Bobby Fischer Against the World (2011)

Regie: Liz Garbus | 83 minuten | biografie, documentaire, sport

Aan het begin van de jaren zeventig, toen de Vietnamoorlog en het Watergateschandaal de headlines waren die het wereldnieuws domineerden, waren miljoenen ogen gericht op een schaakbord op IJsland. In een tijd waarin de Koude Oorlog het oosten en het westen lijnrecht tegenover elkaar zet, voeren schaakgrootmeesters Bobby Fischer en Boris Spassky een strijd om de prestigieuze wereldtitel. De schaaksport werd jarenlang overheerst door de Sovjet-Unie. Met de onberekenbare maar geniale Fischer had de VS eindelijk een kandidaat in huis voor de wereldtitel. De druk op de schouders van Fischer was niet alleen de druk die hij zichzelf oplegde, om de beste schaker van de wereld te worden, maar ook de druk van de complete kapitalistische wereld om de dreiging van het communisme tegen te gaan. Geen sinecure voor een man die er een hekel aan had om in de belangstelling te staan.

In de documentaire ‘Bobby Fischer Against the World’ (2011) van Liz Garbus vomt deze ‘Match of the Century’ tussen Fischer en Spassky de kapstok waar het levensverhaal van de zonderlinge Amerikaanse schaker aan is opgehangen. De film opent met een speelse aaneenschakeling van headliners, nieuwsflitsen en televisiefragmenten waarin het belang van de wereldtitelstrijd in 1972 nog maar eens wordt benadrukt. Daarna wordt teruggeblikt op Fischers jonge jaren. Al op vijftienjarige leeftijd was hij schaakkampioen van de Verenigde Staten; in de jaren die volgden zou hij een suprematie laten zien die in de VS nog niet eerder vertoond was. Fischer werd een held, zij het een onwaarschijnlijke. Want hij was schuw en vreemd. In zijn jeugd was hij dat al, maar na zijn wereldtitel in 1972 zou dat nog veel erger worden.

Garbus laat betrokkenen aan het woord over Fischer; schaakgrootheden, toernooiorganisator en kenners. Uit hun verhalen blijkt dat het Amerikaanse genie geen eenvoudige jeugd heeft gehad. Zijn moeder, een Pools-Joodse vluchtelinge, liet hem veel aan zijn lot over omdat ze te druk was met de protestmarsen waarin ze meeliep. Eigenlijk had de jonge Bobby alleen zijn oudere zus Joan, want de man die zijn vader zou zijn, de Duitse wetenschapper Hans-Gerhardt Fischer, zou helemaal nooit naar de VS zijn gekomen. Later werd bekend dat Fischers biologische vader wel eens Paul Nemenyi zou kunnen zijn, de man met wie zijn moeder Regina in 1942 een affaire had gehad en die tot zijn dood in 1952 elke maand een bijdrage betaalde voor zijn opleiding. Bobby, die bij afwezigheid van zijn moeder veel alleen thuis zat, leerde op zesjarige leeftijd schaken. Hij bleek een natuurtalent en klopt al op jonge leeftijd nadrukkelijk op de deur van de nationale schaaktop.

Zoals wel meer geniale schakers, blijkt ook Bobby Fischer zo zijn eigenaardigheden te hebben. Zo is hij bijzonder egocentrisch ingesteld en heeft hij menig toernooiorganisator hartkloppingen bezorgd door pas op het laatste moment te beslissen of hij wel zou komen opdagen. Hij stelde vaak onmogelijke eisen, en niet alleen financieel. Tijdens de Match of the Century (een ‘best of 25’-wedstrijd) verloor hij het tweede duel omdat hij niet kwam opdagen. Zijn reden: hij kon niet tegen het geluid dat de camera’s maakten die de titelstrijd – waar de hele wereld ademloos naar zat te kijken – vastlegden. Het is dat zijn tegenstander Boris Spassky zo’n gentleman was en erin toestemde om in een achterafkamer verder te spelen, dat Fischer überhaupt ooit wereldkampioen is geworden… Want na die ene mondiale titel in 1972 schaakte hij jarenlang niet. Na een lucratief jaar waarin hij langs talkshows ging (zijn liefde voor geld was blijkbaar sterker dan zijn afkeer tegen de media), liet hij zich jarenlang nauwelijks zien. Fischer leefde twintig jaar als een kluizenaar, maar haalde zo af en toe het nieuws door antisemitische en andere controversiële opmerkingen.

Hij dook pas weer op voor een rematch tegen Spassky, die gehouden werd in het door burgeroorlog geteisterde Joegoslavië. Omdat hij daarmee de VN-sancties die voor dat land golden schond, had de Amerikaanse regering hem verboden de wedstrijd te spelen. Fischer, woedend over het speelverbod, kon de drie miljoen dollar die hij voor de wedstrijd kreeg echter niet weerstaan. Hij zou nooit meer terugkeren naar de VS en leidde tot zijn dood in 2008 een zwervend bestaan. Hij woonde onder meer in Hongarije, de Filippijnen en Japan. Vanwege een belastingschuld en zijn overtreding van de VN-sanctie in 1992, vaardigden de Amerikanen een arrestatiebevel tegen hem uit. Toen hij in 2004 Japan probeerde te verlaten, werd hij opgepakt. De statenloze burger zou uiteindelijk door IJsland de reddende hand toegestoken krijgen. Het Noord-Europese eiland verleende hem een paspoort. De laatste twintig jaar van zijn leven kende de wereld kluizenaar Fischer als een excentriekeling die via obscure radiozenders ani-Amerikaanse en antisemitische boodschappen de ether in stuurde. Zo juichte hij onder meer de aanslagen van 11 september 2011 toe. Aan zijn mentale gezondheid werd ernstig getwijfeld.

‘Bobby Fischer Against the World’ probeert enig inzicht te geven in wie Fischer was en wat hem dreef tot zijn opmerkelijke uitspraken en gedrag. Veel sprekers hebben de man van dichtbij meegemaakt, maar omdat Fischer zo ongrijpbaar was, hebben ze hem nooit écht leren kennen. Fischer blijft daardoor een enigma, een fenomeen. Hij wordt een van de beste schakers aller tijden genoemd, maar werd ‘slechts’ een keer wereldkampioen. Zijn eigen onmogelijke karakter heeft hem vaak tegengewerkt. Sympathiek was hij niet, intrigerend des te meer. Liz Garbus maakte een informatief en amusant portret van een schaakgrootheid, een beroemdheid tegen wil en dank. Maar echt leren kennen zullen we Bobby Fischer nooit, daar brengt deze film geen verandering in.

Patricia Smagge