Cars (2006)

Regie:  John Lasseter, Joe Ranft | 111 minuten |  animatie, komedie, familie, fantasie | Originele stemmencast: Owen Wilson, Paul Newman, Cheech Marin, Michael Keaton, Bonnie Hunt, George Carlin, Bob Costas, Paul Dooley, Katherine Helmond, Jenifer Lewis, Ray Magliozzi, Tom Magliozzi, Richard Petty, Guido Quaroni, John Ratzenberger, Tony Shalhoub, Larry The Cable Guy, Michael Wallis, Darrell Waltrip | Nederlandse stemmencast: Hans Somers, Wim van Rooij, Laus Steenbeeke, Danilo de Girolamo, Jetty Mathurin, Peter Bolhuis, Doris Baaten, Pim Koopman, Luis Daniel Ramírez, Jan Nonhof, Filip Bolluyt, Rogier Komproe, Edwin Evers, Jeroen van Inkel, Ad Visser, Frits Lambrechts, Jörgen Raymann, Frédérique Huydts, Lange Frans, Baas B, Hero Muller, Jeroen van Koningsbrugge, Fred Butter, Beatrijs Sluijter, Frans Limburg, Edo Brunner, Anneke Beukman, Huub Dikstaal, Sander van der Poel, Dennis Kivit, Cyrille Carreon, Bart Bosch, Lizemijn Libgot, Ruud Drupsteen, Robert Hilhorst, Jonas Leopold, Bert Marskamp, Murth Mossel, Eva Poppink, Job Schuring, Bertine van Voorst, Léon Wiedijk, Barry Worsteling, Hikari Yono

De nieuwe Pixar-release is altijd een filmevenement waar reikhalzend naar wordt uitgekeken. Deze zwaargewicht in de (digitale) animatiewereld weet toeschouwers keer op keer te verwonderen met prachtige nieuwe personages en werelden, waarbij aan de kleinste details aandacht wordt besteed, of het nu de specifieke bewegingen betreft van de speelgoedsoldaatjes in ‘Toy Story’, de schubbenstructuur en glans van de vissen in ‘Finding Nemo’, of de manier waarop de haren van onze helden in de wind wapperen in ‘The Incredibles’. Maar net zo’n sterk punt als de esthetiek van de Pixar-films, is de humor, zowel wat betreft de leuke vondsten in de animatie zelf, de droge gezichtsuitdrukkingen, als de dialoog. Bovendien kenmerken veel Pixar-films zich door een origineel concept of verhaal.

‘Cars’, het nieuwste paradepaardje van de studio, is, zoals verwacht, wat animatie betreft een hoogstandje, en ook is er weer een innovatief concept bedacht. Na speelgoed, insecten, monsters, vissen, en menselijke superhelden, vormen nu automobielen de hoofdpersonen van de film. Een gedurfde aanpak. Echter, buiten deze twee positieve elementen is er helaas weinig aan ‘Cars’ dat werkelijk bijzonder is of het hart sneller doet kloppen. Het verhaal is sentimenteel, afgezaagd, en erg voorspelbaar; de humor is slechts redelijk; het tempo ligt vaak te laag; en de film heeft te weinig opwindende scènes om de toeschouwer enthousiast te houden. ‘Cars’ is niet slecht, maar het is wel de eerste Pixar-film sinds lange tijd die teleurstelt.

Een grote vraag is natuurlijk of de animators van Pixar erin zouden kunnen slagen om een stel levenloze scheurijzers van overtuigende persoonlijkheden te voorzien, en of ze deze heilige koeien echte emoties zouden kunnen laten tonen. Het resultaat is boven verwachting. Uitdrukkingen en emoties als arrogantie en schaamte zijn bijvoorbeeld duidelijk van de gezichten af te lezen en, ook al moet je als kijker best wel even wennen aan deze nieuwe vorm van karakterisering, op een gegeven moment gaan we de auto’s als geloofwaardige en voelende personages zien. Desalniettemin hebben ze beperkingen. De dommige sleepwagen-met-hazentanden Mater is ontwapenend, de pitsstop hulpjes van Lightning zijn amusant als ze boos worden, en ook de Italiaanse monteurwagentjes in Radiator Springs zullen ongetwijfeld een glimlach op het gezicht van de kijker toveren met hun obsessie voor Ferrari’s, maar toch zijn de auto’s soms net niet expressief genoeg. Het weergeven van subtiele gezichtsuitdrukkingen of een emotie als verliefdheid blijkt moeilijk met de weinig veelzijdige ogen en monden van de auto’s. En hierdoor is de mogelijke band met deze personages toch potentieel minder sterk. Tegelijkertijd wordt er aardig wat gecompenseerd met expressief bewegende wielen, knipperende koplampen en motorisch temperament, waarmee aparte persoonlijkheden worden geschapen. Veel beter dan dit had het waarschijnlijk niet kunnen worden.

