Crawlers (2026)
Regie: Ángel Gómez Hernández | 78 minuten | horror, thriller | Acteurs: Matilda Lutz, Gregg Sulkin, Melina Matthews, William Miller, Isabella Egizi, Chris Rogers, Elena Sanz, Sam Lucas Smith, Paul S. Tracey, Lea Vivier, Estela Aniorte, Gary Anthony Stennette, Andrea Scott Méndez, Diana Cruz, Lex Salvador, Hal Rothwell, Carlos Toca
De synopsis van ‘Crawlers’, een film van Ángel Gómez Hernández over moordzuchtige spinnen in een appartementencomplex waar de bewoners opgesloten zitten omdat de autoriteiten het gebouw onder quarantaine zetten, wekt de verwachting van een heerlijke pulpy horrorfilm in de traditie van klassieke creature films en wellicht over-de-top horrorkomedies als ‘Evil Dead 2’ en ‘Braindead’. Even een fragment:
“Een dodelijk virus, denkt iedereen. Ze hebben het mis. Het is erger. Veel erger… Het gebouw wordt geteisterd door een plaag vleesetende spinnen. Opgesloten in een gebouw vol bewoners die haar nooit hebben gemogen, moet Serena iets worden wat ze nooit dacht te kunnen zijn: hun enige kans om te overleven.”
Het moet gezegd, het heeft er in het eerste half uur ook echt de schijn van dat de film van Angel Gomez Hernandez, zelf ook een groot fan (en zelfbenoemde student) van horrorfilms, deze verwachtingen zal inlossen.
De openingsscène zet de toon alvast uitstekend: een van de bewoners van het Paradiso Palms-complex komt thuis en voelt zich niet helemaal lekker. Hij strompelt wat door zijn appartement en heeft ook een flinke, ontstoken wond op zijn schouder zitten. Het probeert het te negeren en een stuk pizza te eten maar stort dan toch ter aarde, waarna we snel zien wie of wat de wond heeft veroorzaakt. Er stroomt veel wittig vocht uit de steeds ranziger uitziende wond, samen met kleine zwarte puntjes. Zaadjes, pitjes, wat zijn dat voor gekke dingen? Dan zoomt de camera in en blijken het heel veel kleine zwarte spinnetjes te zijn. Heerlijk! Tenminste, voor de liefhebber dan. Lekker smerig, creatief en met gewoon de juiste ‘vibe’. De boodschap: ga er maar lekker voor zitten, want dit is nog maar het begin!
Cinematografisch is deze scène ook gewoon in orde, met niet alleen pontificaal het slachtoffer in beeld, maar bijvoorbeeld ook ‘meditatieve’ shots op andere plekken of objecten in het appartement – zoals een draaiende ventilator – die iets onheilspellends en onvermijdelijks overbrengen.
Na deze scène ontmoeten we het hoofdpersonage, conciërge Serena (Matilda Lutz), die door praktisch iedereen in het gebouw als oud vuil wordt behandeld of met de nek wordt aangekeken; vooral door haar (huis)baas. In de tussentijd zien we overal gebreken in het gebouw: lekkages, leidingen en roosters die gerepareerd moeten worden enzovoort. Dit werkt mooi als voorbode voor wat er later nog mis zou kunnen gaan, maar ook om de kijker alvast hints te geven over de dreiging; met andere woorden: de plekken waar de killer spiders zich ophouden.
Op haar serviceroute door de gangen en langs de appartementen stuit Serena uiteindelijk op het slachtoffer uit de openingsscène en zijn de poppen aan het dansen: de autoriteiten sluiten het gebouw af en niemand mag naar buiten omdat ze denken dat het om een virus gaat, cue ‘handige’ covid-verwijzingen. Met andere woorden: de spinnen worden op hun wenken bediend. Ze krijgen hun ontbijt, lunch en diner op een presenteerblaadje aangereikt: aanvallen maar!
