Blind Loves – Slepe lásky (2008)

Regie: Juraj Lehotský | 77 minuten | documentaire

Mooie taal, dat Slowaaks, het heeft een beetje dat zangerige van het Portugees. Vooral Miro, de hoofdfiguur van het tweede verhaal, spreekt de woorden mooi rond uit, maar hij heeft wat Zigeunerbloed, dat zal er wel mee te maken hebben. Het zorgt er in ieder geval voor dat de ouders van zijn vriendinnetje hem niet zo zien zitten. Of komt het omdat hij blind is? Zij is zelf ook blind, maar haar ouders zijn dat niet.

Allemaal van dit soort problemen kom je tegen als je blind bent en het liefdespad betreedt. Eigenlijk zijn de meeste problemen niet eens zo heel anders dan die van ziende geliefden, hooguit soms wat uitvergroot. Is het niet voor iedereen moeilijk om een goede partner te vinden; misschien zijn blinden wel iets beter af in bepaalde opzichten, ze beoordelen immers veel minder op uiterlijkheden? En is niet iedereen wel eens onzeker of zijn partner wel genoeg van hem houdt? Bij de hoofdpersonages van het eerste verhaal zit het in ieder geval wel goed. Ze leven heel harmonieus met elkaar. Mooi om te zien hoe (goed) dat gaat, in zo’n blind huishouden. Grappig detail: ‘s avonds zitten ze in het donker in de woonkamer maar ze hebben wel de televisie aan.

Regisseur Juraj Lehotský is vijf jaar bezig geweest met zijn film. Het duidelijkst is dat te zien in het deel waarin een vrouw zwanger is en vervolgens het kind voor het eerst in haar armen houdt, ze kan haar ‘ogen’, ofwel haar handen er niet vanaf houden. Later zien we haar met het kind, dat wel kan zien, naar de bioscoop gaan. “Hier moet je zitten mam, je hoeft trouwens niet te fluisteren hoor.” Het jongetje is inderdaad ongeveer vijf jaar en helpt zijn moeder, ze ogen zeer gelukkig.

In vijf jaar win je vertrouwen van mensen en dat is te merken. Het lijkt soms wel of de camera er helemaal niet is. Scènes zijn zo persoonlijk en intiem, eerlijk ook, dat je je haast niet kan voorstellen dat niets geënsceneerd is. Ook omdat de verhalen zo lekker lopen en zo duidelijk zijn, met een kopje en een staartje. Het is overigens een feit dat Lehotský een speelfilm wilde maken, maar hij kreeg het script niet rond. Het moest zo zijn. De scheidslijn tussen fictie en non-fictie in cinema is bovendien toch langzaam aan het verdwijnen, kijk maar naar de moderne Franse cinema (‘Entre les Murs’) of de Zweedse (‘Involuntary’), veelal ontdaan van onnatuurlijke versiering, net als die Italiaanse succesfilm ‘Gomorra’.

Toch wordt er in documentaires veel gesmokkeld, dat kan haast niet anders. Lehotský valt één keertje echt door de mand met een malle – en overigens erg leuke – animatie in het eerste deeltje. Kortom: helemaal vertrouwen moet je die filmmakers nooit, want het blijft een gegeven dat ze de wereld mooier (of soms lelijker) willen voorstellen dan hij is. Daarvoor zijn ze immers filmer geworden. Lehotský had zich als doel gesteld ons deelgenoot te maken van de wereld van de blinden en dan vooral de vraag over de liefde: hoe ervaren blinden dat? Hoe weten zij zeker wanneer iemand van ze houdt? En ach het zal wel een beetje anders zijn, maar dat is nu precies wat we nooit zullen weten, we zijn immers niet blind. Anders hadden we deze film ook niet kunnen zien, of de maker had het anders moeten doen. Hij had het beeld gewoon 80 minuten zwart moeten laten, maar daar zou de distributeur vast niet zijn ingetrapt.

Hoe een blinde de liefde en/of het leven ervaart zullen we wel nooit precies weten, maar gelukkig hoef je ook geen rokkenjagende killer te worden om je met James Bond te kunnen identificeren. En zo is ‘Blind Loves’ een aardige film geworden die ons op een aangename manier laat proeven hoe het is om blind te zijn en als een paal boven water stelt: met liefde in je hart is alles mogelijk.

Arjen Dijkstra