Au revoir les enfants (1987)

Regie: Louis Malle | 104 minuten | drama, oorlog | Acteurs: Gaspard Manesse, Raphael Fejtö, Francine Racette, Stanislas Carré de Malberg, Philippe Morier-Genoud, François Berléand, François Négret, Peter Fitz, Pascal Rivet, Benoît Henriet, Richard Leboeuf, Xavier Legrand, Arnaud Henriet, Jean-Sébastien Chauvin, Luc Etienne, Daniel Edinger, Marcel Bellot, Ami Flammer, Irène Jacob, Jean-Paul Dubarry, Jacqueline Staup, Jacqueline Paris, René Bouloc, Alain Clément, Michael Rottstock, Detlef Gericke, Michael Becker, Thomas Friedl, Christian Sohn, Michel Ginot, Philippe Despaux

“Hoe langer ik leef, hoe minder ik ideeën vertrouw en hoe meer ik luister naar emoties,” aldus Louis Malle (1932-1995). De Fransman was een van de meest veelzijdige filmmakers van de twintigste eeuw. Hij begon zijn carrière als exponent van de Nouvelle Vague, maar verkende al gauw diverse genres, stijlen en landen. Malle was vastbesloten zichzelf steeds opnieuw uit te vinden, wat behalve hoogtepunten als de stijlvolle thriller ‘Ascenseur pour l’échafaud’ (1958) en ‘Atlantic City’ (1980), waarin Burt Lancaster schittert als weemoedig geworden kleine crimineel, ook missers als de mislukte misdaadkomedie ‘Crackers’ (1984) opleverde. Sommige van Malles meest geslaagde films gaan over adolescentie, zoals het taboedoorbrekende semi-autobiografische ‘Le souffle au coeur’ (1971), over de bijzondere liefde tussen een tiener en zijn moeder. Ook ‘Lacombe Lucien’ (1974), waarin een simpele plattelandsjongen zich aansluit bij de fascisten in het bezette Frankrijk, past in dit plaatje. Malles laatste grote hoogtepunt was ‘Au revoir les enfants’ (1987), een ontroerende en op de eigen herinneringen van de regisseur gebaseerde vertelling over de vriendschap tussen twee jongens in het door de nazi’s bezette Frankrijk.

In ‘Au revoir les enfants’ wordt de twaalfjarige Julien Quentin (Gaspard Manesse) tijdens de Tweede Wereldoorlog door zijn moeder (Francine Racette) naar een internaat van het Jezuïetencollege gestuurd. Daar krijgen de jongens – veelal uit rijke families – weinig van de oorlog mee. Zo af en toe klinkt er een luchtalarm en duiken ze de schuilkelder in om de lessen te vervolgen, wat voor de jongens een welkome afleiding is van de sleur van alledag, maar verder is de oorlog nauwelijks merkbaar. Op school zijn drie nieuwe leerlingen gearriveerd, om wie een waas van mysterie hangt. Een van hen is Jean Bonnet (Raphael Fejtö), een briljante student die ook nog eens fantastisch kan pianospelen. Julien raakt geïntrigeerd door de jongen en er ontstaat een fragiele vriendschap. Hun onderlinge band wordt nog eens versterkt als ze samen verdwalen tijdens een speurtocht in de bossen rond de school, waarna ze door Duitse soldaten thuisgebracht worden. Juliens vermoeden dat Jean anders is dan de andere kinderen wordt bevestigd wanneer hij ontdekt dat hij geen Bonnet maar Kippelstein heet: hij is een joodse onderduiker! Samen met de twee andere nieuwe jongens krijgt hij van de jezuïeten bescherming tegen de nazi’s. Die ontdekking zet de vriendschap tussen Julien en Jean in een heel ander daglicht, zeker als blijkt dat het net rond het internaat zich langzaam maar zeker sluit.

‘Au revoir les enfants’ is een van de meest persoonlijke films van Louis Malle, dat blijkt wel uit de intensiteit van de naar boven gehaalde emoties en schuldgevoelens die erin tot uitdrukking komen. Malle schetst een realistisch beeld van het leven op de streng katholieke kostschool, inclusief de rituele vijandelijkheden waaraan het drietal nieuwelingen onderworpen wordt. De film toont het schoolleven in al zijn facetten; de dagelijkse sleur, de excentrieke gewoonten van schoolmeesters, ontluikende vriendschappen en de bij de pubertijd horende ontdekkingen en vermoedens. De Tweede Wereldoorlog speelt slechts op de achtergrond mee, maar hangt wel constant als dreigend element in de lucht. In Malles film is niemand echter in een hokje te stoppen, niemand is goed of slecht. De bezetters vormen, net als andere mensen, een misleidende mengeling van fatsoenlijke lieden en schoften. Malle ziet alles door de scherpe, maar nog ongevormde blik van het jongetje, en het acteerwerk van Manesse en Fejtö ontroert door zijn eerlijkheid en ongedwongenheid. Vooral Manesse imponeert. Zijn vriendschap met Jean blijft altijd een beetje ongemakkelijk aanvoelen, precies zoals Malle dat vanuit zijn eigen beleving heeft moeten ervaren. Je kunt je goed voorstellen dat zo’n jongetje de gebeurtenissen op de kostschool en de daaruit voorvloeiende schuldgevoelens voor altijd met zich mee zal dragen. Schuld en verantwoordelijkheidsgevoel zijn universele thema’s die Malle hier op effectieve wijze aan de orde stelt.

Malle speelt ook fantastisch in op de tegenstrijdigheden die zich voordoen. In het geval van de priester bijvoorbeeld, die het ene moment nog een arme, kreupele keukenhulp wegstuurt omdat hij een zwarte handel heeft opgezet, maar aan de andere kant een moralistische preek houdt waarin hij oproept dat er gebeden moet worden voor hen die lijden. De leerlingen die bij het zwarte handeltje betrokken waren komen er met een vermaning vanaf, waarschijnlijk omdat de priester bang is voor de invloedrijke families. Het benadrukt alleen maar meer dat de priester een mens van vlees en bloed is. Net zoals hij dat doet met de nazi’s tijdens een beklemmende scène in een restaurant. Hoewel het visueel niet Malles meest aansprekende film is, weet ‘Au revoir les enfants’ van begin tot einde mateloos te boeien. De focus ligt op de op het oog onschuldige gebeurtenissen op de kostschool, waarin op sublieme wijze het spel van macht, vriendschap en rangorde wordt uitgewerkt. Maar op de achtergrond hangt het zwaard van Damocles – een onvermijdelijke dreiging die al vanaf het begin op de loer ligt en in de laatste paar minuten al het voorgaande genadeloos uiteenslaat. Juist omdat ‘Au revoir les enfants’ eenvoudig blijft en Malle een en ander ingetogen in beeld brengt, komt de genadeklap zo hard aan. Indrukwekkend in al zijn eenvoud.

Patricia Smagge