Cars 2 (2011)

Regie: John Lasseter, Brad Lewis | 112 minuten | animatie, komedie, familie | Originele stemmencast: Owen Wilson, Larry The Cable Guy, John Ratzenberger, Bonnie Hunt, Tony Shalhoub, Cheech Marin, Bruce Campbell, Michael Caine, Emily Mortimer, John Turturro, Joe Mantegna, Thomas Kretschmann, Eddie Izzard, Cheech Marin, Peter Jacobson, Jenifer Lewis, Franco Nero, Jeff Gordon, Guido Quaroni, Lewis Hamilton, Lloyd Sherr, Darrell Waltrip, David Hobbs | Nederlandse stemmencast: Hans Somers, Frits Lambrechts, Laus Steenbeeke, Lieke van Lexmond, Daniel Boissevain, Hero Muller, Edwin Evers, Jeroen van Inkel, Christijan Albers, Eddy Zoey, Jörgen Raymann, Michiel Veenstra, Ad Visser, Brainpower, Guus Meeuwis, Emile Ratelband, Olav Mol, Winston Gerschtanowitz

Er werd vanuit verschillende hoeken vreemd opgekeken toen Disney/Pixar aankondigde een sequel te maken op ‘Cars’ (2006). Want hoewel dat nog altijd de film is die het meeste geld in het laatje bracht met merchandising, de film geldt tevens als de minst geniale (in creatief opzicht) van de animatiestudio. Waar de talenten van Pixar geen enkele moeite lijken te hebben om speelgoed, vissen, ratten en zelfs robots een hart en een ziel te geven, daar lukt het ze maar niet om de pratende auto’s uit ‘Cars’ van enige emotionele diepgang te voorzien. Alleen in de mentorrelatie tussen racewagen Lightning McQueen (stem van Owen Wilson) en ‘Doc’ Hudson (Paul Newman) zat die diepere laag die Pixar-films zo kenmerkt en ze ook interessant maakt voor volwassenen. Maar na het overlijden van Newman in 2008 moest het over een geheel andere boeg gegooid worden voor de vervolgfilm. Toegegeven, Pixar heeft een geheel nieuwe invalshoek gevonden, ‘Cars 2’ (2011) is zeker geen herhaling van zetten. Maar echt vernieuwend en hartverwarmend is deze animatiefilm helaas ook niet geworden.

Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met het verhaal van ‘Cars 2’, dat naar Pixar-begrippen erg eendimensionaal en weinig origineel is. Lightning McQueen keert na een succesvolle tijd op de snelste racebanen van de wereld terug naar Radiator Springs, waar hij herenigd wordt met zijn oude vrienden Sally (Bonnie Hunt), Luigi (Tony Shalhoub), Ramone (Cheech Marin), Sarge (Paul Dooley) en zijn beste vriend, de verroeste takelwagen Mater (Larry the Cable Guy). Wanneer de excentrieke en steenrijke Sir Miles Axlerod (overduidelijk gebaseerd op Virgin-baas Richard Branson, met de stem van Eddie Izzard) aankondigt om ter promotie van zijn nieuwe, duurzame brandstof een nieuwe World Grand Prix te organiseren, geeft Mater zijn beste vriend op, zodat hij het kan opnemen tegen de gladde Francesco Bernoulli (John Turturro), die zichzelf ‘de snelste racewagen op aarde’ noemt. De eerste race staat gepland in Tokio. Op aandringen van Sally vraagt Lightning Mater mee op reis. De simpele en onbehouwen roestbak zet hem echter danig voor schut dat hij wenst dat hij Mater thuis had gelaten.

Om het geheel wat smeuïger te maken introduceert scenarioschrijver Ben Queen een James Bond-achtige verhaallijn. De Britse spionnen Finn McMissile (een klassieke Aston Martin met de stem van Michael Caine) en Holly Shiftwell (Emily Mortimer) zijn de grote man achter diverse criminele praktijken op het spoor en laat nou net de sullige Mater op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats en en verstrikt raken in het geheel, wanneer hij wordt aangezien als een geheim agent (met een volgens McMissile briljante vermomming). Op dit punt verschuift de focus in de film van de ‘held’ Lightning McQueen naar de ‘schlemiel’ Mater. Er ontspint zich een race tegen de klok, als Mater zijn beste vriend moet beschermen tegen de kwade genius die de deelnemers aan de World Grand Prix een voor een probeert uit te schakelen.

Dat ‘Cars 2’ voor John Lasseter en consorten niet zomaar een tussendoortje moet zijn geweest, is te zien aan de fantastische en uiterst gedetailleerde settings. Wereldsteden als Parijs, Londen en Tokio en de Italiaanse Riviera zijn bijzonder mooi en sfeervol nagemaakt, met indrukwekkende skylines en leuke knipogen naar eerdere Pixar-films. Maar daarmee snijden we meteen het probleem aan van ‘Cars 2’: als het verhaal op de voorgrond boeiend genoeg zou zijn geweest, waren die geweldige achtergronden ons wellicht niet eens opgevallen. Van Pixar verwacht je originele invalshoeken en briljante vondsten, creatieve hoogstandjes en subtiele grappen voor volwassen kijkers, en ‘Cars 2’ steek in drie van die vier categorieën bleekjes af ten opzichte van voorgangers als ‘Toy Story 3’ (2010), ‘Up’ (2009) en ‘Wall-E’ (2008). Waar die films met minimale middelen maximaal weten aan te spreken op het emotionele vlak, blijft ‘Cars 2’ – met eigenlijk alleen een uitgekauwde en moraliserende speech over vriendschap – beduidend achter. Alleen op animatietechnisch gebied kan deze film wedijveren met zijn illustere voorgangers, want naast die schitterende achtergronden zijn ook de auto’s zelf met een fijn oog voor detail gemaakt.

Voor de jongere doelgroep waar ‘Cars 2’ in eerste instantie op mikt, is dit gewoon een hele leuke animatiefilm, waarin de talrijke gebeurtenissen in een rap tempo voorbij trekken. Want amusant is ‘Cars 2’ zeker wel. Ook voor de meegekomen ouders. Natuurlijk mist Lightning McQueen een aansprekende persoonlijkheid en worden de hillbilly-fratsen van Mater na verloop van tijd steeds vermoeiender, de vaart die er dankzij de spectaculaire races en de naar 007 knipogende actie- en spionagescènes in zit trekt je met gemak door de film heen. ‘Cars 2’ zal zonder enige moeite de zalen vol krijgen en ook de speelgoedwinkels zullen optimaal profiteren van deze film. Maar of dat voldoening geeft aan de filmliefhebber die een hoger niveau gewend is van Pixar…? Nee. Vervolgfilms zijn niet altijd een succes, zelfs niet als de uit de stal van Pixar afkomstig zijn. Bij ‘Toy Story’ pakte het goed uit, bij ‘Cars’ niet. Heeft dat te maken met het feit dat de originele ‘Cars’-film bij de kritische kijker al nauwelijks potten kon breken en gezien wordt als de minste productie in het indrukwekkende oeuvre van de animatiestudio? Wat dat betreft zijn de verwachtingen van het vervolg op het indertijd veel beter ontvangen ‘Monsters Inc.’ (2001), waar de studio nu aan werkt, heel wat hoger gespannen.

Patricia Smagge

Waardering: 3

Bioscooprelease: 6 juli 2011
DVD- en blu-ray-release: 16 november 2011