Cool Hand Luke (1967)

Regie: Stuart Rosenberg | 126 minuten | drama, misdaad | Acteurs: Paul Newman, George Kennedy, J.D. Cannon, Lou Antonio, Robert Drivas, Strother Martin, Jo Van Fleet, Clifton James, Morgan Woodward, Luke Askew, Marc Cavell, Richard Davalos, Robert Donner, Warren Finnerty, Dennis Hopper, John McLiam, Wayne Rogers, Harry Dean Stanton, Charles Tyner, Ralph Waite, Anthony Zerbe, Buck Kartalian, Joy Harmon

“Geef een acteur een goed script en hij zal bergen verzetten,” waren de woorden van Paul Newman toen hij het filmscript van ‘Cool Hand Luke’ ophemelde als één van de beste scripts die hij in jaren had gelezen. Het is daarom geen wonder dat de grootmeester, die vaker succesvol de rol van anti-held speelde, opnieuw een bijzonder sterk portret wegzet van een karakteristieke non-conformist pur sang. De authenticiteit waarmee regisseur Stuart Rosenberg en de voltallige cast van acteurs omspringen met het verhaal van scenarist Donn Pearce, die zelf twee jaar van zijn leven doorbracht in een ‘chain gang’, is daarbij de perfecte ondersteuning om opnieuw een vertolking van Newman naar een eenzame hoogte van memorabele filmhelden te stuwen, vergelijkbaar met de rol van James Dean als Jim Stark in ‘Rebel Without a Cause’ en Marlon Brando’s Terry Malloy in ‘On the Waterfront’.

Vanaf de openingsscène, waarin een dronken en smalende Luke stoïcijns een rij parkeerautomaten onthoofdt tot hij voor deze relatief onschuldige misdaad twee jaar naar een gevangenkamp gestuurd wordt, is het duidelijk met wat voor karakter we te maken hebben. Het lijkt namelijk een stomme, dronken actie van iemand die het gewoon zocht om opgepakt te worden, maar uit de uitleg aan de sadistische Captain (Strother Martin) valt meer te lezen. “Klein stadje, niks beters te doen ‘s avonds,” aldus de nonchalante Luke. Waar hij later tegen een medegevangene aan toevoegt: “het was voornamelijk het vereffenen van een oude rekening.” Daarnaast blijkt Luke een oorlogsheld te zijn, meermaals onderscheidden en gepromoveerd maar toch als simpele soldaat teruggekeerd van het front. Ook de regels van de militaire hiërarchie blijken aan hem niet besteed. Het duurt dan niet lang voor hij in het kamp gezien wordt als martelaar, juist omdat hij zich niet wil conformeren. Vooral de groepsleider onder de gevangenen, Dragline (fantastisch geportretteerd door George Kennedy, die een Oscar voor de bijrol won) trekt zich op aan deze mede door hemzelf gegeven status; aan alles valt te merken dat hij zelf graag een vergelijkbare en in zijn woorden ‘originele’ held zou zijn, maar hij heeft na jaren in het kamp een deel van zijn onafhankelijke individualiteit en waardigheid in moeten leveren. Hij leeft daarom net als zijn medegevangenen op door de handelingen van Cool Hand Luke, een bijnaam die hij hem gegeven heeft na een overtuigende bluf met een slechte hand met kaarten. Een gegeven dat Rosenberg in veel scènes naar voren laat komen, en waarbij ook duidelijk wordt dat het een rol is die Luke niet zelf ambieert, maar die hem desondanks op het lijf geschreven is. Omdat hij is wie hij is.

