Black Panther (2018)

Recensie Black Panther CinemagazineRegie: Ryan Coogler | 134 minuten | actie, avontuur | Acteurs: Chadwick Boseman, Michael B. Jordan, Lupita Nyong’o, Danai Gurira, Martin Freeman, Daniel Kaluuya, Letitia Wright, Winston Duke, Sterling K. Brown, Angela Bassett, Forest Whitaker, Andy Serkis, Florence Kasumba, John Kani, David S. Lee, Nabiyah Be, Isaach De Bankolé, Connie Chiume, Dorothy Steel, Danny Sapani

Zucht, weer een superheldenfilm… Trek maar een blik superhelden open, en we kunnen jaren vooruit. Je hebt de Avengers, de Defenders, de Justice League… en die bestaan uit allemaal unieke personages, die weer eigen films of series krijgen. Die weer in aanraking komen met andere helden of schurken en… je snapt het. Op zich geen probleem – een superheldenfilm kan erg goed te genieten zijn – maar soms begint het allemaal wel erg op elkaar te lijken. Het kan allemaal niet groots of bombastisch genoeg zijn, met invasies van aliens, halve planeten die met elkaar in botsing komen, en de ene ongelooflijke superkracht na de andere. En de verschillende superhelden komen ook gezellig bij elkaar buurten, waardoor bijna iedere superheldenfilm een verkapte Avengers-film is. Het is één groot heldenuniversum zonder verrassingen. Maar dan komt er een panter voorbij en ga je rechtop zitten…

Een frisse wind, zo mag je ‘Black Panther’, de laatste toevoeging aan het superheldenrepertoire van Marvel Studio’s, toch wel noemen. ‘Een eigen geluid’ of ‘een unieke stem’ is ook een prima kwalificatie. Uit behoorlijk onverwachte hoek. Want wie had gedacht dat de Black Panther, een held die we even door het beeld zagen stuiteren in ‘Captain America: Civil War’ – toen zijn vader omkwam tijdens een explosie bij de Verenigde Naties en hij zijn portie wraak kwam opeisen – maar die toch niet een heel grote indruk achterliet. Het was in ieder geval niet meteen zo’n verbazingwekkende schurk of intrigerend verhaal dat je hier graag een aparte film aan gewijd zou zien. Liever niet zelfs misschien.

Maar we mogen met zijn allen heel blij zijn dat deze film er toch is gekomen. Want wat een boeiende wereld en mooi verteld verhaal is er om deze Black Panther heen gebouwd! En ja, waarschijnlijk is de Black Panther zelf niet eens het meest boeiende element in zijn eigen film, maar dat is ook eigenlijk de kracht – en boodschap – van de film. Want enerzijds gaat het om datgene waar de Black Panther voor staat – net zoals velen het masker van Zorro (zouden willen) dragen – en anderzijds gaat het juist om het gemeenschapsgevoel. De grote kracht van de Black Panther is dat het een compleet, universeel en perfect op zichzelf staand verhaal is dat eigenlijk geen enkele verwijzing naar of gedachte aan superhelden- of krachten nodig heeft.

Voor een groot deel voelt The Black Panther ook niet aan als een superheldenfilm. Het is zo aangenaam intiem en lokaal. Dit is echt het verhaal van Wakanda, het thuisland van de Black Panther. En van de gemeenschap daar, of liever: gemeenschappen. De verschillende, kleurrijke stammen die er leven, de manier waarop zij met elkaar omgaan, en de belangrijkste problematiek die er heerst: namelijk: moeten de Wakandezen vasthouden aan hun isolationistische houding of zich toch meer gaan bemoeien met hun buurlanden en de rest van de wereld. Wakanda lijkt voor de buitenwereld namelijk een primitief volk te zijn, maar in werkelijkheid zijn ze op technologisch vlak het meest ontwikkelde land op aarde. Dit vanwege hun bezit van het bijzondere, veelzijdige metaal vibranium, dat vele krachten en mogelijkheden herbergt. Maar ze houden het verborgen voor de rest van de wereld, vooral omdat ze bang zijn dat het materiaal in de verkeerde handen zal vallen. Een criticus zou het echter eerder struisvogelpolitiek noemen, of de ogen sluiten voor onrecht in de wereld. Waranda heeft de mogelijkheden om echt iets te doen aan onrecht in de wereld, maar ze besluiten alles op zijn beloop te laten.

