceerd is door een gewone huisspin of het feit dat de gezaghebbende spinnenprofessor Atherton zich wel erg gemakkelijk in de luren laat leggen door zijn geleedpotige studieobjecten), maar erg storend is dit allemaal niet.

Personen die geen last hebben van de in de titel van deze film genoemde kwaal en een goede thriller met een stevige scheut droge en zwarte humor wel kunnen waarderen, doen er verstandig aan om deze film eens te huren of aan hun filmcollectie toe te voegen. De spinnenhaters onder ons zullen na het bekijken van deze prent hun oordeel over onze achtpotige vrienden niet zo snel bijstellen.

Frank Heinen