Coco (2017)

Recensie Coco CinemagazineRegie: Adrian Molina, Lee Unkrich | 126 minuten | animatie, avontuur, komedie, familie, fantasie, musical | Nederlandse stemmencast: Wiebe Pier Cnossen, Thijs Overpelt, Ilse Warringa, Ara Alici, Marloes van der Heuvel, Klaas van Kruistem, Saskia Weerstand | Originele stemmencast: Anthony Gonzalez, Gael García Bernal, Benjamin Bratt, Alanna Ubach, Renee Victor, Jaime Camil, Alfonso Arau, Herbert Siguenza, Gabriel Iglesias, Lombardo Boyar, Ana Ofelia Murguía, Natalia Cordova-Buckley, Selene Luna, Edward James Olmos, Sofía Espinosa, Carla Medina

Ze lijken altijd heel onschuldig, die Disney- en Pixarfilms. Maar als je er eens goed over nadenkt hoe vaak een geliefd personage vroegtijdig de dood vindt, is dat best schokkend. De sterfscènes laten vaak diepe sporen achter in de tere zieltjes van de jonge – maar ook oudere – kijker. Wie heeft er bijvoorbeeld geen trauma overgehouden aan dat vreselijke jachtgeweerschot dat Bambi’s moeder velde; of erger nog: de van wanhoop in angst overgaande blik in de diepbruine ogen van het babyhertje. En nog zo’n onvergetelijk verdrietig moment: de dood van Simba’s vader Mufasa in ‘The Lion King’ (1994). Door nota bene zijn eigen broer voor de allesverwoestende hoeven van een gigantische kudde gnoes geworpen, onder toeziend oog van zijn zoontje. Zelfs de koning van de jungle wordt door Disney niet gespaard. Dat een heel wat minder gewelddadige dood net zo hard kan binnenkomen, bewijzen de eerste tien minuten van Pixars ‘Up’ (2009). Op vertederende wijze wordt getoond hoe de jonge Carl Fredricksen als jongetje zijn latere geliefde Ellie leert kennen, hoe de twee nader tot elkaar groeien dankzij hun voorliefde voor een ontdekkingsreiziger en hoe ze elkaar een belofte doen. Ze trouwen, krijgen tot hun grote verdriet geen kinderen en dan ineens wordt Ellie ziek. ‘Tot de dood ons scheidt’ in een notendop. Ontroerender kan de dood in animatievorm haast niet zijn.

Met ‘Coco’ (2017) heeft Disney/Pixar nu een film gemaakt waarin de dood de hoofdrol speelt. Aan de basis van het verhaal ligt de Mexicaanse feest- en herdenkingsdag Dia de Muertos, de periode tussen 31 oktober en 2 november waarin familieleden en vrienden samen komen om de overledenen te herdenken. Men gelooft dat de zielen van kinderen op 1 november terugkeren naar de aarde en die van volwassenen op 2 november. Gedurende het hele jaar bereiden de Mexicanen zich voor op het festival. Zo worden er spullen verzameld die aan de doden geofferd zullen worden. In de aanloop naar Dia de Muertos worden de graven schoongemaakt en versierd. Sommige families bouwen altaren in hun huis. De graven worden bezocht en er wordt voedsel en drank geofferd aan de overledenen. Voor mensen uit andere landen is dit een opmerkelijk schouwspel. Zo ook voor Lee Unkrich van Pixar, die getriggerd raakte door het contrast tussen de skeletten en doodshoofden in felle en uitbundige kleuren en zich erin besloot te verdiepen. Hoe meer hij over de achtergrond leerde van Dia de Muertos, hoe meer het hem persoonlijk raakte. In 2010, toen het door hem geregisseerde ‘Toy Story 3’ (2010) in de bioscopen draaide, lanceerde hij zijn idee over een Pixar-film rond Dia de Muertos. Het duurde niet lang of Unkrich kreeg groen licht. Terwijl hij aan ‘Coco’ werkte, verscheen in 2014 ‘The Book of Life’ in de bioscopen. Deze muzikale en kleurrijke, door Reel FX gemaakte en door 20th Century Fox uitgebrachte animatiefilm speelt zich eveneens af rond Dia de Muertos en boze tongen beweerden al gauw dat ‘Coco’ een rip-off zou zijn van ‘The Book of Life’. We hebben al eerder van die ‘twin films’ gezien – ‘A Bug’s Life’ en ‘Antz’ bijvoorbeeld, beide uit 1998 – en vergeleken met eerdere voorbeelden verschillen ‘Coco’ en ‘The Book of Life’ genoeg van elkaar om beide op waarde geschat te kunnen worden.

In ‘Coco’ draait alles om familie. De Mexicaanse familie Rivera om precies te zijn. In de inleiding ontdekken we dat mater familias Imelda (Alanna Ubach) ooit getrouwd was met een muzikant, die haar en hun dochter Coco achterliet om carrière te maken in de muziekwereld. Uit verdriet en wraak verbood Imelda vanaf dat moment elke vorm van muziek in de familie. In plaats daarvan richtte ze zich op het maken van schoenen. Dan maken we een grote sprong vooruit in de tijd en zien we Imelda’s achter-achterkleinkind, de twaalfjarige Miguel (Anthony Gonzalez), die met de inmiddels stokoude Coco (Ana Ofelia Murguia), zijn oma Elena (Renée Victor), zijn ouders en andere familieleden woont in een klein dorpje. Hij droomt er stiekem van om muzikant te worden en zijn grote idool is de legendarische pop- en filmster Ernesto de la Cruz (Benjamin Bratt), die al decennia geleden op tragische wijze om het leven kwam maar nog altijd door duizenden mensen liefdevol herdacht wordt. Wanneer Miguel zich wil aanmelden voor een talentenjacht op Dia de Muertos, vermorzelt oma Elena zijn gitaar. Verdrietig richt Miguel zich tot het familiealtaar, waar hij ziet dat de man naast Imelda, wiens hoofd van de foto is gescheurd, de gitaar van Ernesto vasthoudt. Zou hij dan Miguels over-overgrootvader zijn? Hij besluit naar Ernesto’s praalgraf te gaan om diens gitaar te lenen voor de talentjacht – dat mag vast wel als ze familie blijken te zijn.