Dit is het grotere verhaal dat onder de oppervlakte schuilt en dat steeds meer naar boven komt. In eerste instantie lijken er andere zaken te spelen, vooral de opvolgingspolitiek – wat later problematiek zal worden – van het koninkrijk van Wakanda. De vader van T’Challa / Black Panther (Chadwick Boseman) is omgekomen dus zal hij logischerwijs koning worden. Formeel gezien mag hij uitgedaagd worden, maar hier gaat niemand eigenlijk vanuit. Degene die dat toch waagt te doen wordt enigszins met de nek aangekeken, maar goed, het is traditie. In de film komt dit ook voor en het is, zo lijkt het, het eerste barstje in het imperium, het eerste kritiekpuntje dat te horen is op de natuurlijke erfgenaam of het beleid van de eeuwige heersers in het land. De ex van T’Challa liet weliswaar al vroeg in de film blijken dat ze zou willen dat hij meer aan humanitaire hulp zou doen. maar ze wilde daarmee niet aan de stoelpoten van zijn leiderschap zagen.

De kritiek op de vanzelfsprekende leiderschap en de invulling daarvan – steeds meer gericht op de aandacht en zorg voor de buitenwereld – neemt steeds meer de overhand in de film en doet The Black Panther enigszins lijken op ‘The Lion King’ of, wellicht iets minder oneerbiedig, een Griekse tragedie. Familie, jaloezie, verraad, wraak, vergeving, het juk en de verantwoordelijkheid van leiderschap… het komt allemaal terug in de film en maakt het tot een film die ook echt wat te zeggen heeft. Zonder dat het te bombastisch aandoet of je het gevoel hebt dat deze thema’s er met de haren bijgesleurd worden, zoals in ‘Superman: Man of Steel’, of ‘Captain America: Civil War’. Het helpt ook dat de hele wereld en problematiek authentiek aanvoelen. Het voelt echt alsof je deelgenoot wordt gemaakt van de machtsstrijd in een intieme gemeenschap, een doorleefde wereld, compleet met geloofwaardig overkomende tradities, kostuums en talen. Het is niet vaak dat een superheldenfilm dit op dit niveau bereikt. Het helpt ook dat de personages geloven in hun wereld en eigenlijk zelden tot nooit stoppen voor een oneliner of knipoog naar de camera.

Wat erg interessant is, en bevorderend voor de effectiviteit van de thema’s, is dat er eigenlijk geen echte, ronduit slechte schurken in de film zitten, maar dat het gaat om mensen die een verkeerde weg hebben gekozen maar in principe begrijpelijke beweegredenen hebben. Een uitzondering is wellicht Andy Serkis als Ulysses Klaue, een redelijk cartooneske, dik aangezette wapenhandelaar met een bionische arm met geïntegreerd vuurwapen. Maar zelfs hij komt ‘ergens vandaan’ en heeft een argument voor zijn handelen. De belangrijkste antagonist, Erik Killmonger (geen heel subtiele naam), is weliswaar lichtelijk doorgeslagen in zijn methodes, maar zijn overtuiging en mening is alleszins begrijpelijk. Ook hij wil dat Wakanda wat doet aan het onrecht in de wereld en dat de rijkdom en macht die het bezit – in de vorm van vibranium – in wordt gezet om het welzijn te bevorderen bij de onderdrukten. Goed, hij wil nog een stap verder gaan, maar de essentie is goed.

