Cinderella Man (2005)

Regie: Ron Howard | 144 minuten | drama, biografie, romantiek, sport | Acteurs: Russell Crowe, Renée Zellweger, Paul Giamatti, Craig Bierko, Paddy Considine, Bruce McGill, David Huband, Connor Price, Ariel Waller, Patrick Louis, Rosemarie DeWitt, Linda Kash, Nicholas Campbell, Gene Pyrz, Chuck Shamata    

Regisseur Ron Howard (o.a. ‘Splash’, ‘Apollo 13’, ‘A Beautiful Mind’) weet welke ingrediënten nodig zijn voor een succesvolle Hollywood film: wat sterren in de cast, een verhaal met een begin, midden en einde, menselijke helden zoals de gemiddelde Amerikaan ze graag ziet en op het juiste moment een stemmig klassiek muziekje erbij. De man weet wat hij doet, maar de resultaten van zijn vakmanschap zijn niet bepaald de origineelste. ‘Cinderella Man’ is ook zo’n film: de stercast is aanwezig en doet haar best, het ziet er allemaal goed uit en de gevechten zijn, vanuit verschillende camerastandpunten, dramatisch neergezet.

Het eerste wat gaat irriteren aan ‘Cinderella Man’ is de (waargebeurde) plot: een arme Ierse Amerikaan vecht om zijn gezin in leven te houden zijn weg naar de top en dit lukt hem nog ook, ‘against all odds’. De underdog die gelooft in zijn land en in ‘family values’ en die carrière maakt met niets meer dan een sterke wil en een paar vuisten (waarvan er één gebroken is), dat is de ‘American Dream’ zoals Amerikanen die graag verteld zien. Voor de rest van de wereldbevolking is de sympathie voor, en daarmee ook de interesse in, dit onderwerp minder met de paplepel ingegoten. Dat het fictieve personage Mike (Paddy Considine), speciaal gecreëerd als tegenhanger voor Braddock, het niet redt maakt het verhaal nog moraliserender. Mike, de effectenmakelaar die door de crisis al zijn geld verliest, gelooft namelijk – in tegenstelling tot Braddock – niet meer in de regering, noch in een ‘Droom’. Ook de titel ‘Cinderella Man’ irriteert: hij verklapt de uitkomst van de film al, wat de de gevechten wat minder spannend maakt dan ze hadden kunnen zijn.

Toch heeft de gehele cast, en in het bijzonder amateurvechtersbaas Russell Crowe, zijn best gedaan op de vechtscènes. Crowes rol in ‘Cinderella Man’, zoals hij die vertolkt, lijkt een combinatie van zijn rollen in ‘Gladiator’ en ‘A Beautiful Mind’. Want ja, met dat papperige zwakke gezicht, zijn zachte stem en zijn in de leegte starende ogen lijkt hij in ‘Cinderella Man’ vaak meer op iemand met een lichte vorm van autisme dan op een Ierse vechter. Dit zou extra sympathie voor het personage van James Braddock teweeg moeten brengen, maar deze poging om ‘de man achter de bokser’ te laten zien komt niet erg overtuigend over. Wat wel duidelijk overkomt is hoeveel deze man om zijn gezin geeft, de drie kleine kinderen acteren dan ook zeer ongekunsteld. Renée Zellweger speelt een redelijke rol als Braddocks vrouw en Paul Giamatti is consequent goed, maar lijkt in de rol van bokstrainer Angelo Dundee niet helemaal tot zijn recht te komen. Een andere leuke bijrol is weggelegd voor Craig Bierko, hij speelt de flamboyante bokser Max Baer, die zoveel vermakelijker is dan de brave Braddock dat je het hem bijna zou gunnen om assepoes Braddock ook in de ring dood te slaan.

Één van de sterkste punten van ‘Cinderella Man’ is de enscenering van de Depressie; de grauwigheid van mensen en gebouwen komt helemaal over, de make-up draagt hier aan bij. De ‘mooiste’ scene is die waarin de ‘Hoovervilles’ (geïmproviseerde krottenwijken ten tijde van de Depressie) te zien zijn, deze geeft op koortsachtige wijze wat van de ellende van toen weer.

Als ‘Cinderella Man’ het op moet nemen tegen boksfilms als ‘Million Dollar Baby’ en ‘Raging Bull’ verliest hij jammerlijk, hij mist de ruwe schoonheid en de De Niro van ‘Raging Bull’ en hij mist de originele en controversiële verhaallijn van ‘Million Dollar Baby’. Dat neemt niet weg dat het een redelijke en vermakelijke film is, die hopelijk niet al te veel eer van de Oscar-jury zal krijgen, maar haar verdiende plaats in de middenmoot in zal gaan nemen.

Emy Koopman