Cry Freedom (1987)

Regie: Richard Attenborough | 157 minuten | drama, biografie | Acteurs: Denzel Washington, Kevin Kline, Kevin McNally, Penelope Wilton, John Thaw, Timothy West, Josette Simon, Wabei Siyolwe, John Matshikiza, Juanita Waterman, Evelyn Sithole, Xoliswa Sithole, James Coine, Albert Ndinda, Andrew Whaley, Shelly Borkum, Kate Hardie, Graeme Taylor, Adam Stuart Walker, Hamish Stuart Walker, Sophie Mgcina, Jim Findley, Patricia Gumede, Angela Gavaza

Net als Nelson Mandela geldt ook Steve Biko (1946-1977) als een icoon in de strijd tegen apartheid. Al op jonge leeftijd ontpopte Biko zich als een voorvechter van gelijke rechten tussen blank en zwart in Zuid-Afrika. In 1972 stond hij aan de wieg van een overkoepelende organisatie, de Black Peoples Convention (BPC), die een groter zelfbewustzijn bij de zwarte bevolking probeerde aan te wakkeren. Toen Biko werd gekozen als leider van de BPC, greep het apartheidsregime in. Hij werd verbannen naar zijn geboortestad King William’s Town en probeerde hem de mond te snoeren. Biko bleef echter voor de BPC werken en hielp mee met het opzetten van een fonds voor politieke gevangenen en hun familie. Tussen augustus 1975 en september 1977 werd Biko viermaal door het apartheidsregime opgepakt en langdurig ondervraagd. Geweld werd daarbij niet geschuwd en Biko liep bij die mishandelingen ernstig hersenletsel en inwendige kneuzingen op. In de nacht van 12 september 1977 overleed de toen dertigjarige Biko aan zijn verwondingen. De dood van Biko wekte grote verontwaardiging en verontrusting, zowel in zwart Zuid-Afrika als in vele westerse landen. De minister van Justitie, James Kruger, verklaarde dat Biko was overleden na een hongerstaking en dat z’n dood ‘hem koud liet’.

Tien jaar na Biko’s dood maakte de Britse filmmaker Richard Attenborough het drama ‘Cry Freedom’, waarin Biko’s vriendschap met de liberale journalist Donald Woods centraal staat. Woods, in de film gespeeld door Kevin Kline, is er mede verantwoordelijk voor dat Biko’s verhaal wereldwijde bekendheid kreeg en Zuid-Afrika op de vingers werd getikt voor zijn brute apartheidsregime. Tussen 1965 en 1977 werkte Woods voor de Daily Dispatch, een voor Zuid-Afrikaanse begrippen liberale krant. In zijn verhalen schildert hij Biko af als een oproerkraaier, een zwarte racist. Op een dag wordt hij door een jonge zwarte vrouw, dokter Mamphela Ramphele (Josette Simon) benadert om Biko (Denzel Washington) te ontmoeten, zodat hij een genuanceerder beeld van hem krijgt. Woods raakt onder de indruk van Biko en besluit zich in te zetten voor gelijke rechten, niet alleen door publicaties in de krant, maar ook door talentvolle zwarte journalisten aan te nemen. Het duurt niet lang of Woods en zijn gezin worden in de gaten gehouden door politie en justitie. Hij laat zich er echter niet door weerhouden om zijn verhalen over de rassenongelijkheid in Zuid-Afrika wereldkundig te maken.

Wie het verhaal van Steve Biko kent, weet hoe het afloopt. Een film over zijn leven heeft een verdrietig einde. Omdat Attenborough en scenarioschrijver John Briley waarschijnlijk liever een hoopvolle film wilden maken, is ervoor gekozen om niet Biko maar Woods de hoofdrol te geven in ‘Cry Freedom’. Geen onlogische keuze, maar wel een ‘veilige’. Natuurlijk is Woods van cruciaal belang geweest in het naar buiten brengen van de gebeurtenissen in Zuid-Afrika, maar zijn persoonlijke verhaal is lang niet zo relevant voor de (wereld-) geschiedenis als dat van Steve Biko. Attenborough laat de film uit twee losse delen bestaan: het eerste deel draait om de vriendschap tussen Biko en Woods, en geeft een nog jonge Denzel Washington de ruimte om te schitteren als de enigmatische anti-apartheidsstrijder. Dit gedeelte van de film draait om de politiek-historische kant van het verhaal. Na Biko’s dood gooit men het ineens over een heel andere boeg. Nu wordt duidelijk dat de focus al die tijd al lag bij Woods. De film verandert in een conventioneel ontsnappingsverhaal waarbij we zien hoe de journalist met zijn gezin op de vlucht slaat voor de Zuid-Afrikaanse justitie. Hoewel het een boeiend relaas blijft, verliest de film ineens een flink stuk van zijn relevantie.

Dat ‘Cry Freedom’ talloze prijzen in de wacht sleepte en drie Oscarnominaties ontving (waaronder voor Washington als beste acteur in een bijrol, en de fantastische muziek), heeft veel te maken met de tijd waarin de film uitkwam: apartheid bestond in 1987 namelijk nog steeds. Het was een delicaat onderwerp en daarom heeft Attenborough het op safe gespeeld. De meeste sc√®nes zijn visueel vrij standaard. De rassenrellen die zowel aan het begin als aan het einde van de film voorbij komen, zijn echter ondanks het feit dat ze nogal statisch gefilmd zijn (of misschien juist wel daarom), wel indrukwekkend. De beste zet die Attenborough gedaan heeft is echter het tonen van een lange lijst namen, helemaal aan het einde van de film. Namen van (zwarte) mensen die onder onduidelijke omstandigheden om het leven kwamen in Zuid-Afrikaanse politiecellen. Veelal staat er als doodsoorzaak ‘gevallen’ of ‘doodsoorzaak onbekend’ bij, de officiele verklaringen die justitie gaf. De lijst lijkt eeuwig door te gaan en zal menigeen rillingen over zijn lijf opleveren. Want ook nu nog is het niet voor mogelijk te houden dat de Afrikaners dachten weg te kunnen komen met talloze mishandelingen met de dood tot gevolg.

‘Cry Freedom’ is een film die de hoge verwachtingen jammer genoeg niet helemaal waar kan maken. Denzel Washington spat van het doek als de charismatische Biko, maar zodra zijn rol uitgespeeld is, raakt ook de film zijn vuur een beetje kwijt. Kevin Kline speelt zeker niet onaardig en weet de aandacht het het tweede deel nog wel vast te houden, maar kan niet voorkomen dat ‘Cry Freedom’ als een nachtkaars uitgaat. Gelukkig maar dat regisseur Richard Attenborough zijn publiek net op tijd weer wakkerschudt, simpelweg door een indrukwekkende namenlijst de revue te laten passeren die iedereen stil zal krijgen.

Patricia Smagge

Waardering: 3

Bioscooprelease: 10 maart 1988