Coach Carter (2005)

Regie: Thomas Carter | 136 minuten | drama | Acteurs: Samuel L. Jackson, Robert Ri’chard, Rob Brown, Debbi Morgan, Ashanti, Rick Gonzalez, Nana Gbewonyo, Antwon Tanner, Channing Tatum, Texas Battle, Denise Dowse, D’Angelo Jones, Mel Winkler, Vincent Laresca, Sidney Faison

‘Coach Carter’ mag dan op waarheid gebaseerd zijn, het maakt de filmische uitwerking van het verhaal niet minder clichématig. Het is het type film van de probleemklas die door een bevlogen leraar tot grote hoogtes gedreven moet worden, gemixt met een sportfilm met de gebruikelijke spectaculaire overwinningen van de underdog en speeches van de coach. Dat het bekend terrein is hoeft natuurlijk geen bezwaar te zijn. Een oprechte film die het rechttoe rechtaan durft te spelen, zonder slimme “twists” of geforceerde complexiteiten, verdient het ook geprezen te worden. Een gewoonweg goed uitgevoerde genrefilm zou immers, ondanks gebrek aan originaliteit, ook moeten voldoen.

Jammer genoeg laat de uitwerking hier en daar te wensen over. Om te beginnen zijn de personages over het algemeen vrij eenzijdig (hoewel aardig geacteerd). Vaak worden ze slechts door enkele eigenschappen gedefinieerd: de nerdy studiebol die geaccepteerd wil worden in de groep, het grofgebekte ganglid, de sympathieke “everyman”. De subplots die ervoor hadden kunnen zorgen dat de personages wat meer diepgang krijgen, zijn vaak simpel vormgegeven, zoals in het geval van het gangleven van speler Timo Cruz (Rick Gonzalez), of worden onvoldoende uitgewerkt, zoals bij het verhaal van Kenyon (Rob Brown) en zijn zwangere vriendin Kyra (Ashanti). De aandacht die dit laatste verhaal krijgt, lijkt vooral gemotiveerd te zijn door de aanwezigheid van popster Ashanti. Ook zijn sommige inspiratievolle momenten en boodschapscènes soms wat prekerig of melodramatisch. Een speech over jongens die mannen zijn geworden, het moment dat het hele team vrijwillig een teammaatje met zijn straftraining helpt, en een ‘Dead Poets Society’-moment waarbij de kansloze leerling een spontane poëtische voordracht houdt ter ere van de coach: het zijn verplichte nummers die soms tenenkrommend overkomen. Helemaal wanneer deze momenten begeleid worden door overdramatische muziek.

Maar het is zeker niet allemaal kommer en kwel. De film heeft het hart op de juiste plek en weet ondanks wat geforceerde of prekerige momenten nog wel degelijk te ontroeren en te inspireren. De statistieken en problemen die aan de kaak gesteld worden verdienen zeker onze aandacht. Zo is er het gegeven dat dit soort scholen het belangrijker voor hun jongeren vindt om uit te blinken in hun sport, dan om ze structureel uit hun achtergestelde positie te halen, en dat er tachtig procent meer kans is dat ze in de gevangenis terecht komen dan op een universiteit (en dat er berust wordt in deze cijfers). En wie kan er tegen Carters opvatting zijn dat iedereen bij voorbaat een fatsoenlijke behandeling en respect verdient, totdat de persoon in kwestie dit respect schaadt. Carter spreekt iedereen aan met “sir” en verbiedt zijn (voornamelijk zwarte) teamleden om het woord “nigga” te gebruiken onder elkaar; hier is namelijk niets “cools” aan, en de term is van oorsprong denigrerend.

De grootste (en bijna enige) reden om ‘Coach Carter’ te gaan kijken is Samuel L. Jackon. Hij is de perfecte acteur om het Carter-personage weer te geven. Zijn vurige speeches en no-nonsense houding zorgen ervoor dat vele scènes gewoon prima werken. Hij dwingt respect af met zijn krachtige persoonlijkheid en weet ook wat geslaagde humor te injecteren in zijn rol, zoals wanneer hij zijn team oefeningen leert die namen dragen van zijn ex-vriendinnen.

De basketball-scènes zijn aardig geslaagd, al worden er wat veel dunks en dezelfde soort shots getoond, en is het verloop van de wedstrijden meestal weinig verrassend. Ze zijn vaak spectaculair in hun opbouw en montage, en weten de kijker goed het spel in te trekken. De muziek bestaat, naar verwachting, uit R&B en Hip Hop en is goed gedoseerd toegepast, zonder de overhand te nemen en de film te reduceren tot een videoclip.

Uiteindelijk is de film redelijk vermakelijk, al moet je je als kijker over de clichés en momenten met valse noten heen kunnen zetten. Jackson slaagt erin het slappe script tot een hoger plan te tillen en weet bijna eigenhandig de film te redden. Een voorzichtige aanrader.

Bart Rietvink