Cirkus Columbia (2010)

Regie: Danis Tanovic | 113 minuten | drama | Acteurs: Miki Manojlovic, Boris Ler, Mira Furlan, Jelena Stupljanin, Mario Knezovic, Milan Strljic, Svetislav Goncic

De Bosnische regisseur Danos Tanovic verraste in 2001 vriend en vijand met zijn ontroerende en geestige ‘No Man’s Land’, over een Serviër en een Bosniër die tijdens de oorlog gestrand zijn in een strook niemandsland en zonder elkaar niet weg kunnen komen. Bijna tien jaar later neemt Tanovic opnieuw het Joegoslavische conflict als uitgangspunt van zijn film, dit maal iets meer aangekleed met een familiedrama en een gedeeltelijk coming of age-verhaal over de zoon van Divko, Martin. De wat norsige Divko, in 1991 inmiddels een man van middelbare leeftijd, keert terug naar zijn geboortedorp in Zuid-Herzegovina. Dat moest hij twintig jaar geleden noodgedwongen verlaten, zijn vrouw en pasgeboren zoon achterlatend. In Duitsland heeft hij al die jaren gewacht tot hij terug kon keren, een moment dat eindelijk lijkt aangebroken met de val van het communisme. Divko keert terug, eist zijn oude huis op en zet daarmee zijn ex-vrouw Lucija en hun zoon Martin op straat. Hij bestormt zijn oude dorp alsof het van hem is, maar is blind voor de veranderde sentimenten en borrelende onrusten in het dorp.

De openingsscène toont de typische lome sfeer die kenmerkend is voor veel films die zich in de Balkan afspelen. De zon stort onverbiddelijk zijn stralen neer op het stoffige dorp, de mannen zijn dominant, de jongens onzeker en toch macho, de meisjes sexy en de vrouwen moederlijk. De dagen gaan langzaam, de autoriteiten zijn corrupt en de voorzieningen waardeloos. Juist in deze ongeorganiseerde samenleving staat Joegoslavië op het punt uit elkaar te vallen en aan de vooravond van de wrede Balkanoorlog die de regio in de volgende jaren zou teisteren. In die omstandigheden probeert Divko terug te keren naar een verleden dat niet meer bestaat, een verenigd land dat uit elkaar aan het vallen is; en naar oude vrienden die plotseling zijn vrienden niet meer zijn en oude vijanden die hij ineens als vrienden moet beschouwen. De verzachtende omstandigheden kunnen helaas niets doen aan de antipathie die Divko in eerste instantie opwekt. Tanovic kiest vaker voor twijfelachtige personages die niet direct aardig gevonden kunnen worden. Ook de opportunistisch ogende Azra, de passieve Martin en zijn bittere moeder zijn geen personages die de kijker zonder twijfel in de armen sluit. En dat is nu juist het sterke van de manier van vertellen die Tanovic bezigt. Langzaam maar zeker worden verhoudingen duidelijk, ontdooien de personages en laten ze zien wat hen werkelijk drijft. De arme Divko raakt zijn zwarte kat Bonny kwijt en stort vanaf dat moment in. Martin en zijn moeder raken verstrikt in een oneerlijke strijd tegen de autoriteiten en Azra blijft over als gedesillusioneerde derde.

Op dat moment wordt pijnlijk duidelijk wat werkelijk telt: wie hoort bij welke groep, wie kiest partij voor de nationalisten, de communisten, de militairen, de burgerij, Bosnië of Joegoslavië? De twijfelende hoofdpersonen tonen hun menselijke kant en Tanovic daarmee zijn humanistische invalshoek van het conflict. Door zijn kijkers af en toe op het verkeerde been te zetten, houdt hij de aandacht en toont hij een eerlijk beeld van een uiteengevallen natie. Was dit zijn debuut geweest, dan had Tanovic het met deze film misschien nog verder kunnen schoppen. Oscarwinnaar ‘No Man’s Land’ kan ‘Cirkus Columbia’ echter helaas niet overtreffen.

Ruby Sanders