Crimes of the Future (1970)

Regie: David Cronenberg | 63 minuten | komedie, science fiction | Acteurs: Ronald Mlodzik, John Lidolt, Tania Zolty, Paul Mulholland, Jack Messinger, Iain Ewing, William Haslam, Ray Woodley, Stefen Czernecki, Rafe Macpherson, Willam Poolman, Donald Owen, Udo Kasemets, Bruce Martin, Brian Linehan, Leland Richard, Stephan Richard, Stephan Zeifman, Norman Snider, William Wine, Kaspars Dzeguze, Sheldon Cohen, George Gibbins

‘Crimes of the Future’ kan gezien worden als een soort sequel op Cronenbergs eerste lange “speelfilm” van een jaar eerder, ‘Stereo’. De film heeft een zelfde set-up en benadering als zijn eerdere film, met een soortgelijk thema, en een zelfs identieke speelduur. ‘Crimes’ neemt, net als ‘Stereo’ de vorm aan van een wetenschappelijke fake documentaire. Het speelt zich wederom af in een instituut, of eigenlijke meerdere instituten, kent geen synchroon geluid, en wordt begeleid door een formele, redelijk slaapverwekkende voice-over. Belangrijke technische verschillen zijn het gebruik van kleur in plaats van zwart-wit, en het toevoegen van een experimentele soundtrack, bestaand uit allerlei organische geluiden, die doen denken aan een onderzee wereld. Deze soundtrack wordt effectief ingezet om verontrustende beelden of schokkende “actie” kracht bij te zetten. De kleurenbeelden zijn wat minder opmerkelijk dan de mooie zwart-wit composities uit ‘Stereo’, maar inhoudelijk gezien weet de film wel meer te boeien dan zijn voorganger. Dat wil zeggen, de inhoudelijke interesse komt nu vooral voort uit de beelden zelf – we kunnen de mutaties bij de patiënten door hun fysieke aard direct waarnemen – in plaats van uit de wetenschappelijke beschouwing die ons via de voice-over bereikt. In ‘Crimes’ is deze voice-over gelukkig wat minder jargonrijk en abstract geworden.

Waar ‘Stereo’ vooral over mentale veranderingen en aandoeningen ging, draait het in ‘Crimes’ om de fysieke tegenhanger hiervan, waardoor deze twee films samen een mooie handleiding vormen voor de obsessies van Cronenberg, die we in zijn latere werk veelvuldig zouden terugvinden. De fysieke component spreekt hiervan het meest tot de verbeelding, en is waar de meeste mensen aan denken bij Cronenbergs films: zijn “body horror”. In ‘Crimes’ komen we in aanraking met patiënten die een witte substantie afscheiden die erotiserend werkt, iemand die zelf nieuwe organen aanmaakt die in eerste instantie nutteloos lijken, en die door de voice-over, hoofdpersoon Adrian Tripod beschreven worden als een soort “creatieve kanker”, een man die last heeft van gemuteerde, aan elkaar gegroeide tenen, en een patiënt die een woekerende wortel uit zijn neus ziet groeien, als extensie van zijn hersenen. Verder komen verschillende patiënten als vrij androgyn over, waarschijnlijk als compensatie voor de schrijnende afname van de vrouwelijke populatie. Ook wordt hier, net als in ‘Stereo’, de noodzaak verkondigd voor de vorming of verandering van de mens in een nieuw seksueel wezen. Kortom: dit is pure Cronenberg. ‘Rabid’, ‘Shivers’, ‘The Fly’, ‘Crash’, ‘Videodrome’ zijn enkele films van de eigenzinnige regisseur waarin creatieve ziekten, mutaties, nieuwe orgaanvorming, en seksuele categoriedoorbreking troef zijn.

Dat deze elementen al voorkomen in ‘Crimes’ betekent niet dat het altijd even “prikkelend” gepresenteerd wordt. Of liever, niet op de manier zoals we gewend zijn. Juist door deze pseudo-wetenschappelijkheid en afstandelijkheid komen al deze rariteiten namelijk échter over. De betrokkenheid van de toeschouwer houdt echter grotendeels de vorm van stille observatie. Daarnaast bestaat ongeveer een derde van de film uit tamelijk oninteressante ontmoetingen met patiënten, die allerlei vage gedragingen laten zien, zoals een man die allerlei kleine stukjes stof en kledingstukken in en uit plastic zakjes haalt, of een andere man die, als een slow-motion balletdanser, op zijn hele, en dan weer op de bal van zijn voet gaat staan in een met rood tapijt bekleedde glazen gang. Je moet als kijker je best doen om niet in te dutten tijdens deze weinig toevoegende scènes.

In tegenstelling tot ‘Stereo’ weet ‘Crimes’ wonderbaarlijk genoeg nog enkele momenten van oprechte onrust en spanning bij de toeschouwer te bewerkstelligen, waar in de laatste twintig minuten langzaam naartoe wordt gewerkt wanneer Tripod met een groep pedofiele samenzweerders in aanraking komt. Er vindt een gewelddadige actiescène plaats waarin iemand, off-screen, geliquideerd wordt, begeleid door heftige soundtrackgeluiden. En de laatste vijf minuten van de film, waarin een klein meisje, dat medicinaal klaar is gemaakt voor bezwangering, het slachtoffer dreigt te gaan worden van Tripod en zijn vrienden, is werkelijk zenuwslopend. De spanning is voelbaar wanneer Tripod de kamer deelt met dit meisje, en langzaam zijn jas en trui uitdoet. Hij zal toch niet…?  ‘Crimes of the Future’ is erg experimenteel, betrekkelijk ontoegankelijk, maar met een einde dat meer emotie weet op te wekken dan al het voorgaande en het geheel van ‘Stereo’ bij elkaar. De moeite waard voor fans van het werk van Cronenberg die een interessant inkijkje willen krijgen in zijn filmische oorsprong, of van de liefhebber van experimenteel low-budget werk. De rest van de kijkers kan deze film gerust laten schieten.

Bart Rietvink