Blood Simple. (1984)

Regie: Joel Coen, Ethan Coen | 94 minuten | drama, thriller, misdaad | Acteurs: John Getz, Frances McDormand, Dan Hedaya, M. Emmet Walsh, Samm-Art Williams, Deborah Neumann, Raquel Gavia, Van Brooks, Señor Marco, William Creamer, Loren Bivens, Bob McAdams, Shannon Sedwick, Nancy Finger, William Preston Robertson

‘Blood Simple’ (1984) betekende niet alleen voor debuterend filmmakers Joel en Ethan Coen hun doorbraak, maar was tevens het speelfilmdebuut van actrice Frances McDormand. Nadat ze de drama-opleiding aan de universiteit van Yale had afgerond hoorde ze van het low-budgetproject van de twee broers. Ze besloot een gokje te wagen en tot haar eigen verbazing kreeg ze de hoofdrol. De rollen stroomden na dat geslaagde debuut nog niet toe en dus speelde ze in de jaren tachtig voornamelijk nog in films van (inmiddels echtgenoot) Joel en Ethan Coen en hun vriend Sam Raimi. In 1988 speelde ze weer in een grote Hollywoodfilm, ‘Mississippi Burning’ van Alan Parker. Voor deze rol werd ze genomineerd voor de Academy Award voor beste vrouwelijke bijrol, de eerste van vier Oscarnominaties. Inmiddels was haar kostje in Hollywood gekocht. De meeste bekendheid vergaarde ze met de voor een Oscar bekroonde rol als de hoogzwangere maar koelbloedige sheriff Marge Gunderson in ‘Fargo’ (1996), eveneens van de Coen Brothers. Daarna zou ze ook nog voor ‘Almost Famous’ (2000) en ‘North Country’ (2005) voor een Oscar worden genomineerd.

In Texas is het ieder voor zich. Op die boodschap trakteert verteller Loren Visser (M. Emmet Walsh) de kijker aan het begin van ‘Blood Simple’. En het duurt niet lang voor je inziet wat hij daarmee bedoelt. In deze broeierige uithoek van de Verenigde Staten speelt het verhaal zich af. De louche en onuitstaanbare bareigenaar Julian Marty (Dan Hedaya) ontdekt dat zijn echtgenote Abby (Frances McDormand) een affaire heeft met één van zijn barmannen, de in zichzelf gekeerde Ray (John Getz). Je zult er niet van opkijken dat Marty daar absoluut niet blij mee is. Sterker nog, hij besluit zelfs de smoezelige privédetective annex huurmoordenaar Visser in te schakelen om met zowel zijn vrouw als haar minnaar af te rekenen. Visser denkt er even over na, maar besluit dan dat het minder riskant is om simpelweg opdrachtgever Marty te vermoorden en het geld dat hij zou hebben gekregen, gewoon mee te nemen uit de safe. Maar bij de afrekening laat hij per ongeluk een onmiskenbaar bewijsstuk op de plaats delict liggen. Bovendien blijkt Marty nog niet helemaal uitgeschakeld…

De term ‘Blood Simple’ is afkomstig uit het boek ‘Red Harvest’  van Dashiell Hammett (ook al een inspiratiebron voor de Coen-film ‘Miller’s Crossing’ uit 1990) en staat voor de angstige geestesgesteldheid van personages die een lange tijd in gewelddadige situaties ondergedompeld worden. Visueel doet de film met zijn donkere schaduwen, aparte camerastandpunten en dubieus gemotiveerde personages sterk denken aan de klassieke film noir. ‘Blood Simple’ is misschien wel het meest serieuze, inhoudelijk zwaarste werk van de gebroeders Coen. De film lijkt eenvoudig en zal door de ongeduldige filmkijkers van de eenentwintigste eeuw ongetwijfeld als ‘traag’ en ‘saai’ worden ervaren. Ook lijkt de film de spetterende droogkomische dialogen, die het latere werk van de Coens (met name ‘The Big Lebowski’ uit 1998) zo kenmerken, te missen. Maar schijn bedriegt. De film is hard, scherp en zit buitengewoon strak in elkaar. Ogenschijnlijk gebeurt er niets, maar de intense onderhuidse spanning is van de eerste tot en met de laatste minuut voelbaar. Met name de slotscène, waarin twee overlevenden oog in oog komen te staan (zonder dat letterlijk te doen) is bloedstollend spannend. De film kent inderdaad minutenlang stilzwijgen, maar de dialogen die er zijn, zijn wreed, grappig en onzinnig tegelijk. Met name alles wat door de excentrieke Loren Visser – een van de eerste typische Coen-karakters – wordt uitgekraamd.

In de hoofdrollen zien we John Getz (‘The Fly’, 1986) als de zwijgzame en emotioneel gesloten Ray en Frances McDormand als Abby, de vrouw om wie het allemaal begonnen is. Vooral McDormand laat direct zien dat er rekening met haar moet worden gehouden. Je ziet gelijk dat zijn misschien toch niet zo onschuldig is als ze lijkt. De show wordt echter gestolen door twee heren. Dan Hedaya (‘The Usual Suspects’, 1995) is geweldig als de gluiperige Marty, voor wie alles – en dus ook zijn vrouw – slechts bezit is. Aan de andere kant is hij een bedrogen man wiens trots is gekrenkt. Heel herkenbaar en dus krijg je nooit echt een hekel aan hem. De meest legendarische vertolking in deze film is echter van M. Emmet Walsh (‘Blade Runner’, 1982) als de gestoorde privédetective Loren Visser. In elke scène waarin hij zit trekt hij onmiddellijk alle aandacht naar zich toe. Hij won een Independent Spirit Award voor zijn vertolking. Het indringende pianothema dat telkens terugkeert is, net als de fotografie, zeer effectief. Niet voor niets werden naast de carrières van de Coen Brothers en McDormand ook die van componist Carter Burwell én cinematograaf en regisseur Barry Sonnenfeld (onder meer ‘The Addams Family’, 1991) gelanceerd.

Ethan en Joel Coen zetten zich met ‘Blood Simple’ direct stevig op de kaart. Hoewel latere films misschien meer aandacht en publiek trokken, noemen velen deze debuutfilm zelfs het beste wat de broers ooit gemaakt hebben. Of dat zo is, moet iedereen maar voor zichzelf bepalen. Feit is dat deze kleine, gitzwarte parel zijn plekje in de geschiedenisboeken van de cinema meer dan verdient.

Patricia Smagge