Barton Fink (1991)

Regie: Joel Coen, Ethan Coen | 116 minuten | drama, fantasie, misdaad | Acteurs: John Turturro, John Goodman, Judy Davis, Michael Lerner, John Mahoney, Tony Shalhoub, Jon Polito, Steve Buscemi, David Warrilow, Richard Portnow, Christopher Murney

De gebroeders Coen hebben zich al lang gevestigd in de filmwereld. Zonder grote kaskrakers gemaakt te hebben, zijn ze bekende en bewonderde filmmakers geworden, vooral dankzij hun regie- en schrijverskwaliteiten. Kenmerken van hun films: subtiel gefilmd, met oog voor detail; knappe dialogen, of eigenlijk vooral monologen; symboliek; en een flinke dosis sympathiek soort zwarte humor. Het meest bekend zijn ze van ‘Fargo’, ‘The Big Lebowski’ en natuurlijk ‘O Brother, Where Art Thou?’, maar ‘Barton Fink’ is nog van voor al deze successen van Joel en Ethan Coen.

John Turturro speelt Barton Fink, een verlegen, zelfs wat wereldvreemde toneelschrijver die zich, met zijn typisch studentikoze Joods-Europese uiterlijk, als een spartelende vis in de droge woestijn van het California uit de jaren 40 voelt. Dat kan natuurlijk niet goed gaan. De geldwolven van Capitol Pictures willen dat Barton een standaardscript voor een film uit de mouw tovert. Het moet een worstelfilm worden, een tyische B-film, maar commercieel interessant. Tja, Barton weet alles van worstelen, maar dan vooral op geestelijk niveau. Alles wat hij schrijft, komt voort uit een innerlijke pijn, zegt de arme man ergens in de film.

Zodra Barton tegenover de imposante Jack Lipnick (Michel Lerner) zit, weet je als kijker dan ook dat dit nooit goed kan gaan. Als een wervelstorm haalt hij Barton binnen, zet hem aan het werk en spuugt hem uiteindelijk weer uit. Vooral dankzij de geweldige woordenstroom die Lipnick steeds weer over zijn slachtoffer uitstort, zijn de ontmoetingen tussen Barton en Lipnick en diens sullige assistent Lou (Jon Polito) zeer vermakelijk. Bij hun eerste ontmoeting weet je inmiddels al dat Barton in een soort droom terechtgekomen lijkt te zijn. Hij heeft een kamer in een op zn zachtst gezegd nogal vreemd hotel, en de combinatie van het overdadig commerciële en zonnige Hollywood en de benauwde bedomptheid van het hotel bevorderen Bartons productiviteit niet. En dan begint het echt: Barton ontmoet zijn nieuwe buurman Charlie Meadows, verzekeringsman: sympathiek, meelevend en nogal aanwezig. De twee worden vrienden omdat, zoals Charlie zegt, eenzaamheid voor beiden geen vreemde is.

Ondertussen heeft Barton ook kennisgemaakt met de door hem zeer bewonderde schrijver W.P. Mayhew, en diens secretaresse Audrey. Beiden blijken niet de persoon te zijn die ze lijken te zijn, zo merkt Barton verbouwereerd. Langzaamaan wordt duidelijk wat al deze vreemde en tegelijkertijd heel gewone personen met elkaar gemeen hebben: onbegrip. Niet eens omdat men elkaar niet wil begrijpen, maar omdat men elkaar niet kán begrijpen. Meestal beseft men het niet eens, en als het al duidelijk is dat men elkaar niet begrijpt, stelt Barton aan Audrey de vraag: maar wát begrijp ik dan niet? Een vraag die onbeantwoord blijft.

De wereld draait ondertussen wel door: er worden films gemaakt, er wordt geld verdiend, veel gedronken, de liefde bedreven, zelfs gemoord. Gewoon en bizar tegelijk Wat de hemel leek, blijkt een hel geworden te zijn. Letterlijk en figuurlijk. Een doorgedraaide wereld. Barton, de man die wil schrijven over de begrijpelijke werkelijkheid van de gewone man, komt in een werkelijkheid terecht waar hij zelf niks van begrijpt.

Wat ‘Barton Fink’ een hele goede film maakt, is dat je dit allemaal meekrijgt, haast zonder dat je het merkt. De film leunt niet op een sfeer waarin je je helemaal inleeft in de hoofdpersoon, of waarin allerlei grote themas nadrukkelijk worden behandeld. Je voelt hoogstens een vorm van sympathie voor deze loser, terwijl je geniet en (glim)lacht om wat er zich allemaal afspeelt. Er lijkt niet veel meer te gebeuren dan dat we met Barton meelopen in dit heilloze avontuur, en zien hoe hij steeds meer de grip hierop kwijt raakt. Over de schouder meekijkend, op enige afstand, wordt vanzelf duidelijk dat het leven soms angstig dicht in de buurt van een surrealistische droom komt. Wat ‘Barton Fink’ nog meer dan een hele goede film maakt, is de absurde en geniale plotwending. Dankzij deze wending in het verhaal, wordt het nog duidelijker: het leven hangt aan elkaar van wederzijds onbegrip.

Zelfs bij familie en vrienden ben je uiteindelijk alleen, zegt Barton halverwege de film tegen Charlie die, zo blijkt later, dat al lang begrepen had.’Barton Fink’ is een geweldige allegorie over de bizarre realiteit.

Daniël Brandsema