Bloody Mama (1970)

Regie: Roger Corman | 90 minuten | drama, misdaad | Acteurs: Shelley Winters, Pat Hingle, Don Stroud, Diane Varsi, Bruce Dern, Clint Kimbrough, Robert De Niro, Robert Walden, Alex Nicol, Pamela Dunlap, Michael Fox, Scatman Crothers, Stacy Harris, Lisa Jill, Steve Mitchell, Roy Idom

Het ongelooflijke verhaal van ‘Bloody Mama’ is gebaseerd op waargebeurde feiten, die destijds erg schokkend waren. De titelrol wordt gespeeld door Shelley Winters, die eerder twee Oscars won voor haar vertolkingen en ook hier een sterk personage neerzet. Door de dramatische openingsscène waarin Ma Barker als jong meisje verkracht wordt door familieleden en haar uitgesproken wens achteraf om ‘sterke jongens’ te baren om haar te beschermen, is enige achtergrond geschetst. Barker krijgt haar sterke jongens, vier maar liefst, maar erg snugger zijn ze niet. Ook wordt duidelijk (maar gelukkig nooit in beeld gebracht) dat moeder Baker zelf ook het bed deelt met haar zoons. De oudste, Herman (Stroud), is zo’n beetje de leider van het stel, die in het begin een soort van kwajongens zijn. Zoon Lloyd (De Niro) begint met lijm snuiven, maar vervalt al snel in zwaardere drugs en loopt grotendeels verdwaasd rond. En dan zijn er nog Arthur (Kimbrough) en Fred (Walden) die op eigen houtje wat geld willen bijverdienen, hetgeen op een komische manier in het honderd loopt door hun domme gedrag. In de gevangenis wordt de naïve Arthur misbruikt door zijn celgenoot Dirksman (Dern). Deze harde knaap sluit zich vervolgens bij de bende van Ma Barker aan, evenals het sletje Mona (Varsi). Voorbeeld van de kromme logica van de Barkers is ze eigenlijk van Herman is, maar hij het goed vindt als zijn broers het ook met haar doen, totdat ze getrouwd zijn. Daarna natuurlijk niet meer.

Moeder zelf vindt het allemaal best. Hoewel haar zoons van kwaad tot erger vervallen, blijft ze hen beschermen en neemt ze zelf ook zonder gewetensbezwaren een tommygun ter hand om een bank te overvallen. Winters speelt haar rol met een intensiteit die soms beklemmend aandoet. Ze balanceert op de scheidslijn tussen acteren en schmieren, maar weet toch binnen de marges te blijven. De andere acteurs mogen er echter ook wezen. Een nog erg jonge De Niro laat als de verslaafde Lloyd aan wie het grootste deel van de bloedige gebeurtenissen voorbij gaat, zien waarom hij zou doorbreken in de jaren hierna. Stroud is ook op dreef als Herman. Ironisch genoeg gaat het voor de familie Barker pas mis als hij het heft in handen neemt en Ma Barker opzij schuift als leider.

‘Bloody Mama’ geeft een mooi tijdsbeeld van de jaren 20 en 30, met af en toe authentieke filmbeelden en foto’s uit die tijd, voorzien van bijtend sociaal commentaar van Winters. Aankleding en de auto’s zijn erg fraai. Aan de andere kant worden er ook foutjes gemaakt in haardracht en achtergrondzaken. Dat werkt soms enigszins storend. Ondanks de vlagen humor en het geweld, is het toch een onevenwichtige film geworden, die niet tot het onvermijdelijke slot kan blijven boeien. Corman weet in één van zijn laatste films als regisseur (tegenwoordig is hij vooral producent) zijn punten weliswaar over te brengen, maar weet er geen coherent geheel van te maken. Het blijft allemaal tamelijk episodisch, alsof het allemaal losse deeltjes zijn. Het sterkste deel van de film is de ontvoering en daarop volgende gijzeling van Pendlebury, krachtig neergezet door Hingle. Verder verzandt de film in seksuele toespelingen en zinloos geweld, in die zin dat de latere geweldshandelingen niets verduidelijken of toevoegen aan hetgeen al eerder getoond werd. Hierdoor ondergraaft Corman zijn sterkte troef van de rauwheid en onverschilligheid van de Amerikaanse samenleving. Voor de echte fans van Corman, Winters of De Niro, die alles van hen gezien wil hebben.

Hans Geurts