Brazil (1985)

Regie: Terry Gilliam | 131 minuten | drama, komedie, fantasie, science fiction | Acteurs: Jonathan Pryce, Robert De Niro, Katherine Helmond, Kim Greist, Ian Holm, Sheila Reid, Bob Hoskins, Michael Palin, Ian Richardson, Peter Vaughan

Terry Gilliam maakte in 2005 een fout met de vreselijk dure en vreselijk mislukte film ‘The Brothers Grimm’, maar als we kijken naar de rest van zijn werk mogen we hem die ene fout niet kwalijk nemen. Hij is en blijft een van de grote breinen achter Monty Python en met films als ‘Twelve Monkeys’ (1995) en ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ (1998) heeft hij bewezen wel degelijk in staat te zijn de meest bizarre fantasieën om te zetten in bewegende beelden.

‘Brazil’ is zo’n bizarre fantasie. De film speelt zich af ‘somewhere in the 20th century’ en de wereld die wordt getoond doet tegelijkertijd retro en futuristisch aan. Een heleboel rare uitvindingen met schermpjes en snoertjes dus. Aangezien de film uit 1985 komt en het hier gaat om een volstrekt bureaucratische, totalitaire staat waarin het individu weinig in te brengen heeft, liggen vergelijkingen met George Orwells ‘1984’ voor de hand. ‘Brazil’ is van vergelijkbare nachtmerrie-achtige proporties. Maar we hebben hier te maken met Gilliam: de nachtmerrie wordt gemixt met de absurde humor van Monty Python. Het nogal schreeuwerige, vrolijke liedje ‘Brazil’ past totaal niet in deze grauwe wereld en is daardoor perfect als het liedje waarop Sam Lowry wegdroomt.

In zijn dromen heeft Sam vleugels en redt hij een engelachtige vrouw. Als hij deze vrouw in werkelijkheid tegenkomt heeft ze echter kort haar en lijkt ze geen enkele behoefte te hebben door een man gered te worden. Op een gegeven moment heeft ze echter een pruik op en een jurk aan en lijkt ze precies op Sams droombeeld. Nadat ze de liefde geconsumeerd hebben zou je verwachten dat de film eindigt, maar dan begint de ellende pas echt.

Vanuit de filmtheorieën van filosoof en psychoanalist Slavoj Zizek is dat maar al te logisch. Sam heeft Jill omgevormd tot zijn droomvrouw en daarmee heeft hij zijn fantasie tot werkelijkheid gemaakt. Maar als fantasie werkelijkheid wordt krijg je volgens Zizek een nachtmerrie. Als Sam even later het gezicht van Jill projecteert op dat van zijn dominante, ijdele moeder is Zizeks theorie al helemaal van toepassing: we hebben hier te maken met een Oedipus-complex. Sam moet eerst loskomen van zijn moeder, die steeds wil dat hij ambitieuzer is. Tuttle fungeert als een soort afwezig vaderfiguur: hij redt Sam uit lastige situaties, om dan snel weer in het niets te verdwijnen. Sam moet ook los zien te komen van Tuttle – en zijn schuldgevoelens over Buttle – en Jill als redder accepteren. Pas als hij haar niet langer ziet als passieve droomvrouw, staat het geluk voor hem open. Tot zover Zizeks psychoanalyse, want zo gemakkelijk gaat dat allemaal niet in Gilliams ‘Brazil’. Dit is een wereld waarin alleen het vluchten in dromen nog een flintertje geluk oplevert.

Er is in ‘Brazil’ ongelooflijk veel aandacht besteed aan grappige details en personages. Helaas leidt dat nogal eens af van de verhaallijn en heeft het ook tot gevolg dat niet alles en iedereen even goed tot zijn recht komt. ‘Brazil’ is absurd, spannend en mooi gemaakt, maar je krijgt ook het idee dat Gilliam wat te veel in de film heeft geprobeerd te stoppen.

Emy Koopman