Blood Red – Západ (2025)

Recensie Blood Red (Západ) Cinemagazine Regie: Martin Imrich | 76 minuten | documentaire

‘Blood Red’ (‘Západ’) is een film die je niet kijkt maar ondergaat — een trage storm van vlees, aarde en tijd die zich onverstoorbaar over je heen legt.

Imrich opent met een varken dat krijsend zijn dood tegemoet gaat, omringd door zes witte mannen op leeftijd, lachend, rokend, zwijgend. Hun lichamen — gekerfd door de klauwen des tijds — slepen zich voort door het koude, modderige dorp, een niemandsland dat overal zou kunnen liggen; de badlands van Tsjechië, waar mannen langzaam in hun eigen vlees wegzakken. Hun bewegingen zijn log en opgezwollen; elke ademstoot verraadt een lichaam dat decennia is dichtgekit met spek, goedkope drank en rook die nooit meer uit hun longen zal verdwijnen.

‘Blood Red’ is een hybride documentaire: documentair in houding, geënsceneerd in details, een wereld die half bestaat en half geprojecteerd wordt. De film voelt zowel hedendaags als futuristisch, alsof de apocalyps niet in de toekomst ligt maar al lang is geweest. De echo van Béla Tarr is onmiskenbaar: de lange takes, de monochrome leegte, het schuivende landschap, de gierende wind in het sounddesign — maar Imrich is geen imitator. Hij observeert de mannen zoals zij zichzelf al lang niet meer durven zien: als afbladderende brokstukken van een beschaving die nog beweegt uit gewoonte, maar waar alle tederheid allang is weggerot.

Gedraaid in rauw zwart-wit en met niets meer dan een iPhone als wapen, duwt ‘Blood Red’ de kijker een wereld in waar ontsnappen simpelweg geen optie is. Het geluid — krakend, drukkend, soms ronduit vijandig — trekt je dicht op de mannen, terwijl de muziek uit Bachs St. John Passion de beelden laat gloeien als een dreigend ritueel. De film is, als zielsverwant van Tarrs ‘The Turin Horse’, opgedeeld in een proloog, zes hoofdstukken en een epiloog; in elk hoofdstuk krijgen we een andere man uit het dorp voorgeschoteld. De ervaring is één ononderbroken stroom die zich langzaam in je vastbijt.

De eerste twintig minuten zullen voor velen overleven zijn, maar wie standhoudt glijdt een hypnotische roes in die zich steeds dieper vastzet. De eenvoud is geen beperking — het is het mes waarmee Imrich snijdt, bot en meedogenloos. ‘Blood Red vraagt geen budget maar overgave: een film die niets verklaart maar alles openritst — een wereld die voelt als een echo van de samenleving die we zelf hebben laten verstenen.

Tussen deze mannen zijn het de dieren die nog iets van tederheid vasthouden: de katten die tegen elkaar aankleven, de vogels die in hun kooien zingen terwijl buiten allang niets meer vliegt, de konijnen die zich onwetend volvreten alsof er voor hen nog een toekomst bestaat.

Imrich legt niets uit. ‘Blood Red’ is radicaal open — zo open dat sommige kijkers erin zullen verdrinken, terwijl anderen er hun eigen angst, woede of melancholie in herkennen. Het is een politiek geladen, poëtische film zonder pamflet: een werk over verharding, patriarchisme en een mensensoort die steeds verder wegdrijft van natuur en gevoel. Een thriller zonder plot, waarin de spanning schuilt in de banaliteit: mannen op tractors die voortploeteren door het niets, een bewaker die onder benauwde dreiging naar zijn monitoren loert alsof hij een van de laatste mensen is, terwijl een onzichtbaar gevaar elk moment kan toeslaan, een jager die door de kale akkers trekt, op zoek naar misschien wel het laatste levende wilde dier.

Imrich spreekt nog vanuit Tarrs schaduw, maar het schurende geluid dat eronder broeit en zich langzaam loswerkt, vraagt om aandacht — en om meer. Veel meer.

Martijn Smits

Waardering: 4

Speciale vertoning: IDFA 2025