Bulk (2025)

Recensie Bulk CinemagazineRegie: Ben Wheatley | 95 minuten | actie, romantiek, science fiction | Acteurs: Sam Riley, Noah Taylor, Mark Monero, Alexandra Maria Lara

Corey Harlan, held met de duizend gezichten (maar vooralsnog met dat van Sam Riley), krijgt opdracht de puinhoop van een mislukt experiment van bevriend wetenschapper Anton Chambers (Mark Monero) op te ruimen. Tot zover de premisse van Ben Wheatleys verknipte middernachtfilm ‘Bulk’. En wat vandaaruit vertrekt gaat alle kanten uit. Niet dat ‘Bulk’ onnavolgbaar is, maar gids Aclima (Alexandra Maria Lara) moet wel haar uiterste best doen alle gebeurtenissen bij hun gebeuren als dusdanig te benoemen, geen ontrafeling gespaard. In het begin klinkt dat nog uitleggerig, gaandeweg echter absurd. Elke scène wordt geboren uit de voorafgaande en zij als wetenschapper van de verhaaldraden geraakt als enige wijs uit de associatieve en incoherente opeenvolgingen van scènes. De handeling doet er slechts toe als excuus voor vooral vormelijk vertelexperiment.

‘Bulk’ bulkt van de toespelingen, knipogen, verwijzingen, referenties, genreconventies, clichés, stereo- en archetypen, hommages en meta-lagen. De kijker moet dus eveneens een wetenschapper van de intertekst, een filmfan en -kenner zijn om tot datgene te komen wat hij steeds en altijd nastreeft: kijkplezier. En om te beseffen dat hij niet daarnaar op zoek moet gaan wat een toevallige passant zou verwachten: betekenis. De rugprojectie en forced perspective, de oorverdovende foley, de zoekende handycam, de TV-serie intro, de YouTube outro, de totaal overbodige verteller (met de stem van de totaal onoverbodige Bill Nighy)… ‘Bulk’ is nadrukkelijk nep en steekt constructie noch inspiratie weg.

“Narratief is tirannie”, deelt de woestijnkluizenaar (Noah Taylor) mee aan Harlan, overigens journalist die niet weinig weg heeft van ‘La Dolce Vita’’s Marcello. Het is een scène die openlijk de illusie van het vertellen doorbreekt door te verwijzen naar de wetenschappelijke narratologie. “De monomythe is zelf een mythe” luidt een andere boutade van de woestijnkluizenaar die zichzelf eerder als een volgeling van Aarne-Thompson-Uther dan van Joseph Campbell ziet. Diversiteit boven eenheid dus in het verhalen vertellen. Vandaag de dag is het verhaal zo versnipperd dat men zich kan afvragen of het überhaupt nog bestaat. Het is niet meer te vertellen zoals men vroeger een mythe vertelde. Verhalen zijn in hun geconstrueerdheid doorzien. Er zijn te veel dimensies aan waar de kijker zich een bewustzijn over heeft ontwikkeld.

Films die een verhaal willen vertellen en klassiek gescript zijn om een gemeenschappelijke catharsis uit te lokken, zijn in vrije val. Theaterzalen lopen leeg en alleen de cinefielen blijven over. Voor hen bestaat de verhalende film alleen nog maar in theorie, want zelf hebben ze elke techniek al lang doorzien. Ze weten dat elk verhaal al eens verteld is en dat de grootste illusie van al emotionele loutering is. Zelden worden ze nog echt geraakt, want het eelt op hun ogen behoedt hen van eender lichamelijk gevoel. Hun kijkervaring is intellectueel. Het spel dat ze spelen bestaat uit referenties jagen en zo snel mogelijk met een betekenisvolle interpretatie komen. ‘Bulk’ daagt hen uit. De transparantie waarmee het zichzelf uitlegt wordt enkel overtroffen door de hermetiek die er eigen aan blijft. De zelfbewuste, uitstekend geïnformeerde filmganger laat zich de plot vertellen, terwijl die zelf de filmverwijzingen zit te tellen en moet uiteindelijk beseffen dat film vandaag niet meer zijn vroegere rol als betekenisdrager kan overtreffen.

Arthur Vandermoere

Waardering: 4

Speciale vertoning: Imagine Fantastic Film Festival 2025