Bride of Chucky (1998)

Regie: Ronny Yu | 89 minuten | horror, komedie, romantiek | Acteurs: Jennifer Tilly, Brad Dourif, Katherine Heigl, Nick Stabile, Alexis Arquette, Gordon Woolvett, John Ritter, Lawrence Dane, Michael Johnson, James Gallanders

De originele ‘Child’s Play’ had een beangstigend uitgangspunt, want wanneer de meest pure doelgroep – het kind – in gevaar is en zelfs een onschuldig stuk speelgoed het Kwaad kan herbergen, is niemand meer veilig. Omdat een pop alleen maar vrolijkheid zou moeten brengen en de gezichtjes bijna altijd lachen, is het zo onwerkelijk wanneer het de bron is van dood en verderf. Hoewel, er zijn genoeg mensen die juist vanwege de levenloze grijns van een pop en de (bijna-)gelijkenis met een normaal mens de kriebels krijgen. In ‘Child’s Play’ wordt deze angst optimaal uitgebuit. Door zo’n klein ventje met zijn trappelvoetjes achter de bank of door de gang te laten rennen met een flink vleesmes in zijn handen kun je zelfs de meest doorgewinterde horrorfanaat nog rillingen bezorgen. Begrijpelijk dus dat de makers dit gegeven na deze film nog langer wilden uitmelken. Toch bleek het met iedere film een stuk minder eng en interessant te worden en werden de verhalen eentonig. Er was een Chinese regisseur voor nodig om de serie een nieuwe impuls te geven. Ronnie Yu maakte met ‘Bride of Chucky’ een film met een aantrekkelijke komische, postmoderne inslag, die refereert aan – en lol heeft met – clichés uit de vorige “Chucky”-films en andere, klassieke horrorfilms. Yu weet de serie precies de juiste energie te geven om kijkers weer enthousiast te maken voor de maniakale pop.

Toegegeven, de plot is nog steeds niet verrassend: pop Chucky komt tot leven en laat een spoor van bloederige moorden achter zich in zijn missie om zijn geest naar een menselijk lichaam te transporteren. Ook is er van zorgvuldig opgebouwde spanning – zoals die in de originele ‘Child’s Play’ – weinig sprake, maar hier staan een hoop pluspunten tegenover. Het meest in het oog springende aspect is de vette knipoog waar alles mee gepresenteerd wordt. De film is zich duidelijk zeer bewust van het genre waarin het zich bevindt en van zijn eigen ridicule verhaalconcept. Voor de kenner zijn er leuke verwijzingen naar klassieke films aanwezig. Natuurlijk is de titel, het centrale idee, en de manier waarop de gehavende Chucky-pop weer aaneen wordt genaaid, een hommage aan ‘The Bride of Frankenstein’, een film die zelfs nog even vertoond wordt op het tv-tje van Jennifer Tilly. Maar wanneer een agent in de openingsscène de Chucky-pop uit de bewijskamer van het politiebureau haalt, kan de kijker al verschillende klassiekers afvinken door het aanwezige bewijsmateriaal uit andere zaken. Het masker van Jason uit ‘Friday the 13th’? Check. Dat van Michael Meyers uit ‘Halloween’? Check. De klauw van Freddy Kruger? Check. Pinhead uit ‘Hellraiser’ krijgt verschillende verwijzingen, waarvan er één de vermakelijke vorm krijgt van één van Chucky’s moordpartijen, waarbij een airbag, een stel spijkers en het hoofd van John Ritter de belangrijkste ingrediënten vormen.

De innovatieve moorden zijn een grote bron van vermaak in de film. Net als in de ‘Final Destination’-films is het bijna een sport om te bedenken hoe de slachtoffers aan hun einde zullen komen, en net als in deel drie uit die reeks, wordt er hierbij erg op de lach en het shockeffect gespeeld. Een slachtoffer dat ineens geschept wordt door een voorbijrazende vrachtwagen, een pasgetrouwd stel dat in hun bruidssuite doorzeefd wordt door scherven van de plafondspiegel, er gebeurt altijd wel iets interessants of onverwachts. Daarbij gaan de horror en comedy meestal hand in hand. Zo zien we in Pulp Fiction-stijl hoe Chucky zijn opties afgaat in moordwapens wanneer hij een slachtoffer voor ogen heeft. Eerst pakt de charmante pop het oude, vertrouwde mes; tot hij een hamer ziet. Hmm, ligt lekker in de hand. Maar dat wordt ‘m ook niet. Toch maar voor een meer creatieve MacGyver-oplossing. Of zoals pop Tiffany zegt: “Wat zou Martha Stewart doen wanneer ze onverwacht gasten op bezoek krijgt? Improviseren!”. Chucky zelf en zijn status als horroricoon worden ook op de hak genomen in de film. Zo bekritiseert Tiffany zijn voorliefde voor snijgereedschap met de woorden “Zit dat mes soms aan je handen vastgelijmd? Dit zijn de jaren 90!” En haar Goth-vriendje merkt op wanneer hij de Chucky-pop ziet: “Chucky is zó jaren 80. Hij is niet eens eng.”

Maar er zitten ook leuke, subtiele visuele grapjes in de film. Onder meer met het idee dat de poppen slechts (mogen) bewegen wanneer de mensen uit beeld zijn of niet kijken – in een soort satanische versie van ‘Toy Story’ – worden leuke dingen gedaan. Wanneer Tiffany en Chucky, beide in popvorm, meeliften in de auto van de jonge geliefden en, zittend op de achterbank, zien hoe de vervelende vader van Heigl, John Ritter, langsloopt, zie je de hoofdjes synchroon meedraaien, met een duivelse grijns op de gezichtjes, verwijzend naar hun snode plannetjes. Erg grappig is het ook dat (alleen) de kopjes lichtelijk op en neer stuiteren wanneer de auto gestart wordt en de radio wordt aangezet en er hardrock uit de autospeakers schalt, als waren ze van die guitige hoedenplankpoppetjes. Ook komt er, nog voordat dit te zien was in ‘Team America’, heuse poppenseks in de film voor, waarbij geen condoom nodig is, omdat Chucky zelf al van rubber is, zoals hij slim opmerkt.

Niet alleen de humor, verwijzingen, en moordscènes zijn geslaagd, ook de casting is prima in orde. De tieneracteurs (inclusief een jeugdige Katherine Heigl) zijn geloofwaardig in de portrettering van hun prille relatie, en Ritter is een fijne onuitstaanbare “schurk”. Jennifer Tilly is, met haar hoge, hese stem en voluptueuze vormen, geknipt voor een cartoony rol als deze en de stem van Brad Dourif blijft qua intelligentie en sarcastische inslag uiterst effectief voor het Chucky-personage. Verder is de lekker (hard)rocksoundtrack een perfecte aanvulling voor het snelle tempo en de anarchistische sfeer van de film.

Regisseur Ronnie Yu, die later ook redelijk succesvol hetzelfde kunstje zou flikken met twee andere grote horroriconen in ‘Freddy vs. Jason’, en zich met Chinese films als ‘The Bride with the White Hair’ en ‘Fearless’ ook al voldoende heeft bewezen, bleek de juiste keus te zijn voor een welkome herstart van de Chucky-franchise. ‘Bride of Chucky’ is het vreugdevolle bewijs dat er nog leven zit in de geliefde psychopathische pop.

Bart Rietvink