Ascent (2016)

Recensie Ascent CinemagazineRegie: Fiona Tan | 80 minuten | drama | Acteurs: Hiroki Hasegawa

De vulkaan Fuji in Japan is precies hoe je een vulkaan voorstelt: een perfect concentrische kegel met een afgevlakte top waar de krater is, en rondom de krater nog een randje sneeuw voor de aankleding. Een iconische vulkaan dus, en een bron van religie, mystiek en symbolisme. En in Japan natuurlijk ook object van nostalgische affectie, net zoals de bloesemboom. Alleen waar de bloesemboom staat voor de vergankelijkheid van de schoonheid, is de schoonheid van Fuji schijnbaar onveranderlijkheid. Door de eeuwen heen neemt het zijn iconische plaats in op tekeningen, gravures, schilderijen en foto’s. Een van de bekendere werken waarin Fuji centraal staat, is de ukiyo-e prentenserie ‘Zesendertig gezichten op de berg Fuji’ (1858) van Utagawa Hiroshige waarin de berg vanuit verschillende gezichtspunten is te zien.

In ‘Ascent’ (2016) stapt kunstenares Fiona Tan in die traditie en toont ons de ongrijpbaarheid van de berg Fuji als cultureel icoon in vierduizend foto’s en tachtig minuten. Het is een bonte verzameling van honderdvijftig jaar aan fotografie: negentiende eeuwse fotoshoots met Japanners of westerlingen in traditioneel Japanse kledij en een geschilderde Fuji als decor; stereoscopische foto’s van klimpartijen; militaire propagandafoto’s uit de Tweede Wereldoorlog met keizer Hirohito; spectaculaire luchtfoto’s; recente kiekjes gemaakt met mobiele telefoons, en nog veel meer. De foto’s zijn gegroepeerd op onderwerp, tijdsmoment en gezichtspunt. De berg is gefotografeerd vanuit een ogenschijnlijk oneindig aantal verschillende landschappen door de tijd heen: dorpjes, meren, bossen, bloemenvelden, industrieën en natuurlijk hoofdstad Tokio (dat slechts honderdentwaalf kilometer verderop ligt). Het lijkt wel alsof er niet aan de strenge contouren van Fuji valt te ontsnappen; de alomtegenwoordige berg als geheimzinnige derde in talloze afgebeelde taferelen.

Naast Fuji zijn er nog twee personages, Mary (Tan zelf) en Hiroshi, wier monologen als voice-over met elkaar zijn vervlochten. Mary reflecteert op de Fuji fotoverzameling van haar overleden geliefde Hiroshi, en op zijn brief aan haar waarin hij zijn beklimming van de berg beschrijft. Die vertellingen van Mary en Hiroshi houden de kijker bij de les, ze structureren de volgorde van de foto’s en suggereren een verhaallijn. Ook bevatten ze historische en filosofische terzijdes, die weliswaar interessant zijn maar regelmatig blijven steken in algemeenheden. Zo verwijst zij naar Van Gogh die veel waardering had voor de idyllische ukiyo-e prenten. Deze prenten op basis van houtsnedes circuleerden volop in het Europa van de negentiende eeuw, nadat ze in Japan als ouderwets werden beschouwd. Van Gogh zag de Japanner als een ongecompliceerd volk, levend in harmonie met de natuur. Tan merkt terecht op dat Japanners alles behalve ongecompliceerd zijn. Welk volk is dat wel? Maar ze legt dit niet uit in de context van haar onderwerp. Ook Mary’s overpeinzingen over het verschil tussen film en fotografie komen niet helemaal uit de verf. Dat is niet zo erg, het past bij de ongrijpbaarheid van haar onderwerp; deze obsessieve relatie tussen mens en berg wacht op een verklaring dat zich maar niet laat aandienen. Het gebrek aan synergie tussen beeld en voice-over wordt echter goedgemaakt door de bij vlagen beeldschone en hypnotiserende collage van foto’s die samen meer zijn dan hun afzonderlijke delen.

Alberto Ciaccio

Waardering: 3.5

Bioscooprelease: 18 mei 2017