Dit is eigenlijk het leukste gedeelte van de film, aangezien er vele personen of verschillende locaties vrijwel tegelijkertijd in gevaar zijn en er leuk wordt gespeeld met ‘net niet’-momenten. Bijvoorbeeld in een scène waarin een spin tussen de kopjes en kommen in de kast kruipt en de bewoner steeds nét de spin mist (en vice versa) als ze een kommetje wil pakken. Of een scène met een spin in een pantoffel of chipszak, met soms grappige POV-shots vanuit het oogpunt van de spin. Het is op zichzelf niet origineel maar het zorgt toch onwillekeurig voor een glimlach op het gezicht van de kijker. Ook omdat het lange tijd steeds net goed gaat.
Het interessante van deze ‘vijand’ is ook dat het er zo veel zijn en dat er op vrijwel iedere willekeurige plek – hoe klein ook – gevaar kan dreigen (en meestal ook daadwerkelijk dreigt) en daar maken de filmmakers gretig gebruik van. In dat opzicht – de onvoorspelbaarheid, de creatieve plekken en situaties die voor onheil kunnen zorgen, én de onvermijdelijkheid hiervan – doet de film ook wel een beetje denken aan de ‘Final Destination’-reeks.
Zo lang het allemaal ‘redelijk’ subtiel blijft en de kijker wordt geplaagd met spinaanvallen met enkele, individuele spinnen, is de film interessant en grappig en zorgt het af en toe voor ongemakkelijke, jeuk-opwekkende momenten. Maar zodra de spinnen letterlijk massaal gaan toeslaan, er wordt ingezoomd op de spinnenlijven of teveel POV’s worden gebruikt, is er helaas weinig lol meer aan te beleven en is het wachten op het onvermijdelijke moment waarop Serena het gebouw/de wereld gaat redden.
Hoe dit komt, is niet heel precies te zeggen, maar wel in grote lijnen. De regisseur wilde met de film (groten)deels inspelen op een soort oerangst van de kijker. Want ‘wie is er nu nog nooit bang geweest voor een spin?’, zoals hij zelf stelt in het persmateriaal. Dat klopt natuurlijk (voor velen), maar de angst komt grotendeels door die de manier van bewegen van zo’n (enkele) spin, die acht poten, het idee dat ze met die (harige?) kriebelpoten over je heen gaan lopen. Dat soort dingen. Maar die typische oerangsten verdwijnen grotendeels als je geconfronteerd wordt met zo ongeveer een heel tapijt aan over elkaar kruipende spinnen; een zwarte vloedgolf waarbij je de spinnen niet of nauwelijks meer van elkaar kan onderscheiden. Dan is de vijand gewoon een generieke ‘blob’ geworden; wat gewoon een stuk minder effectief is.
Vanaf dat moment gaan sommige irritante personages, het gebrek aan interessante karakteriseringen en het rechtlijnige, voorspelbare verhaal steeds meer opvallen. Als de griezelfactor wegvalt en de humor grotendeels doodslaat, is het gewoon wachten op het slot. Wat jammer is, want er zijn genoeg gelegenheden om alle registers open te gooien en er een doldwaze achtbaanrit van te maken. Zo blijkt een bewoner fan van SM-praktijken en artikelen en wordt er even gebruik gemaakt van een rubberen SM-knuppel om de spinnen te lijf te gaan, wat een leuke touch is. Maar dat is maar eventjes. Ook lijkt een moment aan het eind van de film een duidelijke knipoog te zijn naar de ‘striptease’-scène in ‘Alien’ maar ook dit wordt helaas maar een beetje half-half gedaan. Voor de doelgroep was het geweldig geweest als dit een volwaardige hommage zou zijn geworden. Maar het is net of de regisseur dit niet helemaal aandurft.
Dat geldt ook voor ‘Crawlers’ als geheel: het is ergens een veelbelovende film – en met duidelijke liefde voor het genre van regisseur Hernández – die op te veel momenten net te weinig biedt of juist net teveel. Met andere woorden: ‘Crawlers’ is het te vaak ‘net niet’.
Bart Rietvink
Waardering: 2
Bioscooprelease: 1 oktober 2026