Maar het praalgraf blijkt een toegangsweg te zijn tussen het land van de levenden en dat van de doden. De levenden lopen ineens dwars door hem heen en niet lang daarna staat hij oog in oog met overleden familieleden uit het land van de doden, die vanwege Dia de Muertos de oversteek maken. Als hij niet vóór zonsopgang terugkeert naar het land der levenden, verandert hij in een van de doden en kan hij niet meer terug. Alleen wanneer een overleden familielid, zoals zijn over-overgrootmoeder Imelda, hem zijn zegen geeft, kan hij weer terug. Zij wil dat echter alleen doen als hij zijn liefde voor muziek opgeeft, en dat is Miguel niet van plan. In plaats daarvan gaat hij op zoek naar Ernesto, in de hoop dat die hem zijn zegen wil geven maar dan zonder al die haken en ogen. Hij krijgt in zijn zoektocht hulp van Hector (Gael Garcia Bernal), een schooier die ooit samen speelde met Ernesto en die zijn eigen doel heeft. Doden die niet meer herdacht worden door familieleden, dreigen voorgoed te verdwijnen: ze zijn letterlijk vergeten. Hector hoopt dat, in ruil voor zijn hulp, Miguel zijn foto terug kan brengen naar zijn dochter in het land der levenden, zodat zij hem zich weer kan herinneren en zijn voortbestaan in het land van de doden verzekerd is.

Skeletten en doodshoofden, dat klinkt niet echt als een film waar je je achtjarige mee naartoe zou nemen. De illustratoren van Pixar hebben het echter voor elkaar gekregen om zelfs een verzameling beenderen een soort van aaibaar te maken. Angstaanjagend zijn de doden dan ook absoluut niet, eerder grappig en aandoenlijk. Wat ‘Coco’ zo bijzonder maakt is de eerbied waarmee de Mexicaanse cultuur in het algemeen, en die rond Dia de Muertos in het bijzonder, bejegend wordt. Dat wat deze herdenkingstraditie voor de Mexicanen moet zijn – een spiritueel en uiterst liefdevol gebeuren, waarbij niet alleen het leven gevierd wordt maar ook de dood – wordt door Unkrich en zijn mensen haarfijn gevangen in een kleurrijk avontuur over de kracht van familiebanden, zodat het ook voor buitenstaanders zoals wij tastbaar en voelbaar wordt. Dat ‘Coco’ trouw is aan de Mexicaanse folklore, zie je in grote maar zekere ook kleine gebaren; van de schitterende ‘offrenda’ oftewel het uitbundig aangeklede familiealtaar waaruit zo veel liefde straalt, via de goudgele bloemblaadjes die de verbindingsbrug vormen tussen de wereld van de levenden en die van de doden tot de wonderlijke ‘alebrijes’, de kleurrijke dierengeesten die de doden beschermen en gezelschap houden (zoals Miguel op zijn beurt gezelschap krijgt van de Mexicaanse naakthond Dante). Maar naast al die kleine en grotere odes aan de realiteit, biedt ‘Coco’ gelukkig ook heel wat ruimte voor die eindeloze fantasie van de mensen bij Pixar. Voordat de doden hun uitstapje naar het land van de levenden kunnen maken, moeten ze eerst langs een soort checkpoint, waar een bodyscan gemaakt wordt om te kunnen controleren of hun foto nog wel staat te pronken in een lijstje. Verzin het maar!

Tussen alle sequels die Pixar de laatste jaren uitbrengt, is ‘Coco’ een fijne frisse wind. Ondanks de parallellen die er zijn met ‘The Book of Life’ is dit toch echt een op zichzelf staand verhaal, geschreven door Adrian Molina (inderdaad van Mexicaanse komaf) en Matthew Aldrich die levendige personages hebben gecreëerd waar we oprecht voor gaan voelen. Dankzij de uit vrijwel uitsluitend Latijns-Amerikaanse acteurs bestaande stemmencast (Gael Garcia Bernal is een ware ontdekking als stemacteur!), de prachtige muziek van Pixar-regular Michael Giacchino – waarin men eveneens trouw is gebleven aan de Mexicaanse cultuur – en de overdonderende visuele pracht en praal (we hebben het nog niet eens over de spectaculaire look van het land van de doden gehad bijvoorbeeld) worden ook gewone stervelingen zoals jij en ik, die heel ver van Mexico afwonen, in de film getrokken. Het is de universele boodschap over de kracht van familiebanden die ons raakt. Het is misschien niet de meest originele boodschap, maar de vorm waarin deze gegoten is, is dat absoluut.

Patricia Smagge

Waardering: 4.5

Bioscooprelease: 29 november 2017
DVD- en blu-ray-release: 4 april 2018