Maar dit is in feite maar een klein punt van kritiek. En de auto’s zelf zijn erg mooi gemaakt, met een uitgebreid repertoire aan modellen, van oud tot nieuw, van takelwagen tot sportauto tot lowrider. Gedurende de zeer opwindende openingssequentie, wanneer Lightning aan de kijker op flitsende wijze wordt geïntroduceerd, vergeten we soms bijna dat we naar een geanimeerde auto en racebaan aan het kijken zijn. De montage, met fetisjistische close-up shots van stickers, wielen en carrosserie, en de opzwepende muziek en motorgeluiden doen je even denken dat je in een gelikte live action racefilm bent beland. En de omgevingen in de rest van de film zijn ook vaak adembenemend, inclusief mooie natuurshots van de omgeving van Radiator Springs. De humor, hoewel over het algemeen niet superlatief, is soms goed vertegenwoordigd. Vaak op visueel vlak. Zo is het zowel opwindend en grappig om te zien hoe Lightning in de openingsrace nonchalant langs zijn tegenstanders zwenkt, en eindigt deze race in een hilarische fotofinish. Ook zijn de vele knipogen naar ‘The Fast and the Furious’ de moeite waard, waaronder (naast de net besproken introductie van Lightning) een episode op de snelweg waarbij vier verlichte sportwagens de transportwagen van Lightning insluiten. Één ervan heeft last van niesaanvallen, die gepaard gaan met plotselinge snelheidsinjecties.

Deze momenten zijn helaas te schaars, en de film verdrinkt al snel in een moeras van clichés, saaiheid, en goede bedoelingen wanneer Lightning in Radiator Springs strandt. Hier leert hij wat de waarde van vriendschap is, en dat er meer in het leven bestaat dan winnen. Hij leert wat grappige types kennen, waaronder Mater en een schattige Porsche, en een door Paul Newman van stem voorziene oldtimer die meer is dan hij lijkt te zijn en een oud trauma probeert te overwinnen door zijn talent na lange tijd weer onder ogen te zien (en hiermee herinneringen opwekt aan zijn rol als Fast Eddie Felson in ‘The Color of Money’). Dit veel te lange middenstuk kent verschillende problemen. Enerzijds hebben we als kijker weinig geïnvesteerd in Lightning’s missie om aan de beslissende race te kunnen meedoen. We geven simpelweg te weinig om het lot van deze arrogante racewagen. Hij is al de beste, dus spanning is ver te zoeken en zijn overmoedigheid wint hem weinig sympathie. Kortom, het kan de kijker weinig schelen of hij nu in het dropje blijft of er weggeraakt. Waardoor de uiteindelijk omslag in prioriteiten voor de racewagen de kijker niet echt weet te boeien. En als deze nieuwe inzichten nu meer te bieden hadden dan een weinig subtiele boodschap over de waarde van vriendschap ten opzichte van beroemdheid en geld, zou het nog enig verschil kunnen maken, maar ook hier stelt het script teleur. Waar zijn de originele vondsten uit eerdere Pixar-films gebleven? ‘Cars’ moet het doen met op zoete wijze gepresenteerde simpele “waarheden”. De eindrace, die opwindend had kunnen zijn, wordt nu tegengewerkt door een uitermate voorspelbare resolutie van elk los verhaallijntje, en een overdreven edelmoedig einde. Ga echter niet weg voor de aftiteling, want dan zou je bijna het leukste deel van de film missen, hoe flauw dit ook moge klinken. Hier krijg je namelijk een erg grappige ode te zien aan vaste Pixar-stem John Ratzenberger.

‘Cars’ mist de originele verhaallijn, aandoenlijkheid en humor van ‘Monster’s Inc.’, een écht gevoel van verwondering zoals dat er was bij ‘Finding Nemo’, en de kinetische actie van ‘The Incredibles’. Wat de film op zijn eigen niveau doet, doet hij betrekkelijk goed, en bij jongere kijkers of liefhebbers van ouderwetse films met duidelijke lessen over vriendschap, zou de film best kunnen aanslaan. Maar we kunnen nu eenmaal niet anders doen dan vaststellen dat ‘Cars’ zich binnen het pantheon van Pixar-films niet in de hogere regionen bevindt.

Bart Rietvink