Body Heat (1981)

Regie: Lawrence Kasdan | 109 minuten | misdaad, drama, thriller | Acteurs: William Hurt, Kathleen Turner, Richard Crenna, Ted Danson, J.A. Preston, Mickey Rourke, Kim Zimmer, Jane Hallaren, Lanna Saunders, Carola McGuinness, Michael Ryan, Larry Marko, Deborah Lucchesi, Lynn Hallowell, Thom Sharp    

De titel is goed gekozen: hitte en lichamen zijn namelijk prominent aanwezig in ‘Body Heat’, de debuutfilm van schrijver/regisseur Lawrence Kasdan. De eerste scène is hier al meteen een goed voorbeeld van. We zien Ned Racine vanuit zijn hotelkamer uit het raam kijken naar een laaiende brand, terwijl achter hem een vrouw uit de douche stapt en klaagt dat ze meteen al weer loopt te zweten. Heel economisch zijn hier alle kernelementen van de film geïntroduceerd. Vuur zal nog verschillende keren een belangrijke rol gaan spelen op plotniveau, de hitte is iets wat in verschillende dialogen terugkomt en voor een algehele broeierige en opstandige sfeer zorgt, en het (naakte) vrouwenlichaam en Ned’s lustgevoelens hiervoor zijn belangrijk en zeer bepalend voor Neds acties in de film.

‘Body Heat’ is om verschillende redenen belangrijk: de film deed het genre herleven en liet zien dat film noir nog steeds potentie had. De oranje-rode, en gele kleuren werken hier net zo goed als zwart-wit in het verleden en de plotelementen kunnen, hoewel bekend, nog steeds prikkelend zijn. Ook betekende deze film het begin van verschillende carrières. Naast het regiedebuut van Kasdan, was dit de eerste film en doorbraak van Kathleen Turner en Mickey Rourke, en dit laatste geldt ook voor hoofdrolspeler William Hurt.

Hurt is hier een semi-Casanova die ieder nacht een andere dame in zijn bed heeft, en betrekkelijk intelligent is. Betrekkelijk, want zo gauw hij in aanraking komt met de femme fatale van de film, moet hij toch het onderspit delven wat intelligentie betreft (of hij is gewoon niet in staat helder te denken, om voor de hand liggende redenen). Matty’s opmerking  wanneer ze Ned voor het eerst ontmoet is veelzeggend wat dit betreft, ook vanwege haar specifieke plannen met hem in de film: “You’re not too smart, are you? I like that in a man”.

Turner demonstreert een interessante combinatie van sensualiteit en mysterie, en laat zien zowel binnen als buiten de slaapkamer de touwtjes stevig in handen te hebben. Heel gehaaid weet ze Ned zodanig te beïnvloeden, dat hij zelf het uiteindelijke duivelse plan voorstelt, en laat hem zo in de veronderstelling alles zelf bedacht te hebben. Echter, hoewel Turner over het algemeen niet teleur stelt, is ze ergens ook niet intrigerend of provocerend genoeg. We voelen nauwelijks sympathie voor haar, maar we kunnen ook niet echt genieten van een soort doortraptheid, of duidelijk gevaar dat van haar uitgaat. Wat dat betreft is bijvoorbeeld Linda Fiorentino’s rol in John Dahl’s ‘The Last Seduction’ een stuk bevredigender.

Het is ook niet goed te begrijpen waarom Ned ineens voor deze vrouw bereid is te moorden. Wanneer ze het over de rijkdom van haar man hebben geeft Matty te kennen dat ze eigenlijk zou willen dat haar man dood was, maar dat ze daar niet aan durft te denken. Ned zegt dat hij dit ook wel zou willen, maar dat ze niet bang hoeft te zijn. Hij gaat immers niet zomaar dood om hen een plezier te doen. Dat Ned überhaupt de man dood wenst gaat al ver (hij kent hem immers niet eens), maar dat hij hem later daadwerkelijk wil vermoorden is helemaal extreem. Natuurlijk zou hij Matty graag voor zich alleen willen, maar een extra aanleiding lijkt toch wel nodig als het om moord gaat (bovendien heeft hij niet echt te klagen wat vrouwelijke aandacht betreft). Als de man zijn vrouw nu mishandelde of een gevaar was voor de samenleving, dan zou Ned’s beslissing nog enigszins te begrijpen zijn, maar voor zover we weten gaat het slechts om een wat louche, onplezierige, op geld beluste man.

Misschien moeten we maar accepteren dat het zijn liefde of lust voor Matty is die hem hiertoe aanzet, alsmede de overheersende hitte, waardoor mensen zich vaak anders gedragen en de criminaliteit toeneemt, zoals een personage uitlegt in de film (en zoals blijkt in Spike Lee’s ‘Do the Right Thing’). Het zorgt er alleen, jammer genoeg, voor dat we als toeschouwer niet echt een band krijgen met de personages en het geheel meer van een afstand observeren. Vanuit die positie kan gesteld worden, dat ‘Body Heat’ vakkundig een broeierige sfeer en een betrekkelijk boeiend verhaal en personages weet neer te zetten, met goede acteerprestaties, een efficiënte regie, en mooie muziek van John Barry, die perfect past bij de sfeer en het genre van de film. Al is de film niet vaak verrassend, het is desalniettemin een prima voorbeeld van een prikkelende, goed uitgevoerde (moderne) film noir.

Bart Rietvink