Brother Bear (2003)

Regie: Aaron Blaise, Robert Walker | 85 minuten | animatie, familie, avontuur, fantasie | Originele stemmencast: Joaquin Phoenix, Jeremy Suarez, Jason Raize, Rick Moranis, Dave Thomas, D.B. Sweeney, Joan Copeland, Michael Clarke Duncan

In verschillende Disneyfilms is respect voor de natuur – of de natuurlijke balans – een belangrijk thema, maar het gaat nergens zo ver als in ‘Brother Bear’, waarin het hoofdpersonage zich letterlijk en figuurlijk moet verplaatsen in de beren die hij als monsters ziet. ‘Brother Bear’ heeft een bekende structuur: het is een roadmovie à la ‘Ice Age’ waarin een in een beer getransformeerde indianenjongen wordt opgezadeld met een schattig maar hem irriterend berenjong, met wie hij gaandeweg een “verrassende”, liefdevolle band opbouwt. Ook de prettig gestoorde sidekicks die onderweg opduiken, het tragische sterfgeval aan het begin van de film, en de in mist gehulde geestesverschijning aan de hemel, zijn allesbehalve nieuw in (Disney)-animatiefilms. Nee, op overdreven veel originaliteit kan de film niet betrapt worden. Toch kijkt ‘Brother Bear’, ondanks zijn geijkte elementen, lekker weg. Wie weet, misschien werkt de bekende formule juist in het voordeel van de film. De kijker weet wat hij kan verwachten en kan zich gewoon op de sfeer en de losse scènes richten, die over het algemeen gewoon prima te pruimen zijn.

Ondanks het “gewichtige” thema van dood en wedergeboorte, en het erbij halen van de spirituele wereld, komt ‘Brother Bear’ lichtvoetig over. De film voelt niet aan als de “grote, nieuwe Disney-classic” maar bijna als een vervolgfilm die toevallig op een druilerige zondagmiddag op tv wordt meegepakt. En afgezien van de noodzaak tot het verkondigen van de boodschap van liefde en respect voor alle levende wezens, lijkt de film niet erg bezig te zijn met het indruk maken op de kijker door het opvoeren van de ene bombastische scène na de andere. Een cynicus zou kunnen zeggen dat hier een soort luiheid of gebrek aan ambitie uit spreekt, maar met zo’n houding zouden de sympathieke kanten van de film over het hoofd kunnen worden gezien.

Één van de redenen dat ‘Brother Bear’ werkt, is zijn kloppende hart. Het is een film zonder uitgesproken schurken en met vooral een focus op het ontwikkelen van een liefdevolle band tussen de beren Kenai en Koda. En zelfs al lijkt de centrale relatie in ‘Brother Bear’ op die in ‘Shrek’, ‘Ice Age’, of ‘Open Season’, het is alleen maar vorm. Want Koda praat misschien veel, maar veel meer dan enthousiasme kan hem niet aangerekend worden. De ergernis die Kenai ervaart door met dit schattige beertje op te trekken, is dan ook niet bepaald invoelbaar, en zegt vooral wat over de nukken van Kenai en zijn (begrijpelijke) chagrijn na zijn gedaanteverwisseling. Koda is in ieder geval sympathiek, warm en knuffelig genoeg, om hem geliefd te maken bij de kijker, en deze te laten geven om zijn lot. Echter, aangezien de strijd tussen hem en Kenai vooral spel lijkt te zijn, is dit niet de meest succesvolle plek voor humor. Gelukkig zijn er twee mallotige Canadese elanden, met de namen Rutt (Rick Moranis) en Tuke (Dave Thomas) die deze afdeling op meer dan geslaagde wijze voor hun rekening nemen. Hun sullige grappen en grollen treffen vaak doel, ook al is het soms te flauw voor woorden. Zelfs wanneer ze samen een eindeloos “Ik zie ik zie…” spelletje spelen, waarbij ze allebei steeds hetzelfde onderwerp – een boom – kiezen, omdat er verder niets te zien is in de verre omtrek, wordt de weerstand van de kijker uiteindelijk afgebroken, omdat ze zo droog en onvermoeibaar doorgaan met hun flauwiteiten. Alleen het continu eindigen van zinnen, met “eh” (omdat Canadezen nu eenmaal zo praten), begint op den duur de keel uit te hangen.

Eigenlijk zijn deze personages en relaties – de elanden onderhouden ook nog een warme band met onze berenvrienden – genoeg om ‘Brother Bear’ draaiende te houden. Maar het is niet alleen maar onnozel gekeuvel wat de klok slaat. Kenai wordt namelijk achtervolgd door zijn eigen broer, die natuurlijk niet weet dat hij getransformeerd is, en de beer juist ziet als doder van zijn broer. Dit zorgt af en toe nog wel voor wat spannende momenten, al geloof je als kijker geen moment dat het slecht af zal lopen.

Hoewel veel in de film voorspelbaar is, is het einde eigenlijk toch best verrassend. Er zit weliswaar een soort poëtische gerechtigheid in de eindoplossing, maar onverwacht is het wel, en misschien niet voor ieder volk even educatief, op de lange termijn. Maar de tijd zal het leren.

‘Brother Bear’ is inhoudelijk zeker geen hoogvlieger onder de Disney-films, en ook de muziek en animatie zijn helaas middelmatig, maar de film weet toch te ontroeren en te vermaken, met leuke personages en een fijne, ongedwongen sfeer.

Bart Rietvink

‘Brother Bear’ verschijnt woensdag 20 maart 2013 op blu-ray.