California Split (1974)
Regie: Robert Altman | 108 minuten | drama | Acteurs: George Segal, Elliott Gould, Ann Prentiss, Gwen Welles, Edward Walsh, Joseph Walsh, Bert Remsen, Barbara Ruick, Jay Fletcher
In een tijd waarin gokken steeds verder het dagelijks leven binnendringt — van online casino’s met celebrities in reclames tot predictiemarkten waarop je inmiddels op de meest absurde dingen geld kunt inzetten — voelt een film als ‘California Split’ relevanter dan ooit. Robert Altman, zelf een fervent gokker, benadert het onderwerp echter totaal anders dan de meeste gokfilms. Strak geregisseerde pokerclimaxen maken plaats voor een meer observerende benadering, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar de mensen rond de tafel en hun constante drang naar actie.
Nadat hun paden elkaar kruisen aan de pokertafel, zien Charlie Waters (Elliott Gould) en Bill Denny (George Segal) elkaar later terug in een stripclub. Het klikt vrijwel meteen en wanneer de twee een weddenschap sluiten over wie alle zeven dwergen uit ‘Sneeuwwitje’ kan opnoemen – want hé, je kunt tenslotte overal een weddenschap van maken — is de toon van hun nieuwe vriendschap meteen gezet. Charlie leeft van weddenschap naar weddenschap, terwijl Bill als beginnend gokker steeds verder wordt meegezogen in zijn chaotische bestaan. Poker, paardenraces, bokswedstrijden — alles komt aan bod, terwijl de film zich van casino’s naar achterkamertjes en goedkope bars beweegt.
Elliott Gould lijkt gemaakt voor de rol van Charlie, de spraakzame, hedonistische gokker die in zijn badjas met een biertje aan de ontbijttafel een zekere nonchalance uitstraalt. George Segal speelt daartegenover de meer alledaagse Bill, die aanvankelijk vooral gefascineerd lijkt door Charlies levensstijl, maar al snel zijn stokje overneemt. Tussen de twee ontstaat een soort bromance, waarbij hun chemie ontzettend natuurlijk aanvoelt, vooral tijdens de scènes waarin ze elkaar al gokkend enthousiast overschreeuwen en door elkaar heen praten.
De overlappende dialogen waar Altman om bekend staat komen dan ook nergens beter tot hun recht dan aan de pokertafels, waar gesprekken, geroep en achtergrondgeluiden constant door elkaar heen lopen. Niet alles is altijd even goed verstaanbaar, maar juist daardoor voelt het echt. Het geeft de film een hectische energie, alsof de camera toevallig aanwezig is in plaats van alles zorgvuldig in scène te zetten. Opvallend genoeg gaat er daarbij nauwelijks aandacht uit naar de kaarten of de precieze spelregels; de film vertelt alles via de reacties, blikken en spanningen rond de tafel.
In ‘California Split’ wordt gokken, ondanks de momenten van euforie en opwinding, uiteindelijk allesbehalve glamoureus neergezet. Dit is niet de stijlvolle spanning van ‘Casino Royale’, noch de zelfverzekerde cool van ‘Rounders’. Gokken wordt getoond als iets compulsiefs, vermoeiends en uiteindelijk behoorlijk leeg. Voor doorgewinterde gokkers draait het allang niet meer om winnen of verliezen, maar om de constante drang naar de volgende rush. Onder alle humor en absurditeit sluimert daardoor een pijnlijke realisatie: dat het nooit genoeg is, en dat zelfs winnen die leegte niet weet te vullen.
Zoals we van hem gewend zijn, buigt Altman in ‘California Split’ de conventies van een genre volledig naar zijn eigen hand. Wat begint als een losse, komische film over gokken, groeit langzaam uit tot een verrassend melancholisch portret van mensen die voortdurend op zoek zijn naar een volgende prikkel. Juist doordat Altman gokken niet romantiseert maar observeert — duidelijk vanuit een wereld die hij zelf goed kende — weet ‘California Split’ als weinig andere films over te brengen hoe het voelt om urenlang aan een pokertafel te zitten, met alle pieken, dalen en alles daartussenin.
Julian Meijer
Waardering: 4.5
Bioscooprelease: 2 oktober 1975