Over de misdaden gepleegd door de verschillende gevangenen (naast George Kennedy onder andere gespeeld door karakteracteurs als Harry Dean Stanton, J.D. Cannon en Dennis Hopper) wordt nauwelijks gesproken. Het blijft onduidelijk wat hun mogelijk laakbare achtergronden zijn, waardoor je gemakkelijk sympathie op kunt brengen voor de groep veroordeelden en het fysiek zware werk dat ze moeten leveren. Een deel van hen heeft ijzeren kettingen rond hun enkels, een subtiele vroege hint van Rosenberg naar de richtlijnen van het kamp. Of je houdt je gewillig aan die normen, of de bewaking vindt een manier om je er aan te houden. Een advies dat de Captain bij aankomst van nieuwe bewoners duidelijk maakt. Een advies ook waar Luke zich tot op zekere hoogte aan houdt. Maar een wending en een nieuw inzicht in zijn personage komt met het bezoek van zijn moeder Arletta (de statige Jo Van Fleet, die in een mooi rond toeval in ‘East of Eden’ de moeder van Cal Trask speelde, een rol van James Dean die aanvankelijk naar Marlon Brando zou gaan), die hem ondanks haar slechte gezondheid toch op komt zoeken. Ze lijkt het zichzelf kwalijk te nemen dat hij hier beland is, en vraagt zich af of ze het als ouders goed aangepakt hebben. “Een man moet gewoon zijn eigen weg gaan,” is het antwoord van Luke. “Ik heb geprobeerd vrij te leven net als jij, maar ik lijk nooit genoeg bewegingsruimte te kunnen vinden.” Als Arletta dan een aantal maanden later komt te overlijden, wordt Luke bij wijze van voorzorgsmaatregel solitair opgesloten, voor het geval hij het idee mocht krijgen het op een lopen te zetten om de begrafenis van zijn moeder bij te wonen. Slaagde hij er tot dat moment in zich voldoende aan de regels te houden om uit de problemen te blijven, nu is de getormenteerde einzelgänger vastbesloten zich te verzetten tegen alles wat hem opgelegd wordt door de Captain en zijn gevolg in een weerspiegeling van de maatschappij waar hij eigenlijk geen onderdeel van uit wil maken, en zijn we terug bij de reden dat hij überhaupt opgesloten zit. Het leidt tot zijn eerste ontsnapping, die hem een paar dagen vrijheid verschaft. Als hij dan onherroepelijk opgepakt wordt, wordt hij daar uiteraard zwaar voor gestraft. Het feit dat Luke dan tegen beter weten in blijft rebelleren en zich de toorn van de Captain op de hals haalt, zorgt andermaal voor zijn status onder de gevangenen. Hoe vaak hij ook vernederd en fysiek mishandeld wordt, mentaal is deze eigenzinnige vrijheidsstrijder niet te breken. Een gegeven waar Luke en zijn bewakers tot het einde om strijden.

Klassieke films hebben vaak een aantal elementen die meteen in je gedachten springen bij het horen van de titel en die vervolgens nog lang blijven hangen, zoals de sfeer, de karakterontwikkeling van de hoofdpersoon en het werk van de ondersteunende cast. ‘Cool Hand Luke’ heeft daarnaast ook voldoende specifieke scènes die je bij zullen blijven, zoals de bokswedstrijd tegen Dragline waarbij Luke weigert op te geven, de dynamiek in een anderzijds stereotypische gevangenisomgeving, de weddenschap waarbij Luke in een uur meer eieren eet dan sommigen in hun hele leven, de geweldige emotionele lading van de muziek van Lalo Schifrin tijdens het werk aan de ‘chain gang’ of de manier waarop Luke zijn lotgenoten aanspoort harder te werken om ‘the Man’ te verslaan. En, natuurlijk, de onsterfelijke en slepend uitgesproken quote van de Captain: “What we’ve got here, is failure to communicate.” Wat echter zo kenmerkend voor het werk van Newman het meeste blijft hangen is een fantastische vertolking van een geweldig filmkarakter. Lucas Jackson is één van de grootste, en waarschijnlijk Newmans beste werk.

Robert Nijman

Waardering: 4.5

Bioscooprelease: