Bob Roberts (1992)

Regie: Tim Robbins | 102 minuten | komedie | Acteurs: Tim Robbins, Giancarlo Esposito, Alan Rickman, Ray Wise, Brian Murray, Gore Vidal, Rebecca Jenkins, Harry J. Lennix, John Ottavino, Robert Stanton, Kelly Willis, Merrilee Dale, Tom Atkins, David Strathairn, James Spader, Pamela Reed, Helen Hunt, Peter Gallagher, Lynne Thigpen, Jack Black, Matthew Faber, Matt McGrath, Susan Sarandon, Fred Ward, Fisher Stevens, Gil Robbins, John Cusack, Bob Balaban, Natalie Strong, Jeremy Piven, Burnice Brourman, Pat Logan

Ineens was hij daar; acteur Fred Thompson – vooral bekend van de misdaadserie ‘Law and Order’- stelde zich in september 2007 met veel bombarie verkiesbaar als kandidaat voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De republikein kon het echter niet bolwerken tegen zijn tegenkandidaat John McCain en stapte eind januari 2008 al uit de race, maar zijn kandidatuur is tekenend voor de rol die Hollywood speelt in de politiek. Talkshowkoningin Oprah Winfrey werpt zich op als ultieme pleitbezorger voor Barack Obama en reken maar dat haar mening vele Amerikanen beïnvloedt. En zo zijn er nog veel meer sterren die hun politieke voorkeur niet onder stoelen of banken steken. Populaire mediafiguren als Scarlett Johansson en Jennifer Lopez steunen de campagne van Obama en invloedrijke filmmakers als Steven Spielberg en Michael Douglas doneerden tienduizenden dollars aan de democratische partij.

Maar het meest uitgesproken liberale koppel in Hollywood vormen Tim Robbins en Susan Sarandon. Robbins maakte begin jaren negentig zijn politieke voorkeur duidelijk – voor zo ver die dat nog niet was – met de vlijmscherpe en zeer geestige politieke satire ‘Bob Roberts’ (1992), een film die hij niet alleen regisseerde en schreef, maar waarin hij ook de hoofdrol speelde en zong. Deze mockumentary gaat over selfmade miljonair Bob Roberts (Robbins) die zich kandidaat stelt voor de functie van senator in de staat Pennsylvania. Om zijn boodschap luid en duidelijk over te brengen gebruikt deze extreem-rechtse, oerconservatieve populist folkmuziek in de stijl van Bob Dylan (hij zingt zelfs ‘Times They Are a-Changin’ Back’) en Woody Guthrie. Met ‘Ask not what you can do for your country, ask what you can do for yourself’ verdraait hij een uitspraak van John F. Kennedy, een van de aanzwengelaars van de roerige gebeurtenissen in de jaren zestig, een periode die Roberts het liefst zou terugdraaien. Zijn campagne wordt gevolgd door de Britse documentairemaker Terry Manchester (Brian Murray), die zijn camera overal mee naartoe neemt en zijn oor overal te luisteren legt. Zo vangen we dingen op die eigenlijk niet voor ons bedoeld zijn.

In zijn strijd om het senatorschap van Pennsylvania neemt Roberts het op tegen de oude senator Brickley Paiste (Gore Vidal, de auteur die zich in het echt ook meermalen kandidaat heeft gesteld voor hoge politieke functies), een man die al dertig jaar in functie is en op de oude, traditionele manier campagne voert. De smerige trucjes die het team rond Roberts uithaalt – onder meer lasterverhalen over Paiste verspreiden via de media, die alles klakkeloos overnemen en nauwelijks luisteren naar wat de senator erover te zeggen heeft – zijn aan hem niet besteed. Eigenlijk is er maar één die durft op te staan tegen Roberts, journalist ‘Bugs’ Raplin (Giancarlo Esposito), maar hij wordt nauwelijks serieus genomen. Wanneer Raplin compromitterende informatie vindt over Roberts en de organisatie die zijn campagne ondersteunt, wordt hij als een gevaar gezien. Het kost hen echter weinig moeite om dat gevaar uit de weg te ruimen.

Het verhaal rond ‘Bob Roberts’ mag dan volkomen fictief zijn, het komt allemaal bedrieglijk echt over. Dat is voor een groot deel te danken aan de overtuigende documentairestijl waarin een en ander gefilmd is (met handheld camera, gehanteerd door Jean Lépine). Maar ook inhoudelijk benadert deze film de realiteit. Niet alleen in de VS, waar in de jaren negentig miljonair Ross Perot een gooi deed naar de macht, maar ook in ons eigen land is de opkomst van rechtse populisten als Pim Fortuyn, Rita Verdonk en Geert Wilders een opvallende ontwikkeling. Daarbij maakt Robbins met zijn film bovendien pijnlijk duidelijk welke rol de media speelt in het creëren van een imago – en daarbij in de meningsvorming van het publiek. De media in ‘Bob Roberts’ bestaat uit louter ja-knikkers die nog nooit betrapt zijn op ook maar één kritische vraag. De nieuwslezers worden in deze prent vertolkt door een keur aan bekende acteurs, onder wie Robbins’ partner Susan Sarandon, James Spader, Peter Gallagher, Fred Ward en Pamela Reed. In Roberts’ campagneteam zijn onder anderen een opnieuw geweldige Alan Rickman en Ray Wise te zien. Verder zijn in diverse kleine bijrollen nog Helen Hunt, een piepjonge Jack Black, David Strathairn, John Cusack en Jeremy Piven te zien. Om te voorkomen dat de liedjes uit de film – die Robbins samen met zijn broer David componeerde en schreef – voor de verkeerde doeleinden zouden worden gebruikt, werd er geen soundtrack uitgebracht.

Robert Altman filmde in 1988 al eens een tv-documentaire over een fictieve presidentskandidaat, ‘Tanner, 88’. In het verlengde van dat fraaie stukje cinema ligt ‘Bob Roberts’. Natuurlijk, Tim Robbins legt zijn eigen mening er wel érg dik bovenop. Maar dat mag, want dit is een satire en geen onafhankelijk politiek commentaar. Hij geeft zijn ongezouten mening over de Amerikaanse politiek en dat is zijn goed recht. Het is een boodschap die nog altijd relevant is. Robbins maakt met deze prent een overdonderend regiedebuut, die als mockumentary wellicht alleen wordt geëvenaard door ‘This is Spinal Tap’ (1984). De film is spitsvondig, grappig en verontrustend tegelijk en Robbins zet met zijn open gezicht en stralende glimlach de populistische folkzanger Bob Roberts bedrieglijk overtuigend neer. Zeker voor wie openstaat voor de politiek en de wereld om zich heen is dit intrigerend staaltje vakwerk een absolute aanrader!

Patricia Smagge