Chandni Chowk to China (2009)

Regie: Nikhil Advani | 168 minuten | actie, komedie | Acteurs: Mithun Chakraborty, Akshay Kumar, Yuk-Ting Lau, Jun Li, Chia Hui Liu, Chang En Lu, Deepika Padukone, Ranvir Shorey, Conan Stevens, Kevin Wu, Roger Yuan

Een Indiase Kung Fu film, het moet niet veel gekker worden. Maar, zoals we weten is in filmland alles mogelijk en wie weet levert een dergelijke kruisbestuiving van culturen wel een prima resultaat op. Vooral wanneer er sprake is van een oprecht experiment, een mix van culturen, die film tot nieuwe vormen moet brengen, waarin die culturen tot elkaar komen. Voorbeelden? Geen idee, meestal leidt het tot vage Europese samenwerkingsverbanden of uit zijn verband gerukte commerciële vehikels. In de laatste categorie valt in ieder geval ‘Chandni Chowk to China’.

Geen echt experiment dus, maar een melkkoe om een zo groot mogelijk publiek (om te beginnen die van China én India samen, goed voor ongeveer 2 miljard mensen!) de bioscoop in te lokken. Het idee is dan ook niet meer dan een herhaling van wat in de martial-arts traditie al meer dan een halve eeuw wordt gedaan, waarbij niets, maar dan ook niets nieuws is toegevoegd, als we die mallotige Indiërs even buiten beschouwing laten, die komen aan bod in de volgende alinea.

De Indiërs dus. Als je nooit in India bent geweest en je denkt eraan toch eens te gaan, zal deze film je niet over de streep trekken, integendeel. Wist je dat, als je dit verhaal moet geloven, iedereen daar altijd maar druk is en veel schreeuwt? En dat er bij het minste of geringste weer een (op Amerikaanse leest geschoolde) choreografie opduikt, begeleid door house met Indiase instrumenten? Muziek die, samen met veel te overdreven geluidseffecten, dominant aanwezig blijft onder de hele film en het er niet evenwichtiger op maakt.

Alles is overvol, niet alleen de straten, maar ook in de hele film. De gebruikte stijlmiddelen zijn over the top, vorm om de vorm, zonder betekenis, tenzij die is: hysterie. Hoofdrolspeler Akshay Kumar maakt een sympathieke indruk, maar ook hij is veel te hysterisch, wat gaat irriteren. Zijn tegenspeelster Deepika Padukone maakt met haar volle lippen en algehele verschijning op het oog veel goed, alleen is men vergeten haar acteren te leren.

Deze film voelt als een bij elkaar geraapte chaos van commercieel bedoelde ideetjes, die (helaas voor de makers) bij elkaar opgeteld niet wegzakken in een waas van indrukwekkende, meeslepende cinemafantasie. Integendeel, de constructie blijft zichtbaar, omdat de uitvoering domweg niet hoogwaardig genoeg is. Computeranimaties ogen ouderwets, de openingssequentie ziet eruit alsof hij met video is opgenomen, het geluid is slecht, stijlmiddelen van zowel Bollywood als van het Kung Fu genre worden te pas en te onpas door elkaar geflikkerd en er zit geen enkele echt goede acteur in de film.

Komedie en Kung Fu gaan prima samen, dat heeft Stephen Chow bewezen met zijn ‘Kung Fu Hustle’ (2004), een film die ongetwijfeld een grote voorbeeldfunctie heeft gehad voor ‘Chandni Chowk to China’. Alleen komt de laatstgenoemde film op geen enkel moment ook maar in de buurt van dat niveau.

Arjen Dijkstra