Bij de beesten af (1972)

Regie: Bert Haanstra | 100 minuten | documentaire

Als Haanstra geen regisseur was geweest, had hij graag (dier)gedragswetenschapper willen worden, zo laat hij op een extra van de dvd van ‘Bij de beesten af’ weten. Voor de kijker die bekend is met Haanstra’s werk zal dit niet als een verrassing komen. In vrijwel al zijn films gebruikt de regisseur namelijk beesten die in hun gedrag parallellen vertonen met het gedrag van de personages. Maar waar dit aspect in die films altijd beperkt bleef tot een voetnoot of ironische kwinkslag, vormen in ‘Bij de beesten af’ de overeenkomsten tussen mens en dier het hoofdonderwerp van de film.  Het resultaat is ook niet verrassend. Wanneer Haanstra zich met het medium van zijn voorkeur op zijn grote passie stort, moet het wel filmgoud opleveren. En dat doet het. De filmmaker is de hele wereld overgevlogen om gedragingen vast te leggen van een heel scala aan beesten, van de mestkever tot de hyena. Van de stekelbaars tot de chimpansee. En van de gnoe tot de pelikaan.

Het zijn adembenemende beelden. Te zien is hoe de gazelle behendig, via snelle zwenkende bewegingen, ontsnapt uit de klauwen van een luipaard, hoe zeeolifanten vechten om een wijfje, en hoe koningspinguïns hun partners vinden in een groep van honderden soortgenoten. Ruim dertig jaar voordat Luc Jacquet de pinguïnhype zou inluiden met zijn betoverende documentaire over pinguïns op Antarctica ‘March of the Penguins’ maakte Haanstra al vergelijkbare en betoverende beelden van pinguïns die elkaar het hof maken en hun jongen opvoeden.

Wat de film inhoudelijk sterk maakt is dat het hier niet gaat om wat willekeurige en schilderachtige beelden van wilde dieren, maar om specifiek gedrag dat uitgekozen is door de regisseur om iets duidelijk te maken over de overeenkomsten en verschillen met mensen. Via de jonge gnoe die zijn moeder kwijt is en door de rest van de kudde alleen wordt gelaten, en vervolgens sterft, wordt duidelijk dat “sentimentaliteit een menselijke eigenschap is”; dat de natuur “deze luxe niet heeft”, zoals Haanstra met zijn commentaarstem toelicht. Maar de kijker ziet toch vooral hoeveel beesten gemeen hebben met mensen. De hiërarchie die er vaak bestaat in een samenleving, de verschillende manieren van sociale interactie, of hoe er naar eten wordt gezocht en door verschillende beesten hierbij hulpmiddelen worden gebruikt. Zoals de Egyptische gier die met zijn snavel een steentje op een struisvogelei gooit om het open te kunnen krijgen. Een belangrijk verschil dat er bestaat tussen de mens en deze dieren is natuurlijk dat de mens het enige dier is dat, naast vele andere soorten, zijn eigen soort massaal en systematisch uitroeit.

Het grootste gedeelte van de film bestaat uit beelden van en onderzoekingen naar dierengedrag. Het laatste half uur van de film wordt er omgeschakeld naar de mensenwereld. Niet alle getoonde overeenkomsten of verschillen zijn verrassend, maar het brede overzicht van dieren maakt dat er ook soorten langskomen die nog zelden belicht zijn en wier overeenkomsten met de mens zeker interesse opwekt. Bovendien weet Haanstra de beelden van mens en dier op een elegante en verhelderende manier achter elkaar te plakken, zoals bij het door elkaar monteren van beelden van dieren en mensen die hun eigen territorium willen afbakenen en anderen buiten willen houden: hekken bij de mens, en geursporen bij de gazelle, bijvoorbeeld.  Sommige verbanden zijn wat kort door de bocht of betreft te zeer uit de context getrokken beelden – zo is de gevolgtrekking dat het geweld tijdens een grote demonstratie komt door het te erg op elkaar zitten wat eenvoudig – maar over het geheel genomen is er zeer weinig aan te merken op Haanstra’s arbeidsintensieve en fascinerende documentaire over gedrag. En natuurlijk blijft het boeiend om middels het gedrag van deze beesten eigenlijk naar onszelf te kijken. De docu is nog ambitieuzer dan ‘Alleman’ waar het “slechts” om het gedrag van de Nederlander ging. Nu zijn alle dieren, inclusief de mens, het onderzoekssubject. Het moet ongetwijfeld een enorme uitdaging geweest zijn om alle beelden en informatie op een aantrekkelijk manier te ordenen en samen te voegen in een film van honderd minuten, maar het is Haanstra gelukt. ‘Bij de beesten af’ is een voor eenieder toegankelijke documentaire geworden. Intrigerend en beeldschoon.

Bart Rietvink