Deze Erik wordt meeslepend en geloofwaardig vertolkt door talent Michael B. Jordan, die al eerder samenwerkte met regisseur Ryan Coogler in ‘Fruitvale Station’ en Rocky-film ‘Creed’ en daarom al een beetje als zijn muze kan worden gezien. Jordan weet zijn hartzeer alsmede zijn haat en ‘swagger’ met veel overtuigingskracht neer te zetten. Zijn 1-op-1 confrontatie met T’Challa is ongemeen spannend en in vele scènes is het pijnlijk om te zien hoe respectloos hij met zijn omgeving omgaat, maar kun je niet anders dan je ogen op hem gericht houden. Het is een kracht om rekening mee te houden.

Maar er is nog veel meer om van te genieten, zoals van de geweldige vrouwenrollen, waaronder de speergooiende bodyguard Okoye (Danai Gurira) en het pittige, grappen makende zusje van T’Challa, Shuri (Letitia Wright). Deze laatste neemt de beste, leukste momenten voor haar rekening. Maar ook Okoye is grappig en geweldig om in actie te zien, vanwege haar kick-ass moves. En dan is er ook nog Lupita Nyong’o die als de maatschappelijk bewuste Nakia de Black Panther niet alleen romantisch maar ook intellectueel weet te prikkelen. Je mag eigenlijk wel zeggen dat de vrouwen – er is ook nog Angela Basset als koningin, niet te vergeten – de belangrijkste en meest vermakelijke rollen vervullen. In een fantastisch uit de verf gekomen, inhoudelijk sterke high profile actiefilm bovendien. Naast de al zeer fijne, progressieve ontwikkeling door de overwegend zwarte cast is dit dus ook echt een feministische film te noemen. Joss Whedon, eat your heart out!

Nu, het is misschien opvallend dat de Black Panther zelf nog nauwelijks ter sprake is gekomen. Dat wil niet zeggen dat hij kleurloos is of slecht wordt vertolkt door Chadwick Boseman – zeker niet – maar het is wel zo dat de sterkste, krachtigste personages en elementen om hem heen bewegen. Uiteindelijk komt alles ín hem samen, moet hij een zeer belangrijke ontwikkeling doormaken, en zijn zijn acties en beslissingen heel belangrijk voor de toekomst van Wakanda, maar zonder zijn directe omgeving was hij niemand en nergens geweest. Toch is het de vraag hoe interessant het personage van de Black Panther zal zijn als hij onderdeel moet gaan uitmaken van het Avengers-team. Hoe daadkrachtig of onderscheidend zal hij zich dan gedragen?

Om als voetnoot te zeggen dat er ook zeker leuke actie in The Black Panther zit, doet misschien wat verplicht aan, maar de film is absoluut doorspekt met geslaagd spektakel, al wel meestal van het minder ontzagwekkende soort dan gebruikelijk in superheldenfilms. Er zit een zeer vermakelijke actiesequentie in een bar in Seoul, die zich voortzet in de straten, waar zowel met high tech als low tech wapens wordt gevochten en waar ook weer veel humor in zit. Want, ondanks de belangrijke thema’s, zit er gelukkig meer dan voldoende lucht in de film. Verder is de actie vaak kleinschalig, maar daarom niet minder zenuwslopend. Integendeel. Het is ook mooi dat deze richting is gekozen, want het laat zien dat het niet altijd groter en massaler hoeft. Met een strakke focus en goed oog voor drama en authenticiteit valt de rest ook veel beter op zijn plek.

Geen kritiekpuntjes? Ja, schurk Killmonger had aan het einde van de film meer aandacht verdiend, en het verhaal is vanaf een bepaald punt wat te voorspelbaar – waardoor spanning en betrokkenheid wat minder worden – maar het doet heel weinig af aan wat een van de beste Marvel-films tot op heden is. Wie had dat gedacht?

Bart Rietvink

Waardering: 4

Bioscooprelease: 14 februari